Susanna Clarke :: Piranesi

In 2004 publiceerde Susanne Clarke haar eerste roman, Jonathan Strange & Mr Norrell. Ze had er tien jaar aan gewerkt en wist voor de publicatierechten niet minder dan 1 miljoen pond te verzekerem. Bloomsbury, de uitgeverij die de rechten kocht had er duidelijk vertrouwen in en drukte meteen 250.000 hardcover exemplaren van het werk, en verzekerde daarnaast niet minder dan zeven vertalingen nog voor het boek verschenen was. Een geplande film kwam er nooit maar in 2015 verfilmde BBC het werk wel tot een zevendelige reeks.

Kort na de publicatie van de roman sprak Clarcke nog over een vervolg maar behoudens een bundel met acht kortverhalen in 2006 (The ladies Of Grace Adieu And Other Stories) die een gelijkaardig thema en stijl kende, werd het opvallend stil rond de auteur die aan het chronisch vermoeidheidssyndroom lijdt. In 2019 werd dan toch een nieuw teken van leven gegeven met het nieuws dat Clarke aan een nieuwe roman werkte, Piranesi. De titel zelf verwijst naar de Italiaanse archeoloog, architect en kunstenaar Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) die bekend zou worden om zijn prachtige gravuren en etsen van zowel Rome (Antichità romane de’ tempi della Repubblica e de’ primi Imperatori, 4 delen gepubliceerd tussen 1747 en 1756) alsook van imaginaire kerkers (Invenzione capri(ciose) di Carceri, 1749-1750).

Hoewel Piranesi leefde vlak voor de Napoleontische tijd (1799-1815), het tijdperk waarbinnen Jonathan Strange & Mr Norrell zich afspeelt, heeft Clarke ditmaal niet voor een (alternatieve) geschiedschrijving gekozen. Bij de start van het boek is zelfs helemaal niet duidelijk wanneer het verhaal zich afspeelt, laat staan of het wel in de bekende (zij het licht andere) wereld is. De hele roman wordt immers verteld vanuit het standpunt van de ik-verteller die zichzelf voorstelt als Piranesi, een naam die de Ander hem gegeven heeft. Samen met de Ander woont hij in wat hijzelf het Huis noemt, een reusachtig labyrinth van zalen vol standbeelden waar het weer (de getijden) ook huis in houden. Twee keer per week ontmoet hij de Ander waarna ze hun ontdekkingen en onderzoeken met elkaar vergelijken.

Piranesi schrijft zijn gedachten en belevenissen neer in notitieboeken aan de hand waarvan ook de lezer meer te weten komt over de wonderlijke wereld waarin hij zich begeeft. Het eerste wat opvalt, is dat behoudens vogels en vissen er geen andere levende wezens lijken te zijn. Wel zijn er dertien doden die Piranesi tijdens zijn tochten ontdekt heeft en allemaal een eigen naam gegeven heeft. Elke dag brengt hij hen een bezoek en een klein offer terwijl hij nadenkt over de mogelijkheid over het bestaan van andere mensen in het verleden of de toekomst. Een tweede zaak die snel opvalt maar waar Piranesi zichzelf geen vragen bij lijkt te stellen is dat hoewel hijzelf kledij maakt op basis van wat hij vindt in het Huis (gemaakt van oa zeewier), de Ander steevast netjes gekleed lijkt en vaak andere kledij draagt, en Piranesi af en toe ook van (nieuwe) gebruiksvoorwerpen voorziet.

De Ander is gefocust op een ritueel dat volgens hem de Grote en Geheime Kennis zal ontsluiten en is daar tot op heden weinig succesvol in. Op een dag vermeldt hij het bestaan van een andere levende mens die als de Zestiende aangeduid wordt. Hoewel de Ander Piranesi waarschuwt geen contact met hem te hebben, omdat hij kwade bedoelingen heeft, kan Piranesi de drang niet weerstaan deze toch op te zoeken en te vragen naar de Verre gebieden waar deze verblijft (de Verre gebieden maken deel uit van het Huis dat Piranesi niet heeft bezocht). Wanneer Piranesi een brief vindt van een zekere Laurence beantwoordt hij deze en komt hij niet veel later ook met hem in contact.

Laurence ontkent de Zestien te zijn en benoemt de Ander met een andere naam, daarenboven spreekt hij over andere werelden en lijkt hij meer te weten over de dertien doden. Piranesi besluit de ontmoeting met de man die hij als de Profeet beschouwt geheim te houden voor de Ander, die hij niet langer helemaal vertrouwt. Wanneer de Zestien opnieuw opduikt, volgt Piranesi deze zonder rechtstreeks contact te zoeken. Hij blijft angstig voor deze onbekende maar ontdekt dat de Ander evenmin eerlijk was en dat hij zich bepaalde dingen niet meer lijkt te herinneren terwijl zijn notitieboeken evenmin het antwoord hebben. Terwijl Piranesi zich steeds meer van zijn eigen verleden tracht te herinneren, groeit ook zijn vertrouwen in de goede bedoelingen van de Zestien en beschouwt hij de Ander steeds minder als een vriend die hem de waarheid vertelt over het Huis en haar (vroegere) bewoners.

Clarke neemt uitgebreid de tijd om de wereld van het Huis te beschrijven en hoe Piranesi daar zijn grotendeels eenzame leven leidt. Hoewel ze in haar beschrijvingen het Huis enigszins tot leven weet te brengen alsook de dagdagelijksheid van Piranesis bestaan moet erkend worden dat dit lang aansleept. De Ander roept al snel wantrouwen op maar Clarke blijft de contacten tussen hem en Piranesi kort houden zodat de lezer hiervan pas laat in de roman meer te weten komt. De tussenkomst van Laurence die een heel ander licht op het verhaal werpt, voelt daardoor als een snelle plottwist aan die nodig is om het verhaal een ander pad in te laten slaan alvorens het opnieuw zijn slakkengangetje gaat.

Hoewel niet ontkend kan worden dat Clarke een wereld weet op te roepen en het nodige vakmanschap heeft om het verhaal nergens te laten verzanden blijft het ook te veel steken in enkele goede ideeën die meer uitwerking hadden kunnen gebruiken. Bij het verschijnen van de roman werd die meteen internationaal lovend onthaald en ook in het eigen taalgebied lijkt de consensus te bestaan dat Clarke opnieuw een treffend werk geschreven heeft. De naïviteit en eerlijkheid van Piranesi lijkt een snaar te raken evenals de onderliggende reflectie over het bestaan en de wereld. Het is te veel lof voor een roman die de verwachtingen niet waar kan maken en hoogstens enkele uren aangename verpozing brengt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =