Otis Gibbs :: Hoosier National

Otis goes electric.

Na al die jaren en platen – Hoosier National is ondertussen de negende in de rij – is de stijl van Otis Gibbs uit de duizend herkenbaar. Zijn warme, bonkige stem, de verhalende teksten, de akoestische inkleding: het is allemaal vintage Gibbs geworden. Op het nieuwe album dat vier jaar na voorganger Mount Renraw verschijnt – de langste periode die hij tot nu tussen twee wapenfeiten liet – gooit Gibbs het echter over een andere boeg. Hij herontdekte zijn oude elektrische Les Paul-gitaar en ging daarmee aan de slag. Al mag er meteen aan worden toegevoegd dat de kans wel heel klein is dat iemand hem “Judas” naar het hoofd zal slingeren. Want de muzikale verschillen in de rootsmuziek van Gibbs blijken eerder accentverschillen te zijn dan fundamentele wijzigingen. Wat bluesier soms en een tikkeltje rauwer, maar ‘s mans stijl blijft meteen herkenbaar.

Gibbs blijft een meester-verteller die vlot in het gehoor liggende, meeslepende nummers weet te schrijven. Een van de dingen waarin hij uitblinkt is het neerpennen van een biografie-in-vier-minuten van figuren die vaak onterecht in de marge van de Amerikaanse geschiedenis terecht gekomen zijn. Op zijn vorige plaat kregen anarchiste Lucy Parsons en worstelaar/civil rights activist Sputnik Monroe bijvoorbeeld een eerbetoon. Deze keer valt Bill Traylor – een slaaf die een gerespecteerd schilder werd – diezelfde eer te beurt op het gelijknamige nummer, meteen een van de hoogtepunten. 

Wie de discografie van Gibbs overloopt, ziet in hem een chroniqueur van de Verenigde Staten. Niet van de grote verhalen, maar van de psyche van de natie, van de kleine gebeurtenissen, van de toestand van het land. Op “Nine Foot Problem” richt hij de blik op de maatschappelijke problemen van het land (“American faded / American jaded”), op “Panhead” verhaalt hij de Amerikaanse fascinatie voor choppers en de weidse, open ruimte. De vergeten tragedie van de moord op de zwerver James H. Langford (voor $ 3,65) in 1981 is het onderwerp van “Lord Open Road”.

Hoewel de thema’s en de stijl vertrouwd aanvoelen, zit daar meteen ook het grootste probleem van deze Hoosier National. Want Gibbs mag dan wel een vakman zijn met een kwaliteitscontrole die stringent genoeg is om te vermijden dat hij een minderwaardig album aflevert, toch lijkt hij hier af en toe te veel op automatische piloot te spelen. De songs klinken te vaak net dat tikkeltje minder memorabel dan we van hem gewoon zijn. “Ten Minutes (G.A.R. Reprise)” is een half amusante/half cynische blik op het muzikantenbestaan (“It’s hard to sell a CD when they can stream it for free”), maar daar de melodie van een ouder nummer (“Great American Roadside”) voor hergebruiken lijkt een beetje een gemakkelijkheidsoplossing. Een paar sterke songs, maar vooral te veel middelmatige – naar Gibbs normen althans – maken van dit Hoosier National een langspeler die net onder de verwachtingen blijft. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 10 =