Gilman + Lili Grace

14 juni 2021 Het Depot, Leuven

“Eindelijk kunnen we onze plaat voorstellen”, verzucht Dienne Bogaerts. Het is dan ook al een half jaar geleden dat Lili Grace debuut Silhouette uitbracht, nu zijn er eindelijk optredens die het verhaal van hun broer tot leven brengen. Het zou een theatraal concert worden, daar in Het Depot, met een verhaallijn die soms belangrijk was om te kunnen volgen.

Maar eerst is er Gilman, het soloproject van Sleepers Reigndrummer Sander Stuer, een man die zich naar eigen zeggen liet inspireren door James Blake en Bon Iver. Kan wel kloppen, dat laatste, want geflankeerd door gitarist Mauro Bentein (Lagüna) en Orson Wouters (Sleeper’s Reign) grossiert de man in zacht klanktapijtjes waarover het goed weemoedig prevelen is. Zo gaat dat natuurlijk, als je een half jaar de rechterhand van Ben Frost en Valgeir Sigurdsson in hun IJslandse studio mocht zijn.

Het wérkt, want Stuer is een verdomd straffe zanger, en in zijn slepende weemoed horen we zelfs meer dan een vleugje Blue Nile. De songs, die verdomde rotdingen die zich zo moeilijk op de staart laten trappen, blijven echter wat achter. Goeie ideeën huppelen door elkaar, klinken zelden uitgewerkt, zijn vaak niet meer dan vage schetsen die ooit, met meer werk, kunnen groeien. Kan iets worden, dus, en goeie muzikanten heeft hij ook al. Het enige wat Stuer nog ontbreekt, is een strenge producer die hem terug naar het schrijfhok durft te sturen.

In september bracht Lili Grace Silhouette uit, een album waarop Dienne en Nelle Bogaerts het ongeval verwerken dat hun broer jaren geleden met een zware beperking achterliet. Zij waren negen en elf, hij dertien. Vandaag blikken ze daarop terug in negen nummers, precies zoals ze dat op plaat doen, en zoals ze dat toen, als kinderen, beleefden. “Killer”, fluisteren ze dus tegen de autobestuurder in kwestie halverwege, maar het begint eerder; met dat eerste aarzelende ziekenhuisbezoek in de titeltrack.

Muzikaal wordt daar meteen de lijn uitgezet. De piano en klarinet van Dienne, de cello van Nelle en die twee stemmen die elkaar met laag en hoog zo mooi aanvullen. “You are you are you are you are travelling”, kronkelen ze zich een nummer verder om elkaar heen. Woeste stroboscopen begeleiden in “Saints” hoe de zusjes toen al van hun geloof vielen, ergens in een specifiek Limburgs kapelletje. Op de rand van het podium stootten ze het uit: “I throw my hands up in the sky / I drink for you the bloody wine” Tevergeefs.

Wat volgt is een jeugd vol verwerking. De woeste, overstuurde techno van “The Horde” – plots komen de lichtjes in die Air Maxen van Nelle van pas – vertelt hoe het is om je broer in elektrische rolstoel naar een fuif mee te nemen, in “Not God” is het even genoeg. “You’re not god, you’re not the queen”; de zussen willen ook wel even jong zijn, mag het? Het is het meest aanstekelijke moment van dit concert, dat vaak danst op de rand van het hermetische.

Als we al een bezwaar hebben, laat het immers dat zijn: Lili Grace heeft alles, op de nog altijd ietwat onhandige bindteksten na, zo hard uitgedacht en gestileerd – choreografie en straffe lichtshow incluis – dat het ook afstand creëert. Hoe hard het verhaal dat ze vertellen ook is; je kijkt naar theater, geen concert. En dat is wat jammer. Het is pas laat dat dat ontdooit, maar hoe cheesy de keuze ook mag zijn, samen gezeten achter de piano maken de Bogaertsen in de bisronde iets ontroerends van Alphavilles “Forever Young”, dat past in hun verhaal en wel raakt.

Nog eens “geweldig om eindelijk binnen te mogen spelen”. Een nieuw nummer dat nog in zijn embryofase op piano zit. En dat was het. Lili Grace heeft dan toch live zijn plaat gespeeld. Het concertseizoen is bijna gedaan, maar eindelijk begonnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 3 =