DIT WAS 2020: Avondlicht :: “Ik beschouw mezelf als vertaler van iets dat in de lucht hangt”

Noem Matthias ‘Avondlicht’ Dziwak niet zomaar een producer, maar eerder een dromer en vertaler van menselijke emoties. Dat is duidelijk te horen op zijn debuut Hyperromance, dat ons in het voorjaar meenam naar andere werelden. Een uitgebreid gesprek met de maker van een van de mooiste platen van het jaar.

We worden ontvangen in Dziwaks creatieve biotoop aan de Hertstraat in Deurne, in de gebouwen van de voormalige brouwerij De Ridder. De Antwerpenaar heeft al sinds augustus 2019 z’n studio in het gebouw vlakbij het OLT Rivierenhof, maar iedereen – zo’n acht creatievelingen – moet er weg tegen eind dit jaar. “Beter leegstand dan leven, jammer genoeg”, zegt hij. “Gelukkig heb ik een paar opties: ik kan intrekken bij vrienden of denk eraan om een container in te richten als studio. Maar het is wat het is”, relativeert hij terwijl de zachte elektronica van Eartheater in de ruimte weerklinkt.

We kijken met de Antwerpenaar terug op het in april verschenen Hyperromance, een prachtige culminatie van een emotionele en geografische reis van de afgelopen jaren. “In de aanloop naar de release praat je vaak over de plaat en dan stopt het plots. In de muziekwereld gaat het helaas zeer snel. Ik ben zelf helemaal geen flitsende mens, bij mij mag het allemaal wat rustiger zijn en langer duren. Door corona gaat het allemaal een pak trager, dus sinds de release van het album is de beleving anders uitgedraaid dan ik had gedacht. Er stond in Cactus Club een optreden gepland met Weval en Nathan Fake, maar dat is ondertussen al twee keer verplaatst.”

“Al te vaak wordt een artiest vergeten en moet je snel met nieuw materiaal komen. Nu is dat helemaal anders: het ziet ernaar uit dat ik er anderhalf jaar na de release nog altijd mee bezig zal zijn, wat ik op zich wel leuk vind. Toch besef ik ook dat de coronacrisis in de muzieksector heel wat heeft doodgeslagen. Maar ik probeer te focussen op het positieve.”


enola: Het is al vijf jaar geleden dat je met Oaktree het schitterende Amalgamation uitbracht. Met Hyperromance heb je pas dit jaar je debuutplaat uitgebracht. Je lijkt me niet echt een muzikant die zich laat opjagen?

“Klopt, maar ik besef ook dat ik van ver moet terugkomen. Zoals reeds gezegd, gaat in muziekland alles erg snel. Ik heb mezelf nooit laten opjagen, maar toen ik uit mijn creatieve grot kroop, dacht ik wel: “Misschien had ik iets eerder moeten uitbrengen.” Maar dat is mijn beeld achteraf, ik heb de voorbije jaren nooit gedacht dat ik al een nummer moest uitbrengen. Ik wou blijven werken, kneden en schaven tot ik tevreden was. De afgelopen jaren waren ook een leerschool; ik wilde mijn producties op een hoger niveau brengen en mijn beleving van muziek maken ontdekken. Daarmee bedoel ik: wat betekent muziek voor mij en welke plaats wil ik dat in mijn leven geven? Om dat voor mezelf uit te klaren, hielp het wel om die druk van buitenaf los te laten. Anders ga ik het enkel doen omdat er bepaalde verwachtingen zijn.”

enola: Je bent er in ieder geval in geslaagd om van Hyperromance een zeer persoonlijke plaat te maken. Kan je iets meer vertellen over die zoektocht naar de grens tussen dromen en realiteit?

“Het opzoeken van grenzen is ergens eind 2016 begonnen, toen ik begon te reizen en aan Hyperromance begon te werken. Het was bijvoorbeeld mijn droom om in het buitenland aan muziek te werken. Zes à zeven maanden was ik dat werkelijk aan het doen. Uiteraard zit er een keerzijde aan, want nadien ga je sowieso terug naar een minder romantische realiteit. Maar dat hoort erbij. Het is alleen mogelijk om zo’n idyllische ervaring te beleven als er een contrast tegenover staat. Als het hier in België altijd rozengeur en maneschijn zou zijn, had ik dat euforische in Lissabon misschien niet gevoeld. Ik heb het vroeger vaak moeilijk gehad met de realiteit van de dagelijkse leven, maar ik besef nu dat je niet altijd op een high kan zitten. Nu kan ik ook meer genieten van de kleinere, dagelijkse dingen zoals in deze ruimte waar ik mij de afgelopen tijd comfortabel voelde.”

enola: Is België nu even inspirerend als het buitenland?

“Nee, hier voel ik niet hetzelfde als in het buitenland. Als ik niet de taal spreek, pik ik voornamelijk de leuke en spannende dingen op. Hier zijn er zo veel zaken die mij droevig maken. In het buitenland ontsnap je daar makkelijker aan. Ik vind Vlaanderen ook vaak heel bekrompen en daar kan ik vaak op vastlopen. In het buitenland word ik minder geconfronteerd met de mindere kanten – terwijl die er wel zijn.”

enola: Naast dromen en reizen keert escapisme ook telkens terug in je werk.

“Muziek is voor mij altijd escapisme geweest, een middel om te ontsnappen aan de realiteit. Ik luister ook vooral naar muziek die mij helemaal overneemt, zoals All Melody van Nils Frahm. Dat is meer sounddesign dan muziek, er zitten zo veel details in dat ik mezelf kan verliezen in de warmte en de sfeer van de muziek. Iemand als Frahm creëert een wereld waarin je kan verdwalen. Ik probeer ook zelf zo’n universum te creëren waarin je kan verdwalen en dingen verborgen zitten. Ik zie muziek graag als een groot landschap waarin je dingen kan ontdekken. Het is toch bangelijk om in een schoon stuk natuur elementen te blijven zien? Na een tijd vergeet je dat je al zo lang naar dat ene statische beeld kijkt.”

“Hoe komt het dat ik zo vatbaar ben voor escapisme? Ik denk dat het voortkomt uit een onbewuste ontevredenheid. Ik zou soms graag de dingen anders willen dan ze hier en nu zijn. Dat escapisme stuurt op die manier mijn levenspad, ideeën en dromen. Momenteel heb ik nieuwe ideeën en dromen voor de toekomst die zich nu vertalen naar iets escapistisch, iets dat misschien binnen vijf jaar geen droomwereld meer is. Daar proberen aan te werken, is voor mij zingeving, en reizen maakt daar sowieso deel vanuit.”

enola: Hebben jouw ingenieursstudies ook impact op je muziek gehad? Ik las dat je thesis ging over akoestiek in klassieke concertzalen.

“Ik denk dat ik na mijn studies eerder mijn toevlucht gezocht heb in muziek als een soort tegenbeweging. Van mijn 18de tot mijn 23ste studeerde ik voornamelijk droge koek. Ik was en ben nog altijd gepassioneerd door fysica en wiskunde, maar het is allemaal zeer rigide. Het is wat het is. Er is weinig dat voor interpretatie vatbaar is. Tijdens mijn studies miste ik al die vrijheid van interpretatie en de verschillende invalshoeken. Ik wou ook minder zwart-wit leren kijken naar de wereld. Amalgamation verscheen een half jaar nadat ik was afgestudeerd. Op die manier ben ik na mijn studies vrij snel in een professioneler muzikaal kader beland. Misschien had ik zonder de stap in de muziekwereld niet gezet.”

enola: Hyperromance is ook een zeer veelzijdig album geworden: we horen techno, ambient, postrock en moderne klassieke muziek. Hoe ben je bij de mix van die verschillende muzikale achtergronden terechtgekomen?

“De plaat is een mix geworden van luistermuziek en clubcultuur. Ik kan heel hard genieten van een rustig muziekje thuis en evengoed in een club staan dansen en mij laten overnemen door kicks en bassen. Die twee werelden wou ik ook niet van elkaar afscheiden. Al die verschillende stijlen zitten door elkaar op de plaat. Ik wou die verweven tot een geheel waar voor al die aspecten een respectvolle plaats is. Toen ik lange tijd samenwoonde met vrienden was onze hoofdactiviteit muziek beluisteren. Op die manier heb ik ook een zeer uiteenlopende input gekregen. Ik zou ook niet zomaar een pure technoschijf kunnen maken. Ik probeer niet in één format te denken, liever muren tussen verschillende kotjes afbreken en door elkaar laten lopen.”

enola: Vond je het bizar om in oktober in de Botanique voor een zittend publiek te spelen?

“Nee, integendeel, dat optreden heeft me heel veel deugd gedaan. Ik heb namelijk zeer lange tijd niet graag op een podium gestaan; het begon ambetant aan te voelen om het publiek te dicteren wat het moest zijn. Dankzij corona heb ik wat langer kunnen denken over een liveshow en kon ik een andere, visuele ingeving bedenken. Ik vond het bangelijk dat mensen konden zitten en de show een soort cinema was. Ik wilde een trip maken waarin ze kunnen verdwijnen of zich kunnen laten meeslepen. Het voelde voor mij vrij interpreteerbaar aan. De projecties leiden bovendien de aandacht af van mijn persoon – in het beste geval zag je een schim van mij. Zo zie ik mijn rol als muzikant ook: meer als een vertaler van iets dat in de lucht hangt en dat met instrumenten wordt omgezet naar iets hoorbaar. Het belangrijkste zijn de input en output en niet de persoon die er tussen zit.”

enola: Jouw kijk contrasteert wel fel met de normale gang van zaken in de wereld van de elektronische muziek waarin een dj vaak als centrale persoon het publiek opzweept en de aandacht naar zich toe trekt.

