Pothamus :: “Heaviness is geen doel op zich voor ons, muziek moet je kunnen vastgrijpen”

Een van de beste postmetalplaten van het jaar komt van het Mechelse Pothamus. Met een meditatieve mix van postrock, doom en sludge heeft het trio een monumentaal album gemaakt dat ongetwijfeld in menig eindejaarslijstje zal terechtkomen. Meditatief? Jawel, bij deze vijftig minuten durende sonische reis zouden kaarsjes en wierook passen. Een Skype-gesprek over het belang van een goede song, een eigen bandfilosofie en hoe de bandnaam er voor de muziek was.

Pothamus maakte vorig jaar al indruk in de finales van Sound Track. “Een overrompelende sonische storm, gedreven door een repetitieve bas en drum, en daarover loodzware gitaren in een sterk opgebouwde set. Wie heeft interactie nodig als je het publiek ook zonder kan meetrekken in je duistere universum?”, schreven we daar lovend over. Vervolgens werden we in oktober bij de keel gegrepen door “Orath”. Dat nummer ging gepaard met een indrukwekkende clip met beelden van een gigantisch vreugdevuur in het Naamse Bouge. Opvallend: in het nummer is er genoeg ruimte voor groei en opbouw, het tempo is vooral bezwerend en aanzwellend tot het in een trance-opwekkende ervaring verandert.

“Orath” is te vinden op de plaat Raya, die in de winter van 2019 op zeven dagen werd opgenomen in de GAM-studio in de Ardense bossen. Raya staat vol stormachtige riffs, tribale percussie, oriëntaalse gezangen en hypnotiserende baslijnen, en brengt licht in deze donkere dagen. Het zijn stuk voor stuk nummers die als het ware de geest zuiveren. Op muzikaal vlak doet Pothamus denken aan het meest atmosferische van Amenra, het etherische van Alcest, het tribale van OM en het overrompelende kracht van Year Of No Light.

Wanneer we de groepen voorleggen aan bassist Michael Lombarts, drummer Mattias van Hulle en gitarist-zanger Sam Coussens, zijn ze niet verbaasd. “Ik denk dat zeker Amenra en OM kloppen voor ons”, aldus Lombarts. Coussens: “Ik had de vergelijking nog nooit gehoord, maar ik snap de verwijzing naar Alcest wel: ook zij hebben vocalen die je binnentrekken. Hetzelfde voor Year Of No Light, die iets cinematografisch hebben. Mij geven ze dezelfde intensiteit als Amenra, maar dan zonder vocalen.”

Wie Pothamus nog beter op muzikaal vlak wil begrijpen, moet maar eens een blik werpen op ‘Pothamus picks’, de playlist op Spotify die de muzikale persoonlijkheden van de heren tijdens de opnames van de plaat goed samenvat. Van Bölzer over Talk Talk tot DIIV: het zijn allemaal intense bands op hun manier. “Ik vind dat intensiteit wel bij ons past”, zegt Coussens. “We proberen spanning te vangen en niet gewoon een nummer op te bouwen tot een climax. We mikken erop om altijd een bepaalde atmosfeer te grijpen en onze songs spannend te houden.”

enola: Een van de opvallendste acts in de playlist is Heiling, een band die het vooral moet hebben van tribale ritmes. Zijn ze een soort inspiratie geweest?

Van Hulle: “Niet bewust, maar sinds een paar jaar probeer ik mijn blik te verruimen en minder conventionele zaken te beluisteren, weg van het postrock-achtige. Zo ben ik ook op Heilung gebotst. Wat zij doen met percussie is geweldig inspirerend. Het is bijna primordiale techno. Ze proberen de spanning op te bouwen zonder toe te geven aan een climax. Michael heeft me jaren geleden geïntroduceerd in Swans en zij zijn grootmeesters in het creëren van gevaar in muziek. Ook daar zit iets oers en primitiefs in.”

enola: Is bij Pothamus sfeer belangrijker dan heaviness?

Lombarts: “Ik denk dat heaviness in de sfeer zit. Heaviness op zich moet je niet nastreven, het is niet zozeer de zware riff die telt, er moet iets zijn dat je vastgrijpt.”

Van Hulle: “Pas op, het is niet altijd evident om dat te vinden. Tijdens repetities is de verleiding soms groot om toe te geven aan een climax, maar we hebben alle drie de reflex om verder te zoeken. Het blijft een intens proces.”

Coussens: “Een spanningsboog behouden en toch een song neerzetten, is zeer interessant. Dat proces is zeer langzaam. We schrijven zeer traag en altijd met drie samen.”

Lombarts: “Wij gooien daardoor ook veel materiaal weg. De hoeveelheid muziek die wij al opgenomen en weggegooid hebben, kan je niet bijhouden. We hadden misschien al drie debuutplaten kunnen uitbrengen.” (lacht)

enola: Het eerste nummer waarmee jullie de aandacht trokken, was “Orath”. Niet alleen is de muziek enorm bezwerend, ook de beelden van het gigantische vreugdevuur zijn monumentaal. Welke symboliek schuilt erachter?

