Corpus Christi (Boze Cialo)

Daniel staat op het punt vrij te worden gelaten uit een jeugdinstelling in Polen. Hij spreekt met de priester van het bewaarhuis over de ‘bekering’ die hij vond en zijn oprechte wens om tot een seminarie toe te kunnen treden. De geestelijke maakt hem echter heel duidelijk dat dat geen optie is voor ex-veroordeelde en verwijst hem door naar de job in een houtzagerij die hij voor de jongeman gevonden heeft. Weinig enthousiast hangt Daniel een tijdje rond in het lokale dorp en wanneer hij in de kerk – initieel als grapje – zicht uitgeeft voor een jonge priester en geloofd wordt, neemt zijn leven plots een heel andere wending. Hij wordt voorgesteld aan de lokale pastoor die hem aanstelt als tijdelijke vervanger en voor hij het zelf goed beseft, dient de rebelse Daniel de dagelijkse taken van zielenherder op zich te nemen.

Die plot leest in eerste instantie als de aanzet tot een schalkse komedie, maar Corpus Christi is niet geïnteresseerd in de daad van de jongeman op zich, wel in de manier waarop zijn rol als priester hem verandert en samen met hem de kleine gemeenschap waarin hij vertoeft en die hij tegen wil en dank onder zijn hoede krijgt. Daniel heeft een bijzonder gewelddadig verleden, maar lijkt dat achter zich te willen laten en hoewel hij aanvankelijk onhandig de juiste woorden op zijn smartphone moet opzoeken, slaagt hij er gaandeweg in om de dorpelingen ook echt te raken en te beroeren in zijn sermoenen. Ook zijn volhoudende pogingen om het trauma te laten verwerken rond een tragisch ongeval dat het stadje schokte, lijken oprecht en doorleefd. Langzamerhand ontpopt de hardleerse jongeman zich tot iemand die een echt doel gevonden heeft in zijn leven – een leven dat echter nog altijd opgejaagd wordt door spoken uit het verleden.

Dat de trage karakterschets die Corpus Christi biedt ook werkt – ondanks het feit dat het narratieve materiaal niet echt vernieuwend is inzake thematiek – is grotendeels te danken aan een dubbele troefkaart. Enerzijds is er een ijzersterke vertolking van hoofdrolspeler Bartosz Bielenia die onze aandacht vasthoudt, anderzijds is er de puike beeldvoering en dito regie van regisseur Jan Komasa, die de film de allure schenkt van een soort ongrijpbare droom, die elk moment kan uiteenspatten. Dat laatste element vermijdt ook dat de film te zwaar op de hand wordt, aangezien het scenario immers ook vragen stelt over de (toegekende) macht van de clerus en de rol van eerlijk geloof binnen de wereldlijke structuur die het instituut kerk nu eenmaal is. Komasa omzeilt echter de klip van het belerende en weet zijn film intens en meeslepend te houden, zonder dat we daarom als kijker de les gespeld worden of gevraagd worden positie in te nemen.

Wereldschokkend is dat allemaal niet, maar Corpus Christi is degelijk gemaakt, intelligent en evenwichtig … wat soms meer dan voldoende is voor een beklijvend filmisch drama. De film werd genomineerd voor de Oscar ‘Best International Feature’ (de nieuwe benaming voor de categorie ‘Beste Anderstalige Film’) maar legde de duimen tegen de grote winnaar Parasite.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − een =