Sam De Nef: “Ik romantiseer heel graag herinneringen aan vroeger”

2020 moest het jaar worden van zijn Danny Blue and the Old Socks, maar dat verdomde virus stak er een stokje voor. Sam De Nef begon nummers te schrijven in zijn slaapkamer en zijn solocarrière nam meteen een hoge vlucht. Met Lonely Day, Crowded Year levert de jonge Antwerpenaar een beeldschone, persoonlijke plaat af in de traditie van Cohen, Dylan en Young. enola ging wandelen met een van dé muzikale beloftes van het moment.

We beginnen dit artikel graag met een kijktip, omdat het verhaal van de jonge songschrijver verbonden is met dat van de indieband waarmee hij in 2018 de finales van de Nieuwe Lichting én een paar maanden later Humo’s Rock Rally haalde. Dat parcours is mooi te zien in de docu ‘Danny Who?’, die nog altijd op YouTube te vinden is. De beelden van samen on the road, spanning voor de einduitslag van de muziekwedstrijden én ad fundums met Jupilers laten sympathieke jongens uit Antwerpen zien die zichzelf blijven – met De Nef als energieke frontman met bakken uitstraling. Een jaar geleden zouden De Nef en zijn gezelschap hun nieuwste ep Boys voorstellen tijdens een releasetour langs een uitverkochte AB Club, Het Depot, Charlatan en Trix. Maar toen kwam dat dekselse virus.

Het verhaal is intussen bekend: sinds hij tijdens de eerste lockdown voor de vlog van Linde Merckpoel een solo-optreden gaf in zijn straat, gaat zijn naam over de tongen. “Het was supertof om nog eens te spelen. Ik geef toe, het was eerst een beetje awkward, maar toch vooral heel nice dat Linde dat organiseerde. Het gaf een warm gevoel in onze straat.” Na de veelbesproken vlog volgden eigenzinnige, Engelstalige versies van Vlaamse klassiekers in The Tunnel van StuBru (“Voor zijn bomma, die een megagrote fan is van crooners”) en even later een duwtje in de rug door Tamino, en hop, daar was dat gedroomde platencontract bij Unday.

Intussen krijgt Lonely Day, Crowded Year alleen maar lovende reacties. “Ik vind het heel zot om te lezen, maar tegelijk besef ik het nog niet goed genoeg. Dat zou anders zijn als er veel shows waren, als ik de mensen die interesse tonen in mijn muziek in levenden lijve zou zien. Ik voelde wel dat de nummers oké waren”, zegt hij bescheiden, “maar als je er zo lang dicht op zit en constant mee bezig bent, dan verwatert die magie. Ik kan eigenlijk al niet wachten om een volgende plaat uit te brengen.”

“Ik ben van het principe: als ik muziek heb, breng ik het gewoon uit”, gaat hij verder. “Joachim Liebens van The Haunted Youth, een goede maat van mij, heeft zeer lang aan zijn muziek gewerkt en gewacht om iets uit te brengen, ik zou dat niet kunnen. Unday was echt hét label waarop ik mijn muziek wou uitbrengen. Thibault Vander Donckt, de manager van Danny Blue, en Tamino waren de eerste personen aan wie ik feedback vroeg over mijn nummers en die hebben dat gelijktijdig doorgestuurd naar Tim Beuckels van Unday, die meteen mee was. Hij heeft dezelfde muzieksmaak en ik werk nu graag met hem samen. Alles viel vanzelf in de plooi, dat maakt het in deze periode nog specialer. Ik prijs mezelf zeer gelukkig.”

“Die positieve reacties hebben mij ook uit mijn lockdowndipje gehaald”, zegt De Nef even later. “Zo heb ik toch het gevoel dat ik iets gedaan heb het afgelopen jaar, want naast alle optredens zijn ook de plannen voor mijn bachelorproef weggevallen.”

Zingen en drinken

De Nef, die zang studeert aan de PXL Hogeschool, was van plan om naar Servië te reizen, vanwaar zijn vriendin afkomstig is. “Ik wou in het dorp waar haar familie woont een ep opnemen met lokale muzikanten als begeleidingsband. Ook haar opa is volksmuzikant en speelt geregeld op familiefeesten. Ik ben er zelf twee keer geweest en die ervaring heeft invloed gehad op mijn manier van schrijven; ze brengen persoonlijke verhalen waarmee mensen zich kunnen verbinden. Daar in de huidige omstandigheden gaan opnemen, gaat niet; ik wil microfoons in de woonkamer zetten en net als zij beginnen spelen, zingen en … drinken. (lacht) Ik wil het uitstellen tot alles weer mag en gelukkig heeft mijn school daar begrip voor.”

Tijdens ons gesprek horen we in het prachtige kasteeldomein Hof ter Linden – waar De Nef veel teksten schreef voor Lonely Day, Crowded Year en op mooie zomeravonden met zijn broer geregeld vertoeft – door de bomen de fluitende vogels op de achtergrond. Er komt zelfs een bescheiden zonnetje piepen. “Ik noteer hier eigenlijk de hele tijd indrukken, ik doe dat ook als ik bijvoorbeeld op de bus zit. In het begin van de lockdown ben ik ermee begonnen, dat hielp mij om mij meer bewust te zijn van alles wat rondom mij gebeurt. Daarbij let ik vaak op kleuren, ook als ik naar films kijk. Bij Danny Blue zijn we bijvoorbeeld allemaal hard beïnvloed door Twin Peaks.”

Ook de thuisomgeving in het dorpse Edegem is een belangrijke inspiratiebron voor De Nef. “Vroeger had ik vaak het gevoel dat ik hier moest vertrekken als ik oud genoeg was, maar ik denk dat dat eerder kwam door een puberale reflex. Nu iedereen moet thuiszitten, ben ik blij dat ik hier kon en kan zijn. Ik denk dat andere mensen in een minder comfortabele omgeving zitten. Ik heb een afgeschermde omgeving nodig waarin niemand mij stoort. Op school krijgen we vaak oefeningen waarbij je in groep een nummer moet schrijven en ook dat gaat me niet altijd goed af. Ik moet echt urenlang alleen kunnen zijn en dingen kunnen laten mislukken. Mijn schrijfproces kan frustrerend zijn – ik maak veel dingen die ik dan weggooi, maar dat is normaal, denk ik. Soms, zoals in de eerste lockdown, komen nummers eens vanzelf: een magisch moment.”

Kampvuur

We kijken naar de afgebladderde muren van het statige kasteel en het gesprek gaat spontaan richting de opnames van Lonely Day, Crowded Year, die eind september plaatsvonden in een vroegere spinnerij in de Vogezen. Daar werd ook de liveclip opgenomen van “Jewelled Singer” door De Nefs vriendin Jovana Mitrovic. “De schoonvader van Pieter-Jan (Decraene, ook brein achter Rhinos Are People Too, nvdr), die deel uitmaakt van mijn liveband, heeft dat pand opgekocht en is dat helemaal aan het renoveren. Het ligt in een vallei, door de tuin loopt een riviertje en ‘s avonds na de opnames zaten we allemaal aan het kampvuur, dat was heel gezellig. Het was een rijkere ervaring dan studio-opnames. Ik zit zelf niet zo graag in een studio; ik vind dat soms een heel bedrukkende, donkere ruimte. Ik mis ook erg snel het contact met de omgeving. Voor de volgende plaat zou ik naar daar willen terugkeren. Gelukkig heeft Nicolas Rombouts (Ottla, Dez Mona, Stef Kamil Carlens, …) een zo goed als mobiele studio.”

Bij een getalenteerd muzikant als De Nef zou je denken dat hij van kinds af zijn eerste gitaartokkels speelde, maar niets is minder waar. “Vroeger was ik into de hiphop van ASAP Rocky en Joey Badass. In de lagere school droeg ik baggy kleren en een petje met een bandana. Ik ben wel ooit naar de muziekschool geweest, maar na een paar weken ben ik ermee gestopt. Ik had daar de concentratie niet voor. De klik is pas gekomen in het vierde middelbaar toen we op schoolreis naar de Hoge Venen gingen. Rint, de bassist van Danny Blue, had daar een gitaar bij en leerde mij spelen.”

Het was bijna het begin van Danny Blue and the Old Socks. “Nadat ik van school veranderd was, zat ik weer in de klas met drummer Denis, die ik al heel mijn leven ken. Ik leerde er ook onze gitarist Robin kennen. We begonnen voor het plezier te jammen in een klaslokaal en zo leerden we al doende deftig spelen. We maakten snel nummers waarvan we dachten dat het nummers waren. Of covers van Fleetwood Mac, of Britney Spears. (lacht) “Hoe meer nummers we kenden, hoe langer we konden spelen” was ons devies.”

