The Trappists + ELDERS

27 juni 2021 Dokrijk, Antwerpen

Als corona ons iets heeft opgeleverd, behalve dik anderhalf jaar hoofdpijn, tango’s met het faillissement, en een afkeer van motivatiepsychologen, dan wel: nieuwe speelplekken. Begrensd door beperkingen vonden veel creatievelingen de mazen van het net, de manieren om toch nog van livemuziek te genieten. De schoonste plek van dat alles is een droogdok in het Antwerpse hinterland, waar nog de hele zomer het festival Dokrijk zijn beslag vindt.

“Soms is het gewoon wachten tot de wind je vangt” staat er op de gevel van het wat verlopen gebouw tussen hippe nieuwe stadsontwikkeling en eerste tekenen van haven. Het is Stormkop, een plek waar jongeren sinds jaar en dag terechtkunnen, een stukje vrijplaats waar projectontwikkelaars nog geen grip op kregen; braakliggend terrein, waar nog dingen mogelijk zijn omdat niets moet en alles kan. Waar droogdokken nutteloos lijken tot je je ogen tot spleetjes knijpt en iets anders ziet; zijdelingse tribunes, een middenplein, een geïmproviseerd podium. Een Sportpaleis met lichtjes natte voeten.

Zo begon het vorig jaar aarzelend. Met vijftig man publiek dat op de trapsgewijs aflopende zijkanten plaatsnam, artiesten tussen de stootblokken waarop ooit machtige vissersschepen rustten. Dit jaar, twaalf coronamaanden ervaring wijzer, is de ambitie groter. Een tribune loopt vanaf de rand naar beneden, klaar om tweehonderd mensen te ontvangen. Een programma voor de volgende acht weken is voorzien. Vandaag wordt dat verzorgd door het Antwerpse From Italo To Disco. De naam zegt wat u mag verwachten, de feestorganisator ontpopt zich hier echter ook tot nieuw platenlabel, en stelt zijn eerste release voor. Op cassette, natuurlijk – hipness oblige.

Zo vreemd zijn The Trappists ook wel. De twee Aalsterse knoppendraaiers namen het catchy synthriedeltje uit Wim De Craene’s “Rikky”, en verbouwden de kleinkunstklassieker zo tot een ambienttrip van zestig minuten. Vandaag krijgen we daar ongeveer de helft van, en zelfs dan voelt het nog geaborteerd.

Twintig minuten – het kunnen er ook vijfentwintig zijn – speelt de groep met de gedachte van een intro. “De definitieve doorbraak”, spreekt de propere dictie van een radiopresentator uit de jaren stilletjes die thuis ongetwijfeld enkel Schubert draaide. Er volgt stilte. Ruis. Een vleug applaus uit diezelfde liveplaat. Nog wat ruis. Wanneer we het niet meer verwachten te horen, volgt dan toch die toetsenmelodie. En tegelijk met de synths, druppelt het ook uit de lucht. Het giet. Het publiek krijgt vriendelijk de uitnodiging rond de overdekte laptop en knopjes te komen staan – hoezo corona; dit was toch de bevrijding? En dan, net als je denkt dat die geweldige melodielijn, met alle nuances die de olijke nonkels achter de draaitafel kunnen bedenken, nog wel een half uur zou mogen duren, is het gedaan; goeie liedjes, zelfs al is het drie kwartier, duren nooit te lang.

Raar uurschema heeft dit festival, wel, waar we nu twee uur lang verzocht worden om met onze duimen te draaien. We eten dan maar een smakelijke Koreaanse bibimbap, proeven een Zeezuiper; beide aanraders. In een hangar draait DJ Diepvries iets dat breed gaat. We horen ambient, maar het eindigt bij een zoveelste versie van Kate Bush’ “Running Up That Hill”. Is prima voor de vertering, u hoort ons niet klagen.

Waarna het weer opnieuw een tikje lijkt op te klaren, en op het grote podium Tom Pintens zijn nieuwe kind voorstelt. Alweer eentje, na zoon Arvo, dat hij gemaakt heeft met partner Laurence Roothooft. Want zij is het die achter de microfoon aanstellerig haar ding mag doen. Of dat ELDERS dus de moeite is? We hebben er even moeite mee. Want ja, Pintens is een sterke gitarist, en een man die weet hoe een song van poten en oren moet worden voorzien. Misschien net daarom valt het wat moeilijk te geloven dat net hij voor dit hippe geluid viel; voor iets dat graag van Beach House en ander smaakjes du jour zou willen zijn.

Het helpt niet dat Roothooft op zijn SX’ van de artistiekerige, gemaniëreerde gebaartjes is. Je ziet de actrice, en vergeet naar de zangeres te luisteren. En dat mag nochtans. Single “Leaves” wordt al snel weggegeven, en werkt, maar ook met de ogen dicht zie je op je netvlies nog de bedachtheid, het gebrek aan authenticiteit.

Dat mindert. “Insomnia”. Heeft een sterke melodie, en gaandeweg gaat het Eefje De Vissergehalte minder storen en worden de songs sterker. De regen, die schavuit, helaas ook, waardoor deze set langzamerhand wordt kortgesloten. Een nummer verdwijnt met een korte mededeling richting geluidsman van de setlist, de laatste twee songs bekijkt het publiek van onder de tribune. Dat hoort niet echt, maar het is nu wel zo praktisch.

En dan, in dat voorlaatste nummer, blijkt ELDERS toch een belofte in zich te houden. De beats zijn wat zwaarder aangezet, het refrein net iets meer aanstekelijk. Het spelt dat dit in het hoofd van Pintjens en Roothooft de toekomstige hit is, en die kans is niet onbestaande. Gewoon een beetje minder van het theater, meer van het echte performen, en het wordt wel iets.

Waarmee de regen zich ook even inhoudt en wij die laatste mededeling op het uurschema herinneren. “En nu: ‘huiswaarts, want de Belgen spelen.'” Juist, er zijn nog belangrijkere dingen in het leven. Op Dokrijk zien ze ons echter nog wel terug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + elf =