Geen alcohol of drugs, wel moshpits: kroniek van de West-Vlaamse H8000-scene

In de jaren negentig zette een van de meest zinderende subculturen die België ooit gekend heeft elk West-Vlaams jeugdhuis op zijn kop. H8000 (ofwel ‘hate thousand’) presenteerde zich als een tegencultuur voor het zelfdestructieve gedrag van de mainstreamjeugd. Gewapend met straight edge-teksten, een elektrische gitaar en een skateboard probeerden hardcore kids de wereld te veranderen. Daarover verscheen het meer dan 900 (!) foto’s tellende boek ‘The Story of H8000 Hardcore’. “Hardcore was veel meer dan alleen muziek. Je had een ideaal waarvoor je moest wérken.”

Lang voor de H8000-scene ontstond, had Kortrijk al een levendige punkscene. Net als elders in de wereld was punkmuziek in de tweede helft van de jaren zeventig dé uitlaatklep voor een generatie die opgroeide met werkloosheid, nucleaire dreiging en frustratie. Antwerpen had The Kids, Kortrijk had The PIGZ (een afkorting voor ‘Punk Is Grote Zever’). Die tweede band won in 1978 The First Belgian Punk Contest, de voorloper van de Rock Rally, en nam nadien slechts één EP op: het acht minuten durende Bloody Belgium, dat amper drie nummers bevat, is vandaag een van de zeldzaamste en duurste Belgische vinylreleases. Het nummer “Bloody Belgium” is wat “Blitzkrieg Bop” voor the Ramones was. Drummer Rik Masselis ging nadien verder met The Definitivos, die Kortrijk verder op de punkkaart zetten.

“Als snotneus van 12 of 13 jaar was ik geïntrigeerd door het Kortrijkse café The 21, daardoor maakte ik de overstap van mijn Kiss-platen naar iets veel interessanter: punk”, legt Liar-zanger Hans Verbeke, samensteller van het boek, uit. Ook de alternatieve filmzaal The Limelight is een legendarische plaats voor de Kortrijkse punkscene. Zo gaf Killing Joke er in 1981 zijn eerste optreden op Belgische bodem. “Ik had het geluk dat mijn moeder er werkte, zo heb ik snel de lokale punkers leren kennen”, aldus Verbeke, die zijn eerste optreden van The Definitivos omschrijft als een “levensveranderende ervaring”.

Rebels zonder fucked-up te zijn

Het is in de punkscene van de jaren tachtig dat de kiemen van H8000 werden gelegd. Maar we zijn nog niet bij het begin. Terwijl punk stilaan meer mainstream werd, ontstonden verschillende subgenres, zoals de Hagelandse hardcore-scene. Scherpenheuvel groeide in geen tijd uit tot stopplaats voor tourende bands als Suicidal Tendencies en Scream en was zo een belangrijke voorloper van de H8000-scene. Capital Scum en Zyklone A waren de belangrijkste bands uit die periode. Die tweede band speelde “onwaarschijnlijk snel met een woeste intensiteit”. “Dat was ongezien”, aldus Verbeke.

Dankzij de Hagelandse scene begon het straight edge-gedachtegoed door te sijpelen. Die revolutionaire beweging startte in 1981 bij Ian Mackaye, de legendarische zanger van Minor Threat die zijn middenvinger opstak tegen drugs en alcohol en voor soberheid pleitte. Het zou echter tot eind jaren tachtig duren vooraleer straight edge zijn introductie maakte in België. “Dankzij fanzines die we vonden op optredens in Scherpenheuvel maakten we kennis met de straight edge-cultuur. Als metalhead vond ik het iets merkwaardigs: je was rebels zonder elk weekend fucked-up te zijn. Dat sprak ons wel aan. Je moet ook weten dat Kortrijk toen het Dallas van Vlaanderen was. Het was hier een zottekeskot: er was veel racisme, bekrompenheid en drugs. In dat klimaat sprak straight edge ons wel aan”, legt Verbeke uit. “Als je dingen wil veranderen, moet je nuchter zijn. Dat was ons basisidee.”

Food fight met Dave Grohl

Eind jaren tachtig ontstond Rise Above, geïnspireerd door Amerikaanse voorbeelden en het Nederlandse Lärm, de eerste echte straight edge-band uit Europa. De band bestond uit Verbeke, Françoise Dumont, Edward Verhaeghe (later zanger van Nations On Fire, richtte in 1996 het label Good Life Recordings op) en Steve Slingeneyer, die later het mooie weer zou maken bij Soulwax en met zijn soloproject One Man Party. Rise Above speelde maar een twaalftal shows, maar bracht wel de bal voor de scene aan het rollen. Ook op vlak van uiterlijk waren de straight edgers tegendraads: ze droegen skatekleren in plaats van bottines en hadden kortgeschoren kopjes in plaats van hanenkammen of lang haar. Voor de geschiedenisboeken zijn twee uitverkochte shows met Gorilla Biscuits in Kortrijk en het optreden met Scream – met Dave Grohl op drums – in 1990 in Netwerk in Aalst. “Memorabel was de food fight die we backstage hielden”, aldus Verbeke.

