De Kommeniste :: 1000 titels

Met de opkomst van rockbands als dEUS en hun epigonen leek er een nieuwe wind door de Belgische (Vlaamse) muziekwereld te waaien. Meer dan eens werd geopperd dat de Vlaamse muziekscene eindelijk het stadium van amateurisme ontgroeid was en mee kon spelen met de grote jongens op wereldvlak. Dat de kater die erop volgde, grotendeels werd genegeerd, mag nog met de mantel der liefde bedekt worden. Bedenkelijker echter is dat het decennium dat er aan vooraf ging grotendeels genegeerd werd terwijl in die periode België onder meer met elektronische muziek net het verschil maakte.

De donkere jaren tachtig werden echter niet enkel beheerst door mechanische machineklanken, maar kenden ook een opstoot van de vaak al even kille postpunk, new wave en aanverwanten. Naast het bekende Red Zebra (I can`t live in a living room) dat in de jaren negentig een kleine revival kende, waren er voldoende andere (cult)bands als Siglo XX, T.C. Matic, De Brassers (En toen was er niets meer) en De Kommeniste. Onder meer via Stroom.tv en het Onderstroom-label worden steeds meer (on)bekende parels opnieuw uitgebracht, waarbij die laatste zich haast exclusief richt op postpunk, cold wave en aanverwanten.

1000 Titels van het Antwerpse gezelschap De Kommeniste gold lange tijd als een van de klassiekers die om een nieuwe persing smeekte. Het album was in 1980 oorspronkelijk verschenen op duizend exemplaren, waarbij de band eigenhandig elke plaat van een unieke cover en titel voorzag (vandaar de officieuze titel). Hoewel de groep ten tijde van het album al gesplit was, wist drummer Bob Campenaerts de andere leden ervan te overtuigen om toch nog een album op te nemen. De groep had in haar tweejarige bestaan (1978-1980) immers vooral via liveoptredens, als onder meer het voorprogramma van The Boomtown Rats, Wire en Joy Division, faam verworven. De enige opname die van de band bestond, was de 7” EP WDT (Wonder der techniek, 1979). Na de split zou de groep overigens als The Plant nog het nummer Plant Design opnemen voor het compilatiealbum Get Sprouts waarmee de toenmalige bank ASLK Belgische artiesten onder de aandacht bracht.

Ruim veertig jaar na het verschijnen van het album hebben de resterende leden van de band (zanger-gitartist Marc Meulemans overleed in 2007) besloten niet alleen het album opnieuw op vinyl uit te brengen, maar ook een cd toe te voegen waarop naast de lp ook de ep WDT, en enkele repetitie- en live-opnames toegevoegd zijn, inclusief de paar nummers van The Plant. De meerwaarde schuilt uiteraard in de lp zelf waarvan de eerste persing van duizend exemplaren tegenwoordig vlot voor enkele honderden euro`s van eigenaar wisselt. Kort na het opnieuw uitbrengen van het album in februari waren dan ook de duizend voorziene exemplaren verkocht, waardoor de band besloot om een tweede reeks te maken (in 1980 volgde overigens ook een tweede persing) die nog steeds via de website van de band te verkrijgen is.

Openingsnummer “Ritmische Dans” maakt meteen duidelijk waarom De Kommeniste enerzijds voor zoveel internationale bands mocht openen en anderzijds waarom het album zo succesvol was. De klinische gitaarlijnen roepen perfect het verlaten gevoel op dat de vroege jaren tachtig zou kenmerken, terwijl de strakke ritmesectie nogmaals bevestigt dat `postpunkers` verder keken dan snel rammen. Het meest opmerkelijke en aanvankelijk vreemde element blijft de zang van Marc Meulemans, die net als Marc Poukens (De Brassers) in het Nederlands zingt maar veel melodieuzer te werk gaat. Dat De Kommeniste muzikaal verschillende stijlen incorporeerden, maakt het aparte “Tijdverdrijf 1” duidelijk dat aanvankelijk new wavewateren doorzwemt, inclusief niet-Westerse invloeden, alvorens in de laatste minuut toch nog de punksprint te maken. “Tijdverdrijf 2” pikt overigens de draad van de song moeiteloos op en geeft aan bassist Herman Tallein een glansrol dankzij diens bezwerende baslijn.