Eye of the Tiger

Terwijl Danny Blue, wiens eerste ep Backyard Days in 2017 verscheen, meer refereert aan Mac DeMarco, Parquet Courts en Beach Fossils, gaat het bij De Nef solo vooral om de grote songschrijvers. “Ik kom niet echt uit een muzikaal nest, mijn familie is vooral sportief aangelegd. Het lievelingsnummer van mijn papa was “Eye Of The Tiger” – wellicht kwam dat door de Rocky-films. Zodra ik gitaar begon te spelen, ben ik meteen into Bob Dylan en Neil Young geraakt. Naar Leonard Cohen ben ik pas beginnen luisteren toen hij gestorven was; mijn bomma was daar heel emotioneel over. De muziek pakte mij meteen volledig in.” De Nef haalt nog enthousiast Nick Drake aan. “Hij is een grote inspiratie geweest voor deze plaat; ik heb vooral qua gitaarspel veel van hem geleerd.”

We hebben het nog niet gehad over De Nefs teksten die doordrenkt zijn van de nostalgie. “Sinds die eerste lockdown heb ik de neiging om terug te kijken naar mijn kindertijd. Dat heeft ook te maken met het overlijden van mijn papa in 2012. Vanaf toen ben ik naar vroeger beginnen kijken, naar de tijd dat mijn papa nog leefde. Met al dat nadenken thuis kreeg ik ook soms schrik van de toekomst; ik verbloem alles van vroeger en word soms angstig om ouder te worden. Dat klinkt stom, want ik ben nog superjong. In mijn muziek romantiseer ik heel graag herinneringen aan vroeger, maar ik heb soms ook schrik dat ik dat allemaal te mooi maak.”

Obsessief bezig

Terwijl zijn soloproject een grote sprong heeft genomen, ligt Danny Blue nu al een jaar stil, want de groep heeft zelfs geen repetitiekot. “Of ik daar geen dubbel gevoel bij heb? Iedereen is zijn eigen ding aan het doen. Danny Blue was op een gegeven moment ons dagelijks leven. Als ik de voorbije jaren iets muzikaals deed, was het met die gasten. De afgelopen periode was de eerste keer dat iedereen hoofdruimte had om iets anders te doen. Rint maakt muziek voor theater, onze gitarist doet houtbewerking en de drummer studeert kinesitherapie. Pieter-Jan is momenteel bezig met het producen van verschillende bands. Twee jaar geleden hebben we zelfs even overwogen om onze studies links te laten liggen om ons volledig op muziek te focussen. Dat is sowieso nog altijd mijn plan, en dat niet iedereen dezelfde ambitie heeft, is absoluut niet erg. Ik zou niet weten wat ik anders moet doen. Ik ben altijd obsessief bezig geweest met dingen waarin ik geïnteresseerd ben. Vroeger was dat sport, nu muziek – er is momenteel echt niets anders dat door mijn hoofd gaat.”

Op de terugweg naar de parking mijmeren we over de hete zomer van 2019 en haalt De Nef herinneringen op aan “de zalige combinatie van shows en rondhangen met de band”. Het contrast met vorig jaar kan niet groter zijn. De Nef speelde zelf maar één show tijdens de lockdown, eind september in de Singel in Antwerpen. “Ik had een half jaar niet meer opgetreden en naast het label en de booker waren veel vrienden en kennissen aanwezig; ik had daar veel stress voor. Het had dus niet te maken met het feit dat ik solo optrad. Als ik plots op een groot festival zou staan, zou ik wel even moeten slikken. Ik zou zeker geen nee zeggen, maar ik zou in mijn broek doen van de spanning”, is het antwoord op de vraag of hij klaar is voor het grotere livewerk, mocht het aanbod er zijn.

Tot slot wil De Nef nog een tip meegeven: in het kleine Edegem blijkt er een fantastisch podiumcafé met microbrouwerij te zijn. In Hoogmis gaf De Nef met zijn maten van Danny Blue net voor de lockdown nog een try-outoptreden. Op de vraag of hij in het weekend zal musiceren – dit gesprek vindt plaats op een vrijdagmiddag – antwoordt hij afwachtend: “Als ik iets voel opkomen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − elf =