Ook Slingeneyer heeft nog herinneringen aan die optredens. “De dag nadat we het voorprogramma deden van Gorilla Biscuits, moest ik beginnen aan het Sint-Lucas, maar toen mislukte mijn stage dive … Ook het optreden in Aalst herinner ik mij nog: Dave Grohl was toen al mijn favoriete drummer, hij heeft die avond een snare van mij geleend”, legt hij uit. “Rise Above was behoorlijk controversieel omdat we de eerste straight edge-band van het land waren. We waren niet echt geliefd bij punkers en metalheads. Er werd vaak met bier naar de bands gegooid. Je was voor of tegen.” Slingeneyer onthoudt nog meer goeie dingen: “We droegen DIY zeer hoog in het vaandel, nu is de muziekscene veel meer geformatteerd. Tot vandaag blijft energie belangrijk in mijn drumspel. Dat is nog altijd het gevolg van mijn punk- en hardcore-periode”, aldus Slingeneyer.

Fab four

Met het einde van Rise Above werd de basis gelegd voor de ‘fab four’ van de H8000-scene: Nations On Fire, Spirit of Youth, Shortsight en Blindfold. Verbeke: “Edward en Hazel waren hun eigen band gestart. Ik was kwaad omdat ze me niet gevraagd hadden om zanger te worden, dus ik begon te drummen bij Spirit of Youth. Daarnaast zong ik ook in Shortsight, en vervolgens legde ik me toe op Blindfold. Vooral bij die band voelde ik mij comfortabel: we speelden jaren na elkaar een massa shows. Het waren zotte tijden.” Verbeke: “We deden al in 1992 een tour van liefst 21 dagen. Het is een van mijn favoriete tours ooit: we traden zelfs op in de noordelijkste delen van Noorwegen en Zweden.”

De vroege H8000-scene was vrij radicaal: de boodschap was belangrijker dan de muziek. Het was een kleine maar toegewijde scene. Verbeke: “Ik gok dat amper tien procent in die tijd niet straight edge was. Er was een soort peer pressure om dat te worden. Wij, de bands, waren de predikanten. We waren allemaal brave jongens hoor, maar onze teksten waren radicaal.” Die houding zorgde ook soms voor spanningen. Vechtpartijen waren schering en inslag. “We begonnen in 1992 shows te organiseren in de concertzaal de Vort’n Vis, maar omdat we straight edge waren, begonnen sommige punkers of andere muziekfans met ons te vechten.”

“Met de Vort’n Vis wilden we een vrijplaats oprichten voor mensen die verschillend wilden zijn van de mainstream. Maar waar ik niet van hield, was het extremisme en sektarisme bij sommige straight edgers”, zegt Jan Claus, in 1989 een van de grondleggers van de Vort’n Vis, dat uitgroeide tot dé plaats in West-Vlaanderen voor punk- en hardcore-optredens. Green Day speelde er in december 1991 en in diezelfde zaal vond ook op 5 en 6 september 1992 de eerste editie van Ieperfest plaats. Ook het Zweedse Refused speelde er een show, in augustus 1993, en het najaar nadien op Ieperfest. “Een van de meest bepalende momenten in de geschiedenis van de band”, zegt zanger Dennis Lyxzén daarover.

Bakkerijshows

Vanaf 1993 kunnen we écht spreken over de H8000-scene. Bands en kids spoorden jongeren, die al actief waren in de skatescene en naar alternatieve en punkmuziek luisterden, aan om naar hardcore te luisteren. Skateboarden werd de officiële sport van de scene. Niet alleen in Kortrijk werden optredens georganiseerd, ook in Ieper, Roeselare, Menen en Poperinge. Elke stad of gemeente had wel een jeugdhuis waar de lokale kids optredens begonnen te organiseren.

Zo waren er zelfs ‘bakkerijshows’. In april 1993 speelde een zestal bands in de bakkerij van de ouders van Joost Noyelle, waaronder het net opgerichte Congress. Noyelle was zelf gitarist in die band, die samen met Liar de West-Vlaamse metalcore op de wereldkaart zou zetten. In 1994 nam Congress vier songs op voor een 7″. Met dat plaatje, Euridium, ging de bal pas echt aan het rollen. Congress liet een unieke kruisbestuiving tussen metal en hardcore punk horen, maar ook de combinatie van de verschillende muzikale voorkeuren van de leden maakte de band uniek. Bovendien had de band een straffe livereputatie.

