John Milton :: Het paradijs verloren

Het mag ironisch heten dat in het door het christendom eeuwenlang gedomineerde Westen de grote epen niet alleen heidens van oorsprong waren, maar als onderwerp ook nog eens goden hadden die ingrepen in het leven van de mens. Het waren immers Homerus’ befaamde werken, Illias en Odyssee, die op schoolbanken werden gelezen en bestudeerd evenals de Romeinse dichters Ovidius (Metamorfoses) en Vergillius (Aeneis). Het christendom had weliswaar de Bijbel, maar eenieder die ooit al was het maar`Genesis` gelezen heeft, zal erkennen dat het literair en stilistisch ver achterblijft.

Bijbelse verhalen werden weliswaar herteld en geregeld opgevoerd maar dit was vooral in de populaire en doorheen de eeuwen volkser geworden mysteriespelen en tragedies naar klassiek model (eenheid van tijd, plaats en handeling). In de 17e eeuw komt een kentering met het verschijnen van Hugo Grotius` Adamus exul (1601), dat volgens verschillende literatuurwetenschappers door Joost van den Vondel werd herwerkt tot het toneelstuk Adam in ballingschap (1664). Tien jaar eerder had Vondel ook al Lucifer (1654) geschreven, dat nog steeds beschouwd wordt als een van de meesterwerken uit de Nederlandse literatuur. De toneelstukken hebben respectievelijk de verbanning uit het Aards Paradijs en de val van Lucifer als onderwerp, waarbij Vondel thema`s als hoogmoed en vrije wil, maar ook afgunst en zelfs politiek naar voor schuift.

Niet geheel verwonderlijk werd in de 18e eeuw dan ook geopperd dat John Milton, wiens Paradise Lost (1663) eenzelfde thema en onderwerp had, op Vondels werk zou zijn gebaseerd. Maar hoewel Milton Nederlands sprak, lijkt zijn kennis ervan te beperkt geweest te zijn om Vondel echt te kunnen lezen. Het is aannemelijker dat hij zich net als hem liet inspireren door Grotius aangezien Latijn niet alleen de internationale voertaal was, maar Grotius zelf ook bekender was. Een andere mogelijke inspiratiebron die nu en dan vermeld wordt, is Giovanni Batista Andreinis L`Adamo (1613), waarmee Milton toen hij in Italië verbleef mogelijk kennis maakte. Het meest waarschijnlijke echter is dat Milton louter de tijdsgeest volgde toen hij afzag van een episch werk over Koning Arthur en de Ronde Tafel en in plaats daarvan voor een Bijbels verhaal koos.

John Milton (1608-1674) groeide op in een intellectueel en muzikaal milieu en zou meerdere jaren in Cambridge studeren. Hoewel hij meertalig was en ook Grieks en Latijn beheerste, besloot hij in 1639 al dat hij een groots werk in de volkstaal zou schrijven, zelfs al betekende dit dat het nauwelijks een publiek zou vinden (Engels was nog lang geen wereldtaal). De snelle faam van Paradise Lost was dan ook vooral te danken aan Latijnse vertalingen die kort na publicatie verschenen. In 1642 had Milton al de eerste verzen klaar toen een burgeroorlog uitbrak tussen de koningsgezinde adel en de parlementaire partij. Als puritein in hart en nieren die niet alleen een afkeer had van het rooms-katholieke geloof maar ook van de anglicaanse staatsgodsdienst, die het staatshoofd als hoofd van de kerk beschouwde, bekende Milton zich snel als antimonarchist.

In de jaren die volgden zou hij geregeld pamfletten publiceren waarin hij onder meer zijn steun aan Oliver Cromwell (die in`49 hoofd van de nieuwe republiek werd) uitte, en een pleidooi voor echtscheiding en voor scheiding van kerk en staat bepleitte. Hoewel uitgesproken radicaal puriteins en republikein, wist Milton na de dood van Cromwell en de installatie van Charles II in 1660 als koning de dans te ontspringen, al waren zijn dagen als pamflettist duidelijk ten einde. Milton, die in`52 volledig blind was geworden, wijdde zich vanaf dan nog louter aan literatuur waarbij hij naast zijn befaamde werk ook Paradise Regained, dat de verzoeking van Christus door Lucifer als thema had, en Samson Agonistes publiceerde (beiden in 1671). Hoewel hij in zijn jonge jaren al geregeld ook literair werk had gepubliceerd, zou zijn naam en (latere) reputatie verbonden blijven aan deze werken en Paradise Lost in het bijzonder.

