David Mitchell :: Utopia Avenue

Ze dragen de zonden van de wereld op hun schouders en worden gehoond omdat ze al lang niet meer mee zijn met een wereld in verandering. Voor zowat iedereen zijn ze niet minder dan de generatie die de wereld op het randje van bankroet bracht nadat ze er eerst alle verboden vruchten van plukten. Discussies met hen worden vaak laconiek en spottend afgesloten met een ‘Ok, Boomer’ alsof hun meningen niet eens een antwoord verdienen. Nochtans stond een aantal onder hen alvast op de barricades van de tegencultuur en braken ze een lans voor wat heden ten dage niet eens meer ter discussie staat.

Opgegroeid in de naoorlogse jaren is het de generatie die in de jaren zestig rock-`n-roll en folk onder meer met psychedelica een nieuwe injectie gaf en een niet onaanzienlijke hoeveelheid klassieke bands en albums genereerde. De swinging sixties, die zich voornamelijk in Londen centreerden, gaven nieuwe impulsen die bijna zestig jaar later nog steeds weerklank vinden. De periode en de plaats vormen dan ook de gedroomde achtergrond voor een verhaal dat de focus legt op een jonge band en haar poging muzikaal door te breken. In een notendop is dat laatste ook de samenvatting van David Mitchells nieuwste roman Utopia Avenue, al is dat niet meer dan een heel summiere samenvatting van wat opnieuw een ijzersterke roman geworden is.

Nadat hij in zijn vorige roman Tijdmeters (The Bone Clocks, 2014) het fantasy-element doorheen de hele roman liet schemeren, neemt hij met dit verhaal opnieuw gas terug waardoor het veel meer aansluit bij Dertien (Black Swan Green, 2006). Ook de vertelstijl is rechttoe rechtaan, waarbij de verschillende hoofdpersonages relatief snel met elkaar in contact komen en via aparte hoofdstukken hun belevenissen en hun kijk op de gebeurtenissen centraal staan. Hoewel Micthell voornamelijk drie stemmen aan het woord laat, mag Dean Moss als het voornaamste personage gelden. Geboren in een arbeidersmilieu in Gravesend, trekt hij op relatief jonge leeftijd naar Londen in de hoop het daar waar te maken als muzikant.

Bij de start van het verhaal is hij net ontslagen uit zijn band Battleship Potemkin en zit hij vrijwel op zwart zaad met een hoop schulden daarbovenop. Wanneer hij na het innen van een laatste checque wordt beroofd, alleen op straat komt te staan en ook nog eens zijn job in een bar verliest, is hij bereid op te geven. Diezelfde avond maakt hij echter kennis met de Canadese homoseksueel en manager Levon Frankland die hem een slaapplek aanbiedt zonder hier iets tegenover te stellen. Frankland neemt Dean die avond mee naar een club waar de band Archie Kinnocks Blues Cadillac optreedt omdat hij Deans mening over de band wil horen. Het wordt Dean al snel duidelijk dat Frankland vooral geïnteresseerd is in gitarist Jasper De Zoet, want de band zelf is waardeloos, al toont ook drummer Peter “Griff” Griffin het nodige talent.

Frankland weet het zo te orchestreren dat tijdens een pauze in het optreden Archie Kinnock te weten komt dat de al even talentloze bassist het met zijn vriendin aanpapt waarna de band uiteenspat. De radeloze clubeigenaar laat zich ervan overtuigen om Dean als bassist samen met De Zoet en Griff een aantal covers te brengen (ook het repertoire van Kinnock bestond voornamelijk uit covers). Frankland erkent na de geslaagde show tegenover de drie dat hij van plan is een band samen te stellen en hen erbij wil. Een tweede hoofdstuk verlegt de focus naar folkzangeres en pianiste Elf Holloway die een bescheiden hit scoorde met haar Australische partner Bruce Fletcher die haar te kennen geeft dat niet alleen de platendeal er niet komt maar dat hij haar ook definitief verlaat.

Holloway, die duidelijk opgegroeid is in de betere milieus, tracht tegenover haar familie de breuk te verbergen, maar wanneer ze bij het geplande optreden van het duo solo speelt, is het nieuws van de breuk al wijdverspreid. Frankland en de andere drie zijn ook aanwezig en bieden Elf een plek aan in de band. Volgens Levon brengt elk van hen immers een eigen toets en eigenheid mee, met naast de folk van Elf en de psychedelica van De Zoet ook de blues van Dean en de jazz van Griff, waardoor de som wel eens meer zou kunnen zijn dan de delen. Uiteraard gaat Elf akkoord waarna ook De Zoet een eigen introductie krijgt. Als buitenechtelijk kind van een rijke Nederlandse vader en Engelse moeder groeide hij grotendeels op in een dure kostschool, al worstelt hij ook duidelijk met autisme en gebrekkige sociale vaardigheden (al wordt het nooit als dusdanig beschreven).