Met Liar (met Verbeke als frontman) volgde een nog extremere band, zowel op muzikaal als tekstueel vlak. Hun debuutplaat Falls of Torment verscheen in 1995 en schudde de hele scene dooreen met angstaanjagend agressieve metal. Mich Decruyenaere (speelde bij Blindfold, Fungus en Hitch, nu werkzaam bij Wilde Westen): “Ik vond Liar zeer revolutionair in die tijd. Dat was pure metal, de teksten waren wel zeer hardcore straight edge, maar die combinatie was ongezien. De eerste keer dat ik Falls of Torment hoorde, was ik er niet goed van.”

Het was ook in die periode dat Colin H. Van Eeckhout (Spineless, sinds 1999 frontman van Amenra) in de scene terechtkwam. In buurtcentrum Achturenhuis in Kortrijk, in 1994, maakte Van Eeckhout zijn eerste H8000-show mee. Aanwezige bands: Blindfold, Shortsight en Liar. Van Eeckhout: “Dankzij skatevrienden had ik al grote metalbands als Sepultura leren kennen, maar toen kwam het besef dat mensen van dezelfde leeftijd, mensen zoals ons, ook fantastische muziek maakten. Tot dan bekeken we bands als iets onbereikbaars. De scene was zo aantrekkelijk dat er heel snel een groot deel van mijn vriendenkring straight edge werd. Je moest geen boek over lezen om er iets over te weten te komen, de teksten van bands als Liar waren duidelijk genoeg.”

Poëzie

Van Eeckhout voelde zich vooral aangetrokken tot de sound van Blindfold. “Zij waren altijd het buitenbeentje van de scene. Het was meer emo dan hardcore, de muziek was ook gevoelsmatiger. Toen ik Restrain The Thought voor het eerst hoorde, wist ik niet wat mij overkwam. Die plaat kroop meteen onder de huid. Blindfold heeft me doen beseffen dat je heer en meester bent over je eigen plaat. Je moet doen wat je zelf voelt, je bepaalt zelf je identiteit. Er zitten veel odes aan dat tijdperk verscholen in de muziek van Amenra: stalen buizen, zoals ik er gebruik in het nummer “Boden – Spijt”, gebruikte Blindfold toen al live, ook durfde die band begin jaren negentig al poëzie op plaat te zetten. Ze waren voor op hun tijd.”

Vincent Maes (Instinct, later bassist bij de Gentse hardcoreband Rise and Fall en Blind to Faith) leerde in de zomer van 1995 de scene van dichtbij kennen. “Via een vriend kreeg ik een gekopieerde tape met Congress’ Euridium samen met verhalen over hoe zot Congress-shows waren. De klassiekers zoals Sick Of It All en Madball waren al aan de horizon verschenen, maar Congress maakte het tastbaar. Voordien dacht ik dat in een band spelen iets was voor rocksterren of mensen die echt talent hadden. In de hardcore-scene kan je ver geraken met de nodige dosis enthousiasme en doorzettingsvermogen: dat besefte ik toen.”

In de tweede helft van de jaren negentig bereikte de scene zijn hoogtepunt. “Het was hier het Mekka van de hardcore. Mensen kwamen van heinde en verre voor H8000-bands. Lokale shows trokken 500 tot 600 mensen, minstens. Ook op oudejaarsavond organiseerden we hardcore shows. Iedereen nuchter, confetti en moshpits tot 6 uur ’s ochtends: kan je je dat nu voorstellen?” De West-Vlaamse hardcorebands waren zelfs zo populair dat Amerikaanse groepen die in de provincie speelden de raad kregen om voor de lokale acts het podium op te gaan, tenzij ze liever voor een halflege zaal optraden. “Wij waren halve goden, onze bands werden elke show groter”, zegt Verbeke. Ook het omgekeerde gold: H8000-bands begonnen plots shows te headlinen op locaties die op twaalf uur rijden van West-Vlaanderen lagen.

Ook op muzikaal vlak maakten de H8000-bands het mooie weer in die tijd. Congress gooide hoge ogen met de klassiekers Blackened Persistance (1995) en Angry With The Sun (1998). In 1997 bracht Liar het album Invictus uit, dat nog altijd gezien wordt als een van de beste Europese metalcorereleases. Verbeke: “Muzikaal stonden we ook met Liar mijlenver verwijderd van de punk. We wilden extreme metal à la Slayer spelen met een positieve, menslievende en diervriendelijke boodschap.”