Opgedeeld in twaalf boeken verhaalt het werk hoe zowel Satan en zijn aanhangers na een mislukte opstand uit de hemel verdreven werden, maar ook de val uit het paradijs door Adam en Eva en de rol die Satan hierin speelde. Conform de structuur van het epos, start het verhaal ‘in media res’ (in het midden) waarna teruggeblikt wordt en het verhaal verder verteld wordt. Na een inleiding gaat het boek dan ook van start met de gevallen engelen die na de strijd overleggen welke stappen ze moeten zetten en of een nieuwe veldslag aan de orde is. In het tweede boek besluit Satan de geruchten dat een nieuwe wereld met schepsels (het Aards Paradijs) geschapen is, te onderzoeken en onderneemt de reis.

In het derde boek is God op de hoogte van Satans plannen en bespreekt hij met zijn Zoon wat er gebeuren zal, waarbij die laatste zich als zoenoffer aanbiedt voor de zondeval van de mens die immanent lijkt. In de daaropvolgende boeken komt de nadruk op het hof van Eden te liggen waarbij Milton uitvoerig het leven van Adam en Eva beschrijft en ook hoe Satan plant hen te verleiden. Maar Adam is op de hoogte van het gevaar dankzij de engel Rafael en heeft via hem ook vernomen hoe de opstand van de engelen verlopen is, en waarom God daarna de mens en het paradijs schiep. In deze boeken geeft Milton ook een korte kosmologische duiding, al maakt hij bij monde van de engel duidelijk dat dit geen gepaste vragen zijn. Wanneer Satan er tot slot in slaagt Eva te verleiden en Adam haar uit vrije wil volgt, is de val een feit. Vooraleer ze echter uit het paradijs verjaagd worden, toont Michael hoe de mens het zal vergaan tot de komst van Christus, wat een berouwvolle Adam hoop geeft.

Doorheen het hele werk wordt duidelijk hoe Milton niet alleen zijn geloof beleeft maar ook de verhouding tussen man en vrouw ziet. Zo hebben Adam en Eva al voor de zondeval betrekkingen met elkaar en is de vrouw de dienster van de man. Adam en Eva zijn ook op de hoogte van de plannen van Satan, en hoewel het Eva is die zich laat verleiden, kiest Adam net zo gewillig om van de verboden vrucht te eten. Voor Milton staat vrije wil ondanks de voorbeschiktheid en kennis van God dan ook centraal. Ook Lucifer en zijn engelen kiezen er voor om tegen God in opstand te komen. De manier waarop Satan beschreven wordt en naar voor treedt, zorgt volgens sommige zelfs voor een meer positieve en begripvolle benadering van het karakter. In zekere zin lijkt zelfs hij en zijn optreden tegen een tirannieke god de essentie van het epos te zijn, veeleer dan de zondeval.

Dat het werk ook op die manier gelezen kan worden, is veelzeggend. Milton, die in zijn werk vooral gesprekken tussen zijn personages opvoert, in plaats van actie (zelfs de opstand van de engelen wordt verteld, veeleer dan uitvoerig beschreven) kiest er voor zijn ideeën en visie via dialogen en gesprekken uiteen te zetten. Hierdoor is het uitvoerige notenapparaat geen overbodige luxe voor een moderne lezer die niet of minder vertrouwd is met de Bijbel, Griekse en Romeinse mythologie of de voornaamste wetenschappelijke denkbeelden uit die tijd. Vertaler Peter Verstegen heeft zich hierbij op vier verschillende geannoteerde versies kunnen baseren en verantwoordt daarbij de keuzes die hij gemaakt heeft. Die`hulplijnen`doen evenwel geen afbreuk aan het werk dat hij met deze vertaling levert want Miltons Paradijs verloren heeft een heel eigen unieke opbouw en stijl.

Hoewel Milton in het verleden gedichten en sonnetten op rijm had geschreven, beschouwde hij deze vorm van poëzie veeleer als barbaars, ongeschikt en te frivool. In Paradijs verloren kiest hij conform de oude Griekse en Romeinse epen dan ook voor het blanke vers waarbij de ritmische en expressieve rijkdom gecreëerd wordt door de enjambementen zonder zich al te zeer te laten leiden door de eis van de pentameter (vijf versvoeten). Daarnaast bedient hij zich van een latiniserende zinsbouw, die zelfs in het Engels aan het werk een vervreemding geeft. Het zorgt voor een unieke cadans en stijl die zich niet zomaar laat vertalen en mogelijk er mee de oorzaak van is dat in het Nederlands maar zes volledige vertalingen verschenen, waarvan de laatste in 1875 (in Alexandrijnse rijmen). Verstegens werk mag dan ook als uniek beschouwd worden, niet alleen doordat hij de dappere keuze voor het blanke vers maakt, maar ook om de manier waarop hij dit christelijke epos voor een (nieuw) publiek ontsluit en zijn plaats in de wereldliteratuur nogmaals bevestigt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =