Tourist LeMc :: ”Dat we niets weten, dat is wat ons verbindt”

Liefde voor muziek, The Voice en nu nog een nieuwe plaat. Johannes Faes is dezer dagen overal, en daar kust hij zijn beide pollekes voor: “Zo heb ik tenminste een inkomen in dit moeilijke jaar.” Op Niemandsland noteert de stadstroubadour het uitdunnende haar en de kraaienpootjes, maar negeert hij ook deze vreemde tijden niet. “Het enige wat je kunt doen is de dag met hoop beginnen, en dankbaar zijn voor wat komt.”

enola: Hoe ben je aan Niemandsland begonnen?

Johannes Faes: “Aan het einde van de We begrijpen mekaar-tour, najaar 2019, was ik in een goeie schrijfflow geraakt en ik besefte: ik mag die niet loslaten. Ik schrijf sowieso al traag, dus een nieuwe plaat zou anders veel te lang op zich laten wachten. Uiteindelijk is het album toch pas het laatste half jaar afgewerkt. Toen heb ik nog het meeste geschreven en geknutseld. Veel tijd was nochtans niet, want we mochten dan wel in lockdown zitten, we hadden wel drie kinderen te entertainen. Maar het moest gewoon gebeuren, want we hadden de deadline al eens verschoven omwille van Liefde voor muziek.”

“Niet dat het schrijven evident was. Net als bij We begrijpen mekaar was de grootste bezorgdheid immers dat we niet in herhaling mochten vallen. Bij elke plaat wordt dat een prangendere vraag: hebben we iets al eens bezongen, al iets op die bepaalde manier gebracht? Een beetje vernieuwing mocht wel, en ik denk dat we die ook gevonden hebben. Mensen zullen wel wat frisse elementen vinden die een nieuwe kijk op Tourist LeMc geven.”

enola: Zoals “Amice”, bijvoorbeeld, het openingsnummer.

Faes: “Dat was ook een van de allereerste nummers die ik voor dit album heb geschreven. Ik denk dat het veelzeggend is dat we daarmee aftrappen; ik rap op een tempo dat ik niet echt gewoon ben en dat zet de toon dat er iets nieuws volgt. En inhoudelijk zit alles van de hele plaat er al in; het ouder worden, de voetbal,…

enola: En een shout-out naar de ‘creatieve atoombom’ die je muzikaal recht houdt.

Faes: “Da’s de Youssef Chellak. Ik heb hem ontmoet na mijn eerste album en sinds En route werken we samen. Hij is enorm belangrijk geweest voor mijn muziek, weet die elke plaat opnieuw te definiëren. Hij is degene die het overzicht houdt over alle muziek die van verschillende beatmakers binnenkomt, en op het laatste nog wat tweakt en bijstuurt zodat het één mooi geheel vormt.”

enola: Niemandsland is bij momenten een erg introspectieve plaat geworden, waarin je stilstaat bij de voortsnellende tijd.

Faes: “Ouder worden is een rode draad door het album geworden. Ondertussen heb ik drie klein mannen rondlopen, is dit mijn vierde langspeler, de bezorgdheid hoe ik relevant kan blijven was er wel. En ik weet wel dat zo denken verkeerd is: het is niet omdat je ouder wordt dat je geen goeie muziek meer kunt maken – kijk maar naar Nick Cave, die blijft gaan. Toch was ik in mijn achterhoofd bezorgd of ik nog wel iets te zeggen had over deze tijd, of mijn thema’s er nog wel toe deden. Schrijven maakt mij vaak heel onzeker. Zelfs al weet ik dat mensen mijn teksten goed vinden, toch blijf ik me afvragen of ik wel iets te vertellen heb. Dat is al bij al een vrij emotioneel proces, zodat de opluchting altijd groot is als ik nog eens een nummer heb gemaakt: ik kan het nog. Dan mag ik bij wijze van spreken een week achteroverleunen en Netflix bingewatchen; ik heb mijn werk gedaan.”

enola: Je hoeft je niet meer te bewijzen, nu is het zaak om vast te houden wat je hebt bereikt. Is dat een grotere uitdaging?

Faes: “Ja, eigenlijk wel. Met We begrijpen mekaar moesten we bewijzen dat het succes van En route geen toevalstreffer was. Dat is gelukt, we zijn een gevestigde waarde geworden, maar dat verandert niet zo veel. Als het schrijven een paar dagen niet vlot, dan stort mijn artistiek zelfvertrouwen nog altijd in elkaar. En zo gaat het op en neer.”

enola: Wat is het ‘Niemandsland’ uit de titel?

Faes: “Het desolate, verlaten gevoel, dat naar ik vermoed iedereen het afgelopen jaar zowat heeft gehad. We werden gedwongen alles te herdefiniëren, konden niet meer doen wat we gewoon waren en de vraag waarop we dan wel kunnen terugvallen, lag op tafel. Vandaar ook het introspectieve: plots moest ik het met mezelf stellen en ook dat werd een vage zone waarin het blijven zoeken is naar nuance. Het is gemakkelijk om te vervallen in extreme uitspraken of gedachten, maar zoals ik in het titelnummer zeg: je moet je intenties bijstellen; jezelf voornemen om de dag te starten met hoop en gewoon dankbaar zijn voor wat er gebeurt.”

enola: Een andere rode draad is geloof. Je noemt jezelf een agnost, maar tegelijk heb je het ook wel over Gods plan.

Faes: “Mooi dat je dat opmerkt. Ik heb vrienden die gelovig zijn, moslims maar ook christelijke Afrikanen, dus het geloof was er altijd. Ik ben eigenlijk tussen kerk en moskee opgegroeid, maar ik zie mezelf inderdaad als een agnost; ik weet het niet. En eigenlijk is dat iets wat we met ons allen delen. Of we nu gelovig zijn of niet, we weten niets zeker, want we kunnen het bestaan noch het niet-bestaan van God bewijzen. Eigenlijk is dat iets wat ons verbindt.”

“Het is een onderwerp dat in al mijn platen wel wat terugkomt, dat mysterie. En dan kan het over God gaan, maar ook over het schrijven, want dat is voor mij ook iets mysterieus in zijn fundament. Het heeft iets magisch, hoe je met verbeeldingskracht een heel wereld schept. En zo is het met religie ook; dat is een hele wereld die bestaat als je er in gelooft en dat vind ik heel intrigerend.”

enola: Je jeugd laat je niet los. Ook op Niemandsland keer je terug naar je opgroeien in de Antwerpse Seefhoek.

Faes: “Af en toe een verhaaltje van de wijk blijft leuk. Ik hou er van om over die tijd te vertellen, over de sfeer die er hing. De zeldzame keren dat ik nu nog op een pleintje ga zitten in die buurt, krijg ik nog altijd dat gevoel van toen. Het leeft nog in mij, en dus blijf ik er ook dingen over bovenhalen. In “Veilige haven” is het mij ook heel hard om het refreintje te doen, waarin ik bezing hoe ik een goeie thuishaven had. Veel mensen in mijn omgeving hadden dat niet, en dan loop je in zo’n omgeving al eens snel verloren, waar ik altijd kon terugkeren naar die veilige plek.”

enola: In “Hou stand” vertel je over het lot van een drietal ongelukkig terechtgekomen mensen. Haal je daarvoor inspiratie uit je job als maatschappelijk werker in een centrum voor kwetsbare gezinnen?

Faes: “Ja, toch wel. De eerste strofe daarvan gaat bijvoorbeeld over een alleenstaande moeder die gemarginaliseerd is geraakt. Ik haal inspiratie uit mijn dagelijks leven, de mensen die ik ontmoet en dus ook uit mijn werk. Ik probeer als een spons alles op te zuigen. Maar dat is niet de reden waarom ik die job blijf doen. Dat is veel meer om een zekere financiële zekerheid te hebben en ook structuur te hebben in mijn week.”

enola: “Kampioen van de hoop zou ik willen zijn”, zing je in dat nummer.

Faes: “Op de moeilijkheden waarmee die personages geconfronteerd worden, kun je op verschillende manieren reageren. Of je blijft strijden en hopen, of je raakt in een neerwaartse spiraal. Ik vind het bewonderenswaardig als ik verhalen hoor van mensen die stand houden, bijvoorbeeld tegenover kanker of een ongelukkige jeugd. Ik hoop dat ik ook zo moedig en positief kan blijven zijn.”

enola: In “Joie de vivre” heb je het dan weer over het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens zo’n invloed op de wereld heeft dat je het in de bodem terugvindt. Houdt de klimaatkwestie je bezig?

Faes: “Ja, al hield het me vroeger meer wakker dan nu. Ik kan nog altijd angstig worden als ik er iets over lees, maar als je kinderen hebt, word je gewoon gedwongen te hopen. Anders wordt het wel heel deprimerend om aan hun toekomst te denken. Ik laat het wat los, maar het blijft belangrijk. Nu, doordat ik er vroeger zo hard mee bezig ben geweest – op het randje van prekerig af als je naar “Wolken” op Antwerps testament luistert – was ik bijvoorbeeld al vegetariër. Ik ben zelfs even veganist geweest, maar nu ben ik flexitariër. Ik probeer nog altijd bewust te leven, maar heb minder het gevoel dat ik verder mijn stem aan dat verhaal moet lenen. Iedereen weet het intussen wel.”

enola: Je had na “Spiegel” voor een ander Vlaams monument kunnen kiezen om een refreintje te komen zingen in “Niemandsland”, maar je kwam uit bij Meskerem Mees.