“Als ik ga clubben, maakt het niet uit wie er staat te draaien, het gaat om de muziek. Pas op, ik kan ook genieten van een eenheidsgevoel in de massa. Daar heeft uiteraard de dj een belangrijke rol in als vertaler, maar ik zou graag eens een set bijwonen waarbij de dj helemaal achteraan staat of onzichtbaar is. Zou het publiek dan even hard dansen? Ik vind dat er een groot deel van de aandacht gaat naar iets dat er niet toe doet. Als producer probeer ik daarin gaandeweg wat onzichtbaarder te worden. Zo speel ik met het idee om ooit een installatie te bouwen waarin de muzikant geschrapt wordt en vervangen door een machine die gestuurd wordt door algoritmes gelinkt aan bewegingen van mensen. Stel je voor dat iemand binnenkomt en wordt opgenomen in het systeem. Dan komen er nog mensen bij en hun bewegingen maken de muziek intenser – of net niet als ze bijvoorbeeld gaan zitten. De verpersoonlijking van muziek wordt zo meer en meer geschrapt. Maar nu komt de wetenschapsknobbel misschien wel te veel in mij naar boven. (lacht) Of misschien komt dat idee voort uit het feit dat ik geen fan van de overdreven focus op hoe iemand eruit ziet. Het is niet omdat ik muziek maak dat ik meer waard ben dan anderen.”

enola: Vanwaar komt de artiestennaam Avondlicht eigenlijk?

“Ik vind het moment dat avondlicht binnenvalt een zeer mooi moment van de dag. Er hangt iets in de lucht, maar ik kan er nog altijd niet de vinger op leggen. Er heerst bij mij alleszins een soort melancholie en ik weet niet vanwaar dat komt.”

enola: Je hebt net nieuw ambientwerk uitgebracht. Relinquishment Into A State Of Selfless Being is een 17 minuten lang nummer dat een rustgevende flow kent. De eerder meditatieve soundscape mocht van mij langer geduurd hebben.

“Het nummer is een stuk uit een opname van een paar uur. Terwijl ik die aan het maken was, vergat ik alles wat aan het gebeuren is. Ik zat in een soort van trance, het was een zeer rustgevende plek voor mij waar ik geen zorgen had en met niets anders bezig was. Ik vond dat persoonlijk een mooi stuk dat naar buiten mocht komen. Aan sommige nummers op Hyperromance ben ik twee jaar bezig geweest, van sommige nummers heb ik wel tien verschillende versies. Het was soms een lijdensweg, waar ik achteraf uiteraard tevreden van was en uit geleerd heb. Maar dit nummer is een totaal andere benadering. Het duurt 17 minuten en is ontstaan op 17 minuten. Dat is een totaal andere insteek. Ik heb dat nummer geaccepteerd voor wat het is. Het had misschien wat langer mogen duren, maar dan zou het niet zo interessant geweest zijn. Ik vond dat een heel interessante ervaring. Het was een persoonlijke revelatie, een welgekomen perspectief op muziek maken: het is wat het is en mezelf minder druk opleggen. Bij Hyperromance wou ik een bepaald beeld op plaat krijgen en het heeft lang geduurd eer ik er was. In de toekomst zal een beetje een combinatie van de twee methodes worden.”

enola: Wat is het eerstvolgende muzikale project?

“Ik zou graag de komende maanden werken aan nieuwe nummers. Ik heb al een bepaalde sfeer in mijn hoofd; ik zie wel nog of het een combinatie van losse nummers, een lange luistertrip of een single van drie minuten zal worden. Ik denk ook aan piano, bits en bleeps met modulaire synths, en iets rustiger, met textuur en details. Maar ik heb ook nog wat hardere schijven met breaks liggen. Misschien gaan beide richtingen zoals bij Hyperromance wel weer naar elkaar toegroeien, maar ik ga er sowieso weer geen drie jaar aan werken.” (lacht)

“Zo lang aan een album werken, draag je met je mee voor de rest van je leven. Pas als de plaat uit is, kan je het helemaal loslaten. Hyperromance is een deel van mijn leven geworden. Het is een soort dagboek van een stuk van mijn leven geworden. Als ik de plaat binnen pakweg tien jaar nog eens vastneem, zullen de titels nog altijd verbonden zijn met momenten uit die periode”, besluit Dziwak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − een =