Munuera & BéKa :: De Blauwbloezen 65 De oorlogscorrespondent

Het is zover. Na bijna een halve eeuw ligt een nieuw album van De Blauwbloezen in de winkel dat niet van de hand is van Lambil & Cauvin. Die laatste heeft er genoeg van en geeft de pen door. De oorlogscorrespondent, dit 65ste deel, werd door een nieuw auteursteam gemaakt.

Nummer 65? Jawel. Het wordt immers allemaal een beetje ingewikkelder gemaakt dan strikt nodig is. Scenarist Cauvin, 82 ondertussen, heeft na het vorig jaar verschenen deel 63, De slag van de krater, nog een laatste verhaal geschreven en vervolgens laten weten dat het wat hem betreft welletjes is. Tekenaar Lambil, nochtans twee jaar ouder, gaat wel door. Maar aan zijn eigen tempo. Het laatste album van het duo, Waar is Arabask, moet en zal nummer 64 worden. Ook al hebben ondertussen enkele andere auteurs een volledig Blauwbloezen-album afgewerkt. Dat heet De oorlogscorrespondent, en ligt dan maar onder volgnummer 65 in de winkel.

Het nieuwe boek is ontsproten aan de geesten van BéKa, de naam waarmee Bertrand Escaich en Caroline Roque zich samen laten aanspreken wanneer ze aan het schrijven slaan, en Munuera. Wie vertrouwd is met Robbedoes en zijn spinoffs weet dat het drietal van goeden huize is en een voor de hand liggende keuze vormt om een van de kassuccessen van Dupuis nieuw leven in te blazen.

Hoe groot de verdiensten van Cauvin ook mogen zijn, een nieuwe wind voor De Blauwbloezen is geen slechte zaak. De recente verhalen die uit de koker van de scenarist kwamen, behoren niet tot de beste van de reeks. Dat is natuurlijk niet volledig Cauvins fout. Na meer dan zestig delen is het onvermijdelijk dat een stripreeks zijn beste tijd heeft gehad. Bovendien bots je vroeg of laat op de limieten van je concept. Wanneer je uitgangspunt is om een humoristische familiestrip te maken tegen de achtergrond van de Amerikaanse burgeroorlog, zit je met een gegeven dat je als auteur minder manoeuvreerruimte geeft dan, pakweg, een stripreeks rond enkele kinderen die in het hier en nu wonen en in hun vriendenkring een professor hebben rondlopen die je in de mogelijkheid stelt om aan tijdreizen te doen.

Nieuwe auteurs brengen een nieuwe benadering met zich mee en dat valt bij De oorlogscorrespondent op vanaf de eerste plaat. Het contrast is, opmerkelijk genoeg, van dezelfde orde als de overgang van Salvérius naar Lambil in de vroege jaren zeventig. Eerst en vooral is er immers de visuele verandering. De tekeningen van Munuera zijn een tikje realistischer dan Lambils werk. Bovendien heeft Munuera oog voor de grootsheid van het Amerikaanse landschap, dat hij bij momenten in volle glorie in beeld brengt.

Qua verhaal hebben de auteurs een klassieke Blauwbloezen afgeleverd. William Howard Russell, een Britse journalist van The Times die door zijn broodheren naar de VS gestuurd wordt omdat ze zijn objective verslaggeving over de sociale onrusten in Londen slechts matig op prijs stellen, komt terecht bij De Blauwbloezen. De man heeft uiteraard een escorte nodig en zoals dat in nagenoeg elk album gaat, worden Chesterfield en Blutch als vrijwilligers aangesteld. Ook in de VS wil Russell helemaal objectief te werk gaan, een aanpak die zowel bij de noordelijke als zuidelijke legers op weinig enthousiasme kan rekenen, wat een vruchtbare voedingsbodem is voor een bijna traditioneel Blauwbloezen-verhaal.

Ondanks het kwalitatieve werk dat de nieuwe auteurs afleveren, is het vooralsnog geen uitgemaakte zaak hoe de toekomst van De Blauwbloezen er uitziet. Blijft Lambil nog actief betrokken bij de reeks? Willen deze auteurs nogmaals aan de slag? Worden anderen aangetrokken? Of valt volgend jaar, wanneer Waar is Arabesk verschijnt, alsnog het doek? De oorlogscorrespondent kan zowel fungeren als een mooi eindpunt, maar evengoed als een veelbelovende doorstart.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 11 =