Charlotte Vanden Eynde :: ‘Wat je ook doet met je lichaam, men gaat er altijd betekenis in leggen.”

Naar aanleiding van haar langverwachte voorstelling I’m Sorry It’s (Not) A Story hadden we een gesprek met Charlotte Vanden Eynde over haar lange stilte, haar werkproces en het probleem van betekenis geven.

Charlotte Vanden Eynde studeerde als tweede generatie studente af aan P.A.R.T.S., de hedendaagse dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ze is nooit de meest virtuoze danseres geweest. Onder het motto ‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’ ging ze van meet af aan op zoek naar manieren om zo weinig mogelijk te dansen. Haar producties kennen dan ook een eerder statische en sculpturale inslag. Met voorstellingen als Lijfstof (2000) probeerde ze door de confrontatie met objecten het lichaam van zijn alledaagse betekenis te ontdoen. In vreemde constellaties lijkt het lichaam meer op een homp vlees dan op de drager van gedachten en gevoelens. Deze benadering van het lichaam werd toen heel enthousiast onthaald. Na Beginnings/Endings (2005) heerste er vier jaar stilte.

Charlotte Vanden Eynde: “Ik was al een tijdje aan het denken om efkes te pauzeren. Soms kun je het gevoel krijgen dat je niet meer goed weet hoe artistiek verder te gaan. Misschien dat je dan ook wat herbronning nodig hebt. Ik voelde dat vooral aan als een soort afstand nemen en dan wachten tot je opnieuw zin krijgt. Je mag het niet uit ‘verplichting’ doen, omdat de mensen nu eenmaal verwachten dat je iets maakt. Dat was eigenlijk de belangrijkste reden. De vorige voorstelling Beginnings/Endings is ook redelijk moeilijk verlopen. Er kwam niet veel respons. Een van de dansers wilde toen ook niet meer meedoen. Dat kan je wel wat ontmoedigen. Het was zo een beetje een samenloop van omstandigheden.”

goddeau: Na vier jaar weer met volle goesting in de studio gekropen?

Vanden Eynde: “Ja, absoluut.”

goddeau: Ging het vanzelf?

Vanden Eynde: “Mja, het was toch efkes inwerken. Het was de vraag hoe te beginnen en hoe er een weg in te vinden. Ik wou vrij open beginnen en niet al met een duidelijk beeld zitten van wat ik wou gaan doen. Gewoon zien wat er komt. Eens ik dan gestart was ging dat echt supergoed. Het was, afgezien van een productie uit de tijd dat ik nog studeerde, de eerste keer dat ik een hele voorstelling helemaal alleen maakte. Ik vond dat echt wel heel fijn. Je kunt veel sneller beslissingen nemen omdat je aan niemand verantwoording moet afleggen.”

goddeau: Hoe ga je dan te werk als je met een volledig onbeschreven blad de studio in trekt?

Vanden Eynde: “Je kunt jezelf opdrachten geven. Als je alleen werkt, kun je dat heel open houden. Ik heb een videocamera aangezet en me daarvoor gezet op een stoel en dingen gezegd. Gewoon laten opkomen wat je voelt of denkt. Ik heb dingen met objecten geprobeerd of ik kon gewoon muziek opzetten en wat bewegen zonder dat ik op voorhand de bewegingen had uitgedacht. Ik heb ook eens gewerkt met kinderverhaaltjes die op cassette worden voorgelezen, waarbij ik gewoon deed wat er in mij opkwam. Dat heb ik gefilmd met de videocamera. Na twee weken had ik het gevoel dat ik met die bewegingen verder wilde werken. Daaruit pikte ik de interessante dingen die ik dan verder uitwerkte. Zo krijg je langzaamaan een idee van waarover het zou kunnen gaan. Ik vond het heel boeiend om te werken met dat gegeven van beweging terwijl ik in mijn vorig werk bijna altijd objecten gebruikte en toch wel meer beeldend werkte. Het is een onderzoek naar hoe je enkel met beweging toch beelden kunt oproepen of een emotie vertalen zonder dat het heel illustratief wordt.”

goddeau: Het is niet de gemakkelijkste voorstelling. Kun jij zeggen waar ze precies over gaat?

Vanden Eynde: “Neen, want het is niet de bedoeling dat het per se ergens over gaat. Dat zegt de titel eigenlijk ook. Je kunt er van alles uithalen. Er zijn mensen die zeggen dat het over volwassen worden gaat. Het kan wel dat dat erin zit, maar ik heb dat er niet bewust ingestoken. Het publiek vraagt vaak waarom ik die of die beweging maak of wat dat beeld betekent. Terwijl het eigenlijk niet de bedoeling is om dat te vragen.”

goddeau: Hangt er voor jou een betekenis in begrippen aan vast?

Vanden Eynde: “Nee, niet per se. Voor mij is het wel belangrijk dat het iets kan oproepen bij de mensen. Wat het dan precies oproept, dat zou eigenlijk uit jezelf moeten komen. Het kan zijn dat het je ergens aan doet denken of dat het een bepaald gevoel creëert. Of dat je denkt dit of dat te zien — soms zie je echt heel absurde dingen. Daar gaat het voor mij uiteindelijk om. Als iemand vraagt ‘wat betekent het als je dat doet?’ dan vind ik dat jammer. Ik kan er zelf ook een betekenis aan geven. Voor mij bijvoorbeeld, als ik zo met mijn handen op mijn schoot wat vooruit schuif tijdens de voorstelling, dan voel ik mij een oud vrouwtje. De beweging noem ik ook ‘het oud vrouwtje’, maar het ís niet per se een oud vrouwtje. Het is gewoon een bepaalde vorm die je lichaam aanneemt. Je maakt bepaalde bewegingen en je kunt daar bepaalde ideeën bij krijgen. Misschien ben ik gewoon moe of heb ik pijn aan mijn benen. Dat kan van alles zijn. Misschien zie je gewoon een lichaam dat voorover gebogen staat en heb je er helemaal geen emotie bij. De mensen kunnen ook kijken zonder zich af te vragen wat ze zien. Je moet niet op alles woorden gaan plakken.”

goddeau: Je begint met een blauwe jurk, vervolgens draag je een rode. Er zit bijna een soort evolutie in je personage.

Vanden Eynde: “Je kunt dat er inderdaad in zien. Voor mij betekent dat niet specifiek iets. Ik wou gewoon met verschillende kleuren werken. Als je een kleur aandoet geeft dat ook een bepaalde sfeer. Rood is iets heel anders dan lichtblauw en ik vond het wel interessant om te zien hoe dat ook je beweging kleurt. Je hebt ook het uittrekken van het ene kostuum en het andere dat verschijnt, wat ik gewoon een heel mooi beeld vind, zeker met dat liedje erbij van dat jongetje dat zegt dat hij nooit meer terug komt. Nada Gambier, mijn coach, zei dat het haar deed denken aan mensen die verdwijnen en een nieuwe identiteit aannemen. Dat vond ik wel leuk. Maar daar gaat het natuurlijk niet over. Dat is net zo fijn aan dans, dat je veel associaties kunt hebben zonder dat het daarover gaat. Je verbeelding wordt geprikkeld.”

goddeau: Uit vorige voorstellingen zoals Lijfstof spreekt een grote interesse voor het lichaam als materiaal. Dat is een notie die voor niet-dansers soms moeilijk te begrijpen is. Denk je daar als danser bewust over na of is dat eerder iets intuïtiefs?

Vanden Eynde: “Ik denk dat het inderdaad voor een groot stuk intuïtief is. Dat is iets waar ik op dit moment ook niet meer zo mee bezig ben. In die tijd had ik zin om daar rond te experimenteren. Als danser ben je toch heel hard met je lichaam bezig. Dat aan het trainen, dat voortdurend ‘in vormen aan ‘t steken’. Het is je materiaal, bijna zoals een hoop klei. Ik had toen zin om met dat idee eens heel ver te gaan. Jérôme Bel’s tweede voorstelling (Jérôme Bel, 1995, nvdr) toonde ook die pure materialiteit van het lichaam. Het is wel iets conceptueler, maar daar zie je ook een man en een vrouw die iets hebben van ‘ah, ik heb hier een vetrolletje’ (knijpt in haar eigen buik). Of ‘kijk ik kan er op tekenen’. Zo vree klinisch met dat lichaam. Ik vond dat heel fascinerend, dat is een heel andere manier om met je lichaam om te gaan op een podium.”

Goddeau: Draagt een lichaam dan eigenlijk nog betekenis?

Vanden Eynde: “Toch wel, het draagt altijd betekenis en dat vind ik er net zo interessant aan. Wat je ook doet met je lichaam, men gaat er altijd betekenis in leggen. Mensen doen dat gewoon, ze zoeken overal een betekenis achter. Dus ik vind het een beetje raar dat je zegt dat het dan geen betekenis meer heeft. Dat lijkt me dan meer iets in jouw hoofd (lacht). Wat het echter niet meer heeft zijn de maatschappelijk gecodeerde betekenissen van een man en een vrouw met een broek en een jas en schoenen aan. En als je die beweging maakt (gaat met haar vlakke hand op en neer) betekent dat ‘wacht efkes’. Dat zijn gecodeerde betekenissen. Natuurlijk, als je in een doos gaat zitten en je ziet alleen nog maar je arm en je rug dan is die codering weg, maar het heeft wel nog steeds een betekenis.”

Goddeau: Tegenover Lijfstof vind ik het lichaam in I’m Sorry It’s (Not) A Story precies veel minder een ding. Het probeert, zoals de titel verraadt, opnieuw verhaaltjes te vertellen.

Vanden Eynde: “Daar was ik inderdaad bewust weer naar op zoek. In het eerste stuk heb je wel nog dat ik bijvoorbeeld in mijn hand spuug en dat open wrijf. Dat heeft wel nog dat klinische, maar heeft ook wel een emotionele lading. Je kunt in al die bewegingen heel gemakkelijk betekenis invoegen.”

oddeau: Je vertelt ook sprookjes.

Vanden Eynde: “Ja, ik had wel zin — als ik dan toch aan het werken was met betekenis — om ook iets te zéggen, want spreken is natuurlijk hét middel om betekenis te communiceren. Bij die sprookjes ben ik redelijk intuïtief terecht gekomen. Dat heeft waarschijnlijk veel met mijn dochtertjes te maken. Ze zijn drie en zes jaar en zitten volledig in hun sprookjestijd. Wat in mijn persoonlijk leven gebeurt, heeft steeds een zekere invloed op mijn werk. Een interessant aspect van sprookjes is dat ze beelden meegeven over het leven en de mensen. Voor een stuk is dat reëel, soms heel wreed en soms heel romantisch. Het is wat dubieus allemaal. Ik werkte graag met sprookjes omdat ik deze voorstelling in zekere zin ook voor mijn dochtertjes gemaakt heb.”

goddeau: Zijn ze al komen kijken?

Vanden Eynde: “Nee, maar ze komen wel naar de voorstelling in Gent. Ik ben benieuwd wat ze ervan gaan vinden. Vroeger heb ik ook nog meegemaakt dat er kinderen kwamen kijken en hun reacties zijn altijd heel leuk. Ze vinden sommige dingen heel grappig. De verbeelding van kinderen is nog heel levendig.”

goddeau: Volwassenen hebben het daar soms moeilijker mee waardoor men je voorstellingen vaak minder toegankelijk noemt. Heb je nog een kijkstrategie voor je publiek?

Vanden Eynde: “(denkt) Dat ze komen met een openheid, zonder vooroordelen en dat ze het vooral niet proberen te begrijpen. Dat kan je heel snel blokkeren. Je moet niet te snel tijdens de voorstelling al denken of je het nu goed of niet goed vindt. Probeer gewoon heel goed te kijken en probeer je eigen verbeelding aan te spreken. En zegt het je niets, dan zegt het je niets. Van sommige mensen hoorde ik dat het pas dagen later iets losmaakte. Dat is ook goed. Voor mij is een voorstelling geslaagd als je ze mee naar huis neemt, als het niet gewoon consumeren is.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 8 =