Tussen beide nummers in plakt ietwat tegendraads “Konkrete Twist” dat net iets te parodiërend klinkt om de tand des tijds te doorstaan en waarschijnlijk ook bij het verschijnen niet al te ernstig genomen mocht worden. Gelukkig weet de rest van het album wel op niveau te blijven, getuige onder meer “De Mogren” (geen typfout) dat weliswaar heel erg jaren tachtig klinkt, maar ook aantoont dat De Kommeniste zich niet tot een enkele stijl of geluid lieten reduceren. De song plaatst zich overduidelijk in jaren tachtig new wave, inclusief hard klinkende drums en herkenbare keyboards, maar vormt net hierdoor mee een frisse afwisseling op het album.

Ook het meer ska/reggae-gerichte “Johnny Limbo” slaat enkele zijpaadjes in en terwijl de band aantoont het genre te beheersen (inclusief de kleine ‘”James Bond Theme”-excursie) valt hier vooral de veelzijdigheid van Meulemans op die op geheel eigen wijze zijn zangstijl laat samenvallen met het nummer. Met “Donny Jumbo” wil de band erna een dubsong brengen die wat tussen twee stoelen valt door enerzijds haar percussie en ritme in de juiste patronen onder te brengen maar anderzijds in zang en gitaar niet goed weet welk melodisch pad in te slaan, waardoor het vooral punten voor lef scoort eerder dan voor een sterke uitvoering. Die wil om meerdere stijlen op een album naast elkaar te plaatsen, vormt wel de sterkte van het geheel, want naast het korte postpunkgerichte “k. Tours” is er bijvoorbeeld ook het bijna tien minuten durende, bezwerende “Blow Up”.

Een bedenking die doorheen het hele album maar in het bijzonder bij deze song opkomt, is dat De Kommeniste zich voor hun enige plaat duidelijk laten beïnvloeden hebben door PIL`s Metal Box zonder daar meteen een doorslagje van te willen brengen. Net als die Britse band zijn hier immers evenzeer invloeden te horen uit onder meer de punk en reggae maar wordt net zozeer voor een afstandelijker geluid gekozen, om de vervreemding van de vroege jaren tachtig te benadrukken. Het afsluitende “Kreten en gefluister” heeft een hardnekkige nukkigheid die niet kan verbergen dat de band finaal toch meer van experiment houdt om zomaar een rechttoe rechtaan nihilistische song te brengen. Het album is een duidelijke stap vooruit ten opzichte van de eerdere ep waar de groep zich nog beperkt tot zuiverdere postpunk, met meer nadruk op punk, en die hoewel meer dan de moeite waard, de groep niet eenzelfde blijvende cultstatus zou bezorgd hebben.

De liveversies, demo-opnames op de bijhorende cd, vormen vooral een leuk curiosum maar dragen, mede door de geluidskwaliteit weinig bij, behalve voor wie horen wil hoe de groep evolueerde. Dat laatste geldt ook voor The Plant-nummers die hier opgenomen zijn en laten horen hoezeer de band niet alleen van naam veranderde maar ook muzikaal een andere richting insloeg. ‘Plant Design” klinkt ironisch genoeg veel gedateerder in haar poppy vormexperimenten terwijl de drie liveopnames suggereren dat deze nieuwe variant van de groep live nog steeds de nodige potten wist te breken.

Met de heruitgave van 1000 Titels is een nieuw hoofdstuk uit de Vlaamse (Belgische) rockgeschiedenis ontsloten en nogmaals duidelijk gemaakt dat voor de opkomst van de `nieuwe` rockgoden alvast op muzikaal vlak Vlaanderen geen braakland vormde. Hoewel er gif op mag ingenomen worden dat De Kommeniste in de eerste plaats opnieuw onder de aandacht zijn gekomen van `oude fans`, mag gerust verondersteld worden dat ook een nieuwe generatie muziekliefhebbers het album in het hart zal sluiten. De `revival` van new wave, postpunk en aanverwanten is immers al enige jaren aan de gang, waarbij oude rotten en nieuwe stemmen met eenzelfde nieuwsgierigheid benaderd worden. 1000 Titels mag in die (ontdekkings)tocht niet ontbreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − zes =