Faes: “Die monumenten heb ik gehad: Bart Peeters, Raymond van het Groenewoud, …  Het is leuk werken met zo’n coryfeeën, dus ik ga dat nog doen, maar voor Niemandsland is het toevallig anders gegaan. Ik hoorde Meskerem op de radio en was meteen weg van haar. Ik hou van Engelse folk en zo’n stem had ik nog nooit gehoord. Toen bleek dat ze Belgisch was, was het helemaal van “Die moet ik hebben”. Ach, het moeten niet altijd grote namen zijn voor een featuring.”

enola: Willy Sommers is nooit in overweging genomen?

Faes: (Lacht:) “Daar hebben we nooit over overlegd, maar zeg nooit nooit.”

enola: De Showbizz Bart in mij vraagt zich af of je al een impact merkt van je televisieverschijningen?

Faes: “Ik denk wel dat mijn publiek zich wat verbreed heeft. Natuurlijk kenden de meesten mijn grote singles wel; je moet al in een grot hebben gewoond om “Spiegel” of “Horizon” niet gehoord te hebben, maar nu kan men ook een gezicht op me plakken.”

enola: En je muzikale netwerk is meteen ook wat uitgebreid . Op “Sporen” zingt Bert Ostyn een refreintje mee.

Faes: “En daar ben ik heel blij mee, want ik ben al lang fan van Absynthe Minded. In een ver verleden heb ik zelfs nog hun voorprogramma verzorgd. Het klopt dat wij in Liefde voor muziek de alternatieve vertegenwoordigers waren, en daar hebben we ook wel wat over gepraat. We beseften allebei dat we ons eigenlijk in ons hoofd beperkten door te blijven plakken in dat alternatieve circuit. Uiteindelijk is dat onderscheid ook maar denkbeeldig hé; Bert heeft met vroegere Absynthe-platen veel succes gehad, ik ook, hoe alternatief kun je dat nog noemen? Het is populaire muziek.”

enola: Maar jullie publiek kijkt wél met een frons naar een deelname aan zo’n productie, daar hebben Cleymans en Van Geel geen last van – laat staan Willy Sommers.

Faes: “Dat is zo, en dat zorgt ervoor dat zowel Bert als ik lang hebben getwijfeld om mee te doen. Ik denk dat we uiteindelijk allebei tot de conclusie zijn gekomen dat er, zolang wij onszelf niet verraden en de muziek maken die wij willen maken, geen probleem is. Je moet gewoon respect hebben voor andere genres. En dat is soms het probleem met de alternatieve scene; dat de left wing scene soms neerkijken op de andere kant. Je ziet dat bijvoorbeeld heel hard op de MIA’s – je voelt dat ze er wat geforceerd zitten, tegen hun zin. Terwijl we toch allemaal artiesten zijn? De Willy geeft 250 optredens op een jaar: da’s hard werken, maar hij doet dat met zoveel dankbaarheid dat ik er iets van kan leren. Je kan niet anders als dat respecteren.”

enola: Heb je er over getwijfeld om de zeven nummers uit Liefde voor muziek ook op Niemandsland te zetten?

Faes: “Daar was aanvankelijk niemand rond me voor gewonnen, want zouden die nummers wel goed genoeg zijn? Het is pas na de opnames, toen we ze apart hoorden, dat we konden toegeven dat het allemaal heel erg goeie covers zijn, dus ik ben blij dat ze er bij staan.”

enola: Went het televisiewerk ondertussen wat? Ik zag je vorige week nog in The Voice best ongemakkelijk zitten in een sketch waarin jij en de andere coaches zich over Natalia’s bevalling bogen.

Faes: “Ja, maar ik zit daar ook tussen zo’n sterke televisiepersoonlijkheden – wat ik niet ben – dat ik maar met plezier wat naar de achtergrond verdwijn als we iets met ons vier samen moeten doen. Die mannen kunnen dat, laat hen dat maar doen. En dan zit ik er inderdaad wat ongemakkelijk bij; dat klopt. Ik kijk met veel genegenheid op die opnames terug hoor, het was heel fijn om doen. Gek genoeg kijk ik er ook graag naar. Het blijft confronterend om jezelf op televisie te zien, maar ergens is het ook verslavend, moet ik toegeven.” (lachje)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − twee =