Robert Seethaler :: Het laatste deel

Gustav Mahler? Geen componist is evenzeer verbonden met het Wenen van het fin de siècle als met de stad anno 2021. Destijds moderniseerde de man als operadirecteur het integrale instituut en de beleving van het genre, tilde het plaatselijke orkestwezen naar de hoogte waar het zich nog steeds bevindt en componeerde partituren die een wereld verklanken die in brand staat. Het Wenen van vandaag is wat het is dankzij Mahler (of toch voor een deel). Wie was de mens achter de componist, de dirigent, de kunstenaar? Robert Seethaler gaat er in poëtisch proza naar op zoek.

Der letzte Satz, zo luidt de titel van Seethalers jongste boekje. In de Nederlandse vertaling is dat Het laatste deel, want inderdaad verwijst het Duitse “Satz” in deze context onder meer naar een muzikale zin, een beweging, misschien zelfs een laatste grootse artistieke stuiptrekking. Conform zijn titel is dit boek compact qua lengte, wat niet hoeft te verbazen. De Weense Sigarenboer, Een heel leven en Het veld, Seethalers drie boeken die reeds in ons taalgebied werden gepubliceerd en waarmee de auteur zich wist te verzekeren van een schare bewonderaars, zijn niet wat je noemt turven van boeken. Ondanks de existentiële thema’s streeft de schrijver steevast naar beknoptheid, waarbij hij de handeling tot een minimum reduceert en bijgevolg literaire ruimte genereert voor de vraagstukken waaronder zijn personages uitdrukkelijk dan wel latent gebukt gaan.

Het effect is behoorlijk uniek: onder het mom van het dagdagelijkse leveren zijn karakters strijd met de menselijke conditie, en meer bepaald met de onkenbaarheid daarvan, of met een manifestatie in de gedaante van het noodlot. Zo voert Seethaler het personage Gustav Mahler niet op in concertzalen en plaatst hij hem slechts sporadisch in zijn kunstenaarsvertrek in Toblach. Het genie bevindt zich daarentegen van de eerste tot de laatste bladzijde op het zonnedek tijdens zijn laatste oversteek naar de Verenigde Staten, overgeleverd aan de elementen. Koude, koorts, wind: het overvalt hem, en met het zien van de golven herbeleeft hij flarden uit zijn leven. Pure willekeur? Of een vakkundig geconstrueerde biografie? De waarheid bevindt zich waar ze zich steevast ophoudt: ergens in het midden.

Voor de lezer is de ervaring alleszins ontregelend. Talloze momenten uit Mahlers levensloop zitten in het collectief geheugen gebeiteld, maar voor momenten van stilstand is in die memorie of dat intellectueel erfgoed uiteraard geen plaats. Het transport van het ene continent naar het andere is een tijdspanne waarin Mahler als scheppend artiest in zekere zin niet bestaat, hooguit manifesteert hij zich als lichaam – en net daarvoor interesseert Seethaler zich. Hij portretteert de componist achter de muziek, de dirigent in de coulissen, de grote geest gebogen boven een bord lauwe soep. Die keuze is opmerkelijk, maar ook noodzakelijk. Er zijn immers te veel anekdotes bekend waarmee de door idolatrie gekleurde blik niet overweg kan. Zo vindt menig Mahler-adept dat Alma zich in haar autobiografie te neerbuigend uitlaat over wijlen haar man, terwijl Seethaler diens nukkige, onvoorspelbare en bijwijlen tirannieke dan wel egoïstische natuur een plek probeert te geven in het totaalplaatje. Zijn schets is respectvol en toch scherp. Jazeker, Mahler was een van de grootste componisten aller tijden. En jazeker, Mahler stond het kunstzinnige ontluiken van zijn echtgenote in de weg, om nog maar te zwijgen van zijn gebrek aan talent voor familiale gezelligheid.

Analoog met Mahlers muziek, zeker voor wat de laatste symfonieën betreft, hanteert Seethaler een stijl waarin heden en verleden zich haast simultaan voltrekken. Het is een brug te ver om te beweren dat Mahler aan ijlen ten prooi valt, maar zijn denken is associatief geworden. Hij ziet scènes uit zijn huiselijke en artistieke leven voor zich, passages die zich als introspectief onderzoek laten lezen. Seethaler probeert daarmee niet tot een compleet begrip van de historische Mahler te komen, veeleer streeft hij een “mogelijkheid” na, alsof Het laatste deel een doorwerking is gebaseerd op feitenmateriaal. Hetzelfde procedé waarmee een componist uit thema’s een sonatevorm boetseert, gebruikt Seethaler voor zijn meanderende wandeling doorheen Mahlers ziekte, zijn besef van vergankelijkheid, zijn inzicht in de steken die hij heeft laten vallen om van zijn vrouw een gelukkige echtgenote te maken. Zo benoemt Het laatste deel zowel de grandeur als de kleine kantjes van de man, waarbij het boekje een delicate evenwichtsoefening blijkt tussen het clair-obscur van Mahlers geniale exuberantie.

Een gooi naar het etiket ‘grote kunst’ doet Seethaler met deze publicatie niet. Wel is het een fraaie excursie doorheen leven, werk en ziel van een monument uit de muziekgeschiedenis, een expeditie waarin feiten via fictie rijker en paradoxaal genoeg zelfs waarachtiger worden. Niemand weet bijvoorbeeld wat Freud en Mahler tegen elkaar gezegd hebben op 26 augustus 1910, maar slaat Seethaler niet de nagel op de kop als hij meent dat de componist het gesprek met nog grotere vertwijfeling verlaten heeft? Geen sterfelijk mens kan het navertellen, alleen in de eeuwigheid van de kunst kunnen antwoorden bestaan. ‘Al het vergankelijke is maar een gelijkenis’, zo schrijft Seethaler als echo van Mahlers achtste symfonie. Quod erat demonstrandum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − vijf =