Vuurspuwen onder gasleiding

Voor Verbeke was het optreden van Liar op Ieperfest 1996 een van zijn persoonlijke hoogtepunten. “Het publiek was hondsbrutaal. Over dat optreden spreekt iedereen in de band nog altijd.” Ook voor Van Eeckhout was Ieperfest in het midden van de jaren negentig “een magische ervaring”. “We keken er een heel jaar naar uit. Het was zo mooi om gelijkgezinden uit elke uithoek van Europa te ontmoeten in Ieper. Er waren mooie momenten zoals slapen in open lucht, maar ook grappige zoals inbreken in het lokale zwembad.” De passage van Congress in Sojo was eveneens legendarisch. “Pierre, de zanger, spuwde vuur op het podium, dat zich net onder een gasleiding bevond. De organisatie was furieus, wij vonden het hilarisch. Het was typisch voor die tijd: we provoceerden graag.”

Ook memorabel was de Steel Against Steel Tour in 1996; een heuse ‘package’ met Congress, Liar en Blindfold. Alle bandleden beschouwen die tour nog altijd als een hoogtepunt, ook voor de scene. “Geen enkele andere hardcoreband tourde toen met zo’n bus. Wat een contrast met de aftandse busjes waarmee jarenlang hadden rondgereden naar elke uithoek van Europa. We reden zonder klagen in één ruk van Oostenrijk naar Denemarken”.

Dankzij Steel Against Steel werd Congress een van de grootste hardcorebands van Europa. Vooral 1998 was een absoluut topjaar voor Congress: twee weken touren met All Out War door Zuid-Europa en de grootste festivals van de Benelux platspelen. En dan hebben we het niet alleen over Dour en Graspop, waar ze de affiche deelden met Black Sabbath en Primus, maar ook het legendarische Dynamo Open Air.

EPSON MFP image

 

Passion before fashion

Toch begon er op het einde van de jaren negentig sleet in de scene te komen. “Ik had een dubbel gevoel toen we met Liar op Dour speelden in 1999. Het was best indrukwekkend om voor duizenden mensen te spelen, maar het was een ander soort publiek. Ik voelde dat het niet helemaal juist zat: er waren een backstage en barrières, ze kwamen ook vragen naar een tourmanager, terwijl we zo’n professionaliteit niet gewend waren”, aldus Verbeke.

“Met wat meer gevoel voor business hadden we het misschien verder geschopt, maar dat interesseerde ons niet. Passion before fashion was ons credo. Bovendien hadden we de middelen niet die er vandaag zijn, zoals social media en internet. Toen hadden we enkel de lokale promotor die met affiches en flyers reclame kon maken voor optredens. Je lot lag in zijn handen”, aldus Verbeke. “Ik ben er zeker van dat H8000 veel mensen gered en gevormd heeft, daarvoor worden we nog altijd bedankt. Ik was op mijn achttiende nog nooit in het buitenland geweest, en dan kan je plots naar Nederland, Duitsland en de langs de Noorse fjorden rijden. We moesten er weliswaar opofferingen voor maken. Hardcore was toen veel meer dan de muziek alleen: het was doelbewust werken, een ideaal nastreven waarin je gelooft en waar je voor staat.

Tegen de millenniumwissel bleven enkel nog Congress en Liar over, de rest van de bands kapte ermee. “Ik denk dat je kon spreken van een zekere ‘hardcore-burnout’. De muzikanten begonnen zich te settelen met vrouw en kind, of ze zochten andere muzikale horizonten op. We hebben met Liar nog op grotere festivals gespeeld in het buitenland, maar in België was het om zeep. Niemand was ook nog straight edge, bij veel bands ontbrak originaliteit. Tegelijk werden de shows van buitenlandse bands wel groter, ik denk nu aan Sick Of It All, Madball en Hatebreed. Andere bands die vandaag bekend zijn, zoals Heaven Shall Burn en Caliban, zijn door de H8000-bands beïnvloed. Heaven Shall Burn speelde in zijn beginjaren zelfs een cover van Liar. Ze hebben nog in ons voorprogramma gespeeld, maar spelen nu op de grootste festivals ter wereld.”

En zo oogst de H8000-scene nog steeds wat ze in de magische jaren negentig gezaaid heeft. Het is iets waar ingewijden met gepaste fierheid op terugkijken. Haast symbolisch voor het uitsterven van de H8000-scene was de split van Spineless in 1999, waarvan twee ex-leden nog altijd in het internationaal gerespecteerde Amenra actief zijn. Het laatste woord is dan ook aan Van Eeckhout: “Wanneer we met Amenra touren door Europa ontmoet ik nog altijd mensen van toen. Velen van hen zijn ook doorgegroeid in de muziekwereld. Ik ben nog altijd ongelooflijk dankbaar dat ik de H8000-periode van dichtbij heb meegemaakt. Zonder zou ik niet zijn wie ik nu ben. Een doel stellen voor jezelf, er zonder compromis voor gaan en toch nederig en dankbaar blijven: dat is hardcore nog altijd voor mij.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 4 =