Hoewel de vier een verschillende achtergrond en persoonlijkheid hebben, stellen ze al gauw vertrouwen in elkaar en bouwen ze een vriendschap met elkaar op die door Mitchell treffend wordt beschreven terwijl hij per hoofstuk van perspectief wisselt. Die hoofdstukwissels bouwt hij bovendien op volgens de songs die Elf, Dean en De Zoet schrijven en die op de verschillende albums van de drie bands verschijnen (en dus ook de delen van het boek vormen, met een afsluitende epiloog). Het gestage succes van de band mag dan wel voor de hand liggen, het is niet zozeer daar waar de nadruk op komt te liggen, als wel de strijd die ze voeren en de verlangens die ze hebben om met hun muziek iets van waarde te creëren. Persoonlijke tegenslagen en tragedies vormen daarbij een even grote rol als hun verleden,  waarbij in het bijzonder het verleden van Dean en De Zoet aandacht vraagt.

Dean verloor zijn moeder op jonge leeftijd en werd grotendeels opgevoed door een oom en tante voordat zijn alcoholische en vaak gewelddadige vader hem opnieuw in huis neemt. De breuk en worstelingen met zijn vader blijven als een donkere schaduw doorheen de hele roman boven Deans hoofd hangen, terwijl zijn oudere broer net tracht een verzoening tussen beide op te starten. Ook De Zoet heeft nauwelijks contact met zijn familie, behalve met zijn grootvader, en ontwikkelt in volle puberteit pyschoseaanvallen. Zijn klasgenoot en enige vriend Formaggio brengt hem naar Nederland waar hij enkele jaren in een instelling verblijft en zichzelf gitaar leert spelen. De in een arbeidersgezin uit Yorkshire opgegroeide Griff krijgt in een hoofdstuk alle aandacht, maar speelt in de levens van de anderen net zo goed een belangrijke rol door de manier waarop hij alles laconiek lijkt te aanvaarden en steun is voor de anderen.

Uiteraard kan je in een roman die zich afspeelt in het muzikale milieu van de jaren zestig niet voorbijgaan aan de muzikanten die in deze periode ook opkomen of gevestigd zijn (David Bowie, Jimi Hendrix, Small Faces,…) maar de cameos die Mitchell hen toebedeelt, ogen nooit gratuit en voelen vooral natuurlijk aan. De focus blijft op de vier bandleden en hun rechtstreekse omgeving liggen waardoor de lezer ook met hen en hun gebeurtenissen (zowel op professioneel als persoonlijk vlak) blijft meeleven. Dat Mitchell al zijn romans in eenzelfde universum plaatst, is geweten en hoewel De Zoet een overduidelijke verwijzing is naar Jacob De Zoet (De niet verhoorde gebeden van Jacob De Zoet / TheThousand Autumns of Jacob De Zoet, 2010) duiken ook andere personages uit vorige romans al dan niet in bijrollen op.

Het meest uitgesproken is dit bij Jasper De Zoet. Over hem wordt niet enkel bevestigd  dat hij een nakomeling is van Jacob, maar ook dat gebeurtenissen uit die roman een rol spelen in zijn conditie en meer bepaald zijn psychoses. Via De Zoet zelf wordt immers geïnsinueerd dat hij niet schizofreen is, maar wel bezeten, wat in het laatste deel van het verhaal leidt tot een terugkeer van het personage Marinus. Hij kende niet alleen Jacob, maar is ook een van de `onsterfelijken` uit Tijdmeters. Het is een verhaalelement dat slordiger en misschien zelfs onnodig uitgewerkt wordt, in het bijzonder omdat de knipoog naar Geestesverwantschap (Ghostwritten, 1999) beter en subtieler verweven is in het verhaal. Het is een kleine smet op een roman die verder uitstekend uitgewerkt is en een Mitchell in topvorm toont.

Utopia Avenue is de achtste roman van David Mitchell en toont eens te meer aan waarom hij als schrijver weinig gelijken kent. Of het nu een dystopische toekomst betreft, een mozaische vertelling, coming of age of zelfs een fantasy-thriller, steevast weet hij de nadruk te leggen op zijn personages en hen te portretteren als mensen van vlees en bloed waarbij de omgeving waarin ze leven en figureren mee tot leven komt. In het geval van Utopia Avenue leidt dat zelfs tot een haast tastbaar worden van de songs van de band zelf, waardoor het in zekere zin zonde mag heten dat ze niet te horen zijn. Het meer fantasy-achtige hoofdstuk te na gelaten portretteert Mitchell in deze roman een verhaal van vriendschap middels de muziek in een tijdperk dat alle waarden nog maar eens op de helling kwamen te staan, op een manier dat de lezer het gevoel heeft er zelf bij aanwezig te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =