Sara Salvérius

11 juni 2021 Het Bruggenhuis

Dertien concerten waren er gepland om het nieuwe Equinox voor stellen. Die vielen in het water, maar intussen startte Sara Salvérius aan haar inhaalbeweging. Meer dan zeven maanden later dan gepland was eindelijk Geraardsbergen aan de beurt.

De muziek van Salvérius lijkt misschien beter geschikt voor de troosteloze herfst- en wintermaanden. Ze kan licht en frivool zijn, maar zelfs de luchtiger stukken zijn vaak doordrongen van een weemoed of tristesse die altijd om een hoekje lonkt. Niet die van de platte, tranerige soort, maar eerder een soort cinematisch meeslepende, met niet zozeer diepe wortels in de musette als in folk en klassiek. Hier en daar herinnert het ook aan de rootsy indie van bands als Beirut en DeVotchKa, in uitgeklede versies. Het werkte alleszins ook in een zomerse buitenlucht.

Salvérius speelde Equinox in zijn geheel én chronologisch, vanaf het ‘introstukje’ tot “Sirius”, en we werden er meteen weer aan herinnerd waarom het album behoorde tot het mooiste dat we in 2020 hoorden. Het was de combinatie van die temperamenten en kleuren, met “Aurora” meteen als prachtvoorbeeld: eerst lichtjes walsend op een manier die je vermoedelijk niet zou tegenkomen op verwerkingsalbum Trapped In Sight (een plaat die werd opgedragen aan haar zus die uit het leven stapte), daarna toch een beetje overwoekerd door het beklemmende drama van die bassen.

Salvérius maakt krop-in-de-keel-muziek die soms een beetje richting Balkan lonkt (“Helios”) of uitermate geschikt lijkt als filmische ondersteuning (de titeltrack, maar bij uitbreiding een fors deel van het album). Door een paar expliciete verwijzingen naar die moeilijke periode krijg je als luisteraar meteen ook een stevig emotioneel gewicht in de schoot geworpen, maar het mooie van deze nieuwe songs is net dat ze ermee voelbaar maakt hoe je zelfs een verschrikkelijke gebeurtenis te boven kan komen. Je vergeet het niet, je leert ermee leven. Of in haar geval: je krijgt weer zin om te leven, als een soort van zesde fase in de rouwverwerking.

De ingetogenheid van “Sepia” ging hand in hand met de zwier van “Full Nest Syndrome” en de slaapliedjessfeer van “Grote Kleine Beer”, terwijl “Sirius” een laatste sereen hoogtepunt was. Salvérius had af te rekenen met een vochtige lucht, waardoor “PMK” met een grappige uitglijder aan z’n einde kwam, maar dat zette de menselijkheid van deze muziek enkel maar in de kijker. Bovenal zag je een artieste die haar muziek en verhaal deelde met oprechtheid en intensiteit en als het ware één werd met het instrument dat ze tegen de borst drukte. Daar is geen dikdoenerige promocampagne voor nodig. De combinatie van vakmanschap en creativiteit gaat nooit vervelen. Meer nog: in het geval van deze vrouw met haar accordeon maakt het indruk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 4 =