Ryan Adams :: Ryan Adams

Ooit zal Ryan Adams als beste songschrijver van zijn generatie het krediet krijgen dat hij verdient. We poneren het graag met het nodige aplomb, maar het wordt even snel enthousiast weggelachen. Dat de man lang een broertje dood had aan zelfbeheersing en kwaliteitscontrole, helpt daar niet aan. Maar dit album is alvast een veel steviger argument voor Adams’ legende dan de vorige zeven.

Niet zo heel lang geleden stond Ryan Adams met enkel een gitaar en een Emperor T-shirt op het podium van het Koninklijk Circus. Hij putte er bijna drie uur lang uit een dik boek vol prachtsongs tussen kale country, miserabele klaagzang en inventief rockende niemandalletjes. Even achteloos slingerde Adams zelfspot als dikke plakken melancholie de zaal in: een ligamentenbedreigende fingerpickstrumhier en een loepzuiver aangehouden “sweeeeet” daar.

Iets langer geleden stond Adams op datzelfde podium met zijn Cardinals, een hele hoop lawaai, rock ‘n’ roll en een hyperkinetische setlist vol songs waarvan niet helemaal duidelijk was of ze op hoogst geniale wijze tot medleys werden gebrouwen of over elkaar heen tuimelden. Het concert eindigde met een razende versie van het anders bloedmooie en breekbare “I See Monsters” dat Adams — gehuld in Batman-shirt en wolvenmasker — uit een Grateful Deadcover toverde.

Om maar te zeggen dat Ryan Adams niet voor een gat te vangen is. Dat hij de eerste tien jaar van dit millennium in een waas van alcohol, drugs en verwarring doorbracht en dat financierde met alle kanten uit stuiterende albums en concerten vol verborgen parels, is alom bekend. Zijn vorige album Ashes & Fire leek na de breuk met de Cardinals en het huwelijk met Mandy Moore een overtuigende stap richting ‘degelijke, Amerikaanse songschrijverij voor fijnproevers’, met meer kwaliteitscontrole dan anders.

En toch is verbazen het eerste dat Ryan Adams doet. Over de hoes die behoorlijk aan die van Bryan Adams’ Reckless doet denken (dat lettertype kan geen toeval zijn). Over de wel erg constante hoge kwaliteit van de songs. En over het geluid dat meer galmende en op stadionambities geproducete eighties rock is dan de gevoelige Americana van zijn vorige album en tournee.

Maar goed dat Ryan Adams is! Goed! Met fantastische songs, refreinen die na een halve beluistering al in je hoofd blijven hangen, melodieën en gitaarspel zoals op elpees uit vroeger tijden. En songs, mensen! Songs! Dat we zelf even versteld stonden van hoe lang het geleden was dat we nog zo enthousiast waren geweest over een plaat waar geen drop, vage dub of inventieve klanktapijten aan te pas kwamen.

“Gimme Something Good” opent ergens tussen Roxy Music en Tom Petty. “Kim” swingt subtiel weg van vertrouwde Americana-wateren, in “Trouble” gaat Adams voor zijn beste Johnny Marrimitatie en zelfs de meest doorgewinterde Bruce Springsteenkenner is wijs te maken dat “I Just Might” en erg obscuur nummer van The Boss is. “Stay With Me” heeft dan weer erg dicht tegen iets van ZZ Top gelegen.

Ryan Adams citeert zonder gêne uit zijn ruime invloedenkast, maar met het vertrouwen en de inventiviteit van een muzikant die zijn eigen stem en verhaal intussen kent. En hij brengt met “Shadows”, “Let Go” en “Tired of Giving Up“ ook songs die op zijn oudere albums hadden kunnen staan. “My Wrecking Ball” is zelfs een zeer geslaagde afstammeling van de soloversie van “Let It Ride”.

Het maakt van Ryan Adams een album dat uit meer vaatjes tapt dan Adams’ vorige twaalf, maar dat toch consistenter en meer solide klinkt dan alles wat hij sinds Heartbreaker uitbracht. De vrolijkste Frans zal Ryan Adams allicht nooit worden, maar het valt ook op hoeveel plezier, humor en relativering uit dit album borrelen: wat op zijn debuut volledig afwezig was. Niets revolutionair, wereldschokkend, hip of baanbrekends. Wel topsongs van een geniaal songschrijver en een van de albums die u dit jaar moet horen. Moèt, jazeker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 7 =