Van Hulle: “De beelden komen van een jaarlijks ritueel dat sinds eeuwen plaatsvindt in het Naamse Bouge. Op het einde van de winter steekt men telkens zeven vuren aan om de terugkeer van het licht met de lente te symboliseren. Men neemt afscheid van de donkerte en de koude. We vonden dat goed passen bij het nummer. “Orath” benadert de natuur als cyclisch en eeuwig terugkerend, als een geheel van steeds wedijverende krachten die in hun onderlinge tegenstellingen en wrijvingen net voor een soort balans zorgen. Binnen het gehele album symboliseert het nummer een ontstaansmythologie. Elk nummer is een hoofdstuk binnen een groter verhaal.”

enola: Is kosmologie een thema dat jullie al langer interesseert of vonden jullie het gewoon passen bij deze plaat?

Van Hulle: “Als je op het punt komt om een plaat conceptueel in te vullen, dan grijp je terug naar zaken waarover je al vaak nagedacht of gesproken hebt. Zoals gezegd is het album een weergave van de aarde, de relatie tussen mensen en omgeving, maar daarnaast is er ook een hoofdstuk over de dood en het afsterven van lichamelijke. Om dat vorm te geven, hebben we heel hard teruggegrepen naar reeds bestaande mythologieën: Noorse, Germaanse en Indische. Op die manier hebben we een soort puzzel gelegd van concepten en interpretaties. Het is eigenlijk een combinatie geworden van verschillende religies en wereldbeelden. Dat is de Codex Pothamus.”

Coussens: “Dit hangt allemaal nauw samen met het artwork van Iljen Put. We hebben hem enkele jaren geleden heel abstract uitgelegd dat we een eigen codex wilden creëren. Daar is hij mee aan de slag gegaan.”

enola: Zie ik een soort wisselwerking tussen muziek en artwork? Inspireerde Iljen jullie tijdens het schrijfproces?

Lombarts: “Ja, klopt. De songtitels op de plaat verwijzen eigenlijk naar elementen uit het artwork. Iljen heeft een eigen taal ontwikkeld en deze teksten met beeld verweven. Het was een intense dialoog tussen ons als muzikanten en Iljen zijn artwork. Bepaalde stukken van het artwork worden tijdens optredens geprojecteerd.”

enola: Over liveshows gesproken: jullie moesten normaal op dunk!festival spelen en in de periode van dit interview twee keer optreden met Eleanora. Hoe hard is dat balen?

Van Hulle: “Natuurlijk is dat balen, ik denk dat wij nog iets meer een liveband zijn en dat we live nog iets harder binnenkomen bij de luisteraar. Ik denk dat flexibiliteit nu een sleutelwoord is, maar uiteraard kan een livestream de energie van een echte show niet vervangen.”

enola: Nu we de optredens nog even moeten missen: welke concerten staan in jullie geheugen gegrift?

Lombarts: “In november 2018 speelden we in een voormalig ziekenhuis in Groningen dat een kraakpand is geworden. Dat was onze eerste show na een lang schrijfproces. We hadden anderhalf jaar niet opgetreden en wisten niet op voorhand hoe het publiek zou reageren, maar dat is dan keigoed meegevallen. Iedereen was aan het zweven op de muziek.”

Coussens: “Dat oude RKZ in Groningen is inderdaad de coolste locatie waar we ooit gespeeld hebben. Het optreden van begin dit jaar in Bocholt vond ik ook memorabel. Dat vond plaats in De Buis, een café uitgebaat door een punker dat ondertussen helaas niet meer bestaat. We waren de derde band van de avond en konden het publiek, dat zich aanvankelijk wat afwachtend opstelde, helemaal keren. Doorheen onze set voelden we dat de hele zaal mee was. Het was een soort atmosfeer die we helemaal hebben kunnen draaien.”

Van Hulle: “Toen hebben we toch een beetje de ruimte ingekleurd. Achteraf deden de mensen nog eens de moeite om complimenten te geven en dat doet wel deugd. Dan is die lange rit naar huis weer net wat aangenamer.”

enola: Als uitsmijter ga ik even naar jullie oorsprong. Hoe is Pothamus ontstaan en waar komt de naam vandaan?

Coussens: “We hebben elkaar leren kennen aan de hogeschoolrichting journalistiek, Pothamus is in feite ontstaan vanuit de naam: we hadden hem nog voor we samen muziek zijn beginnen spelen. Pothamus vatte een zeker gevoel en de juiste richting samen waar we ons achter wilden scharen.”

Lombarts: “Er was al een klik voor we ooit samen hadden gespeeld. Na onze gezamenlijke opleiding zijn we nog verder gaan studeren. Het is tijdens die overgangsfase dat we met Pothamus begonnen te repeteren. We wisten toen wel al dat we zware, trage muziek wilden maken.”

Van Hulle: “De bandnaam voelde meteen goed aan; hij klonk zwaar, statig, organisch en een beetje monumentaal. Op een bepaalde manier is hij naar ons toegekomen. Rond het concept zijn we dan beginnen jammen. Achteraf hebben we ontdekt dat Pothamus ook stroom of rivier betekent. In onze muziek zit ook iets stromend, organisch. Maar de naam blijft dus vooral een gevoelskwestie, er zit geen Grieks concept achter.”

Raya verschijnt vrijdag via Consouling Agency. De plaat bestellen kan via Consouling Sounds.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 20 =