Ayreon :: “Ik wil vooral escapisme bieden”

25 jaar geleden startte Arjen Lucassen het universum van Ayreon, een muzikale mengelmoes van genres als prog, metal en folk. En ook al had de zelfverklaarde kluizenaar gezworen nooit meer te zullen optreden, waren er de afgelopen jaren verschillende concerten waarin het immens populaire Ayreonuniversum terecht werd gefêteerd – onder andere tijdens een historische, zinderende set op Graspop in 2018. Tijd voor iets nieuws, dacht Lucassen.

En dat nieuws is er absoluut met Ayreons nieuwste werkstuk Transitus. Meer musical dan space opera, waar Ayreon voor bekendstaat. De vaste ingrediënten zijn er nog altijd: verschillende bekende en (voorlopig nog) onbekendere gastzangers, verschillende genres die over elkaar buitelen in een wervelwind van ideeën, en een pakkend verhaal. Alleen gaat het deze keer niet om het tragische lot van de mensheid, maar om een tragisch liefdesverhaal. Jawel. Het levert een buitenbeentje op in het indrukwekkende oeuvre van de oersympathieke en ongelooflijk gepassioneerde Lucassen.

enola: Mag ik dit jouw pakkendste, meest emotionele plaat tot dusver noemen?
Lucassen:
“Zo, dat is goed om te horen. Want ik zit weer in mijn onzekere periode, waarin ik me steevast afvraag of het wel goed genoeg is wat ik heb gemaakt. Ik word wel gesterkt door de interesse, het aantal interviews, de pre-orders die heel goed lopen… Ik praat ook graag met iedereen die interesse heeft voor mijn muziek en die er zich in verdiept heeft.”

enola: Los van dat alles heeft het moment van verschijnen van deze plaat in dit uitzonderlijke jaar toch wel een invloed op de promo die je rond deze plaat wilt en moet voeren neem ik aan.
Lucassen:
“Ja, te meer omdat het niet de bedoeling was dat Transitus nog dit jaar ging uitkomen. Het zou immers een film worden. Ik had dit niet opgezet als album. Ik heb er drie jaar aan gewerkt, en het moment was daar om funding te zoeken voor die film. Maar toen kwam Corona. En dan weet je dat niemand zomaar tien miljoen gaat investeren in een film. Het is ook gewoon onmogelijk om nu in normale omstandigheden een film te maken, massascènes kun je al vergeten bijvoorbeeld. En dan vraag je je af: wat nu? Ik had best wel mooie muziek, een mooi verhaal… Ik had echt geen zin om dat een jaar op de plank te laten liggen. Dan ben ik naar de platenmaatschappij gegaan. Die hebben het beluisterd, het comic book bekeken, en ze vonden het geweldig en vonden ik het als Ayreon kon uitgeven. Daar moest ik even aan wennen, want het was niet geschreven als Ayreon. Maar uiteindelijk vond ik wel dat het alle Ayreoningrediënten had: verschillende zangers, verschillende stijlen, een doorlopend verhaal, dus uiteindelijk toch een Ayreon.”

enola: Velen met mij verbaasden zich erover dat er toch al zo snel een nieuwe Ayreon kwam, na The Source dat toch wel het einde van je grote science fiction-verhaal was.
Lucassen:
“Precies, en ik heb echt honderdduizenden keren gezegd dat The Source het einde van dat verhaal was. Dat had 01011001 al moeten zijn in 2008. Ik verander dan ook constant van gedachten. Maar The Source klonk zo erg als Ayreon, en zeker ook als de Ayreon-saga, dat ik het wel moest aanknopen aan dat grote verhaal. Maar Transitus is echt wel iets compleet anders geworden.”

enola: Inderdaad. De afgelopen drie jaar heb je ontzettend veel teruggekeken, met een heruitgave van en de concerten van een van je hoogtepunten Into The Electric Castle, maar ook je Ayreon Universe concerten, wat een magistrale best-of show was die je zelfs ook op Graspop bracht. En dat terwijl je destijds Ayreon oprichtte, om ook te kunnen stoppen met optreden. De cirkel leek rond om zodoende met Ayreon te kunnen stoppen en je op andere projecten te gooien.
Lucassen:
“(beslist) Nee, dat in geen geval. Ik zou nooit met Ayreon willen stopen, nooit. Ik kan alles kwijt in Ayreon. Ik kan een album maken waar al m’n stijlen in zitten, en dan is het echt een Ayreon. Soms heb ik dan weer zin om een album te maken dat gebaseerd is op één stijl, bv. als Star One dan, dat meer geënt is op de metalkant van Ayreon. Of The Gentle Storm (een project uit 2015, samen met zangeres Anneke Van Giersbergen, pn), dat dan weer meer de folkkant belicht.”

enola: Je zit met Ayreon nu zelf in een soort van Transitus, tussen de oude saga en nieuwe verhalen die nog zullen komen.
Lucassen:
“Precies. Maar ik zie dit niet echt als een nieuw begin, vooral ook omdat dit een film zou worden. Dit is echt een stap opzij. Hierna komt er trouwens ook zeker geen Ayreon. Er zijn Ayreons genoeg geweest na elkaar de laatste jaren. Wie zal het zeggen wat de volgende Ayreon wordt (lacht).”

enola: Dat houdt het boeiend. Zoals het verhaal van Transitus. Het is met zoveel passie geschreven dat het lijkt alsof het er in één gulp is uitgekomen. Zat het verhaal al langer in je hoofd?
Lucassen: “Absoluut niet. Ik wou dus echt een film, maar wou er geen science fiction-film van maken. Want dat doe ik met Ayreon al. En bovendien, als je een degelijke science fiction-film wilt maken, kom je er met 50 miljoen euro niet. Dus ik wou het tegenovergestelde doen, en iets in de vorige eeuw laten spelen. Bovendien ben ik altijd een fan geweest van geestverhalen en horrorfilms, zoals Omen bijvoorbeeld. Dus dat was het oorspronkelijke plan.”

enola: Los daarvan is het wel uitgemond in je meest eclectische plaat volgens mij: je hoort wederom prog en metal, maar ook eighties soundtracks, gothic aspecten met het koor, musical inderdaad…
Lucassen:
“Ik denk het wel, ja. The Source was een pur sang progmetalplaat, terwijl Transitus echt alle kanten op gaat. Tijdens dat eerste nummer van tien minuten word je echt van de ene sfeer in de andere gekatapulteerd (lacht). Best wel extreem. Dat komt ook door alle nieuwe instrumenten, zoals hoorn, die ik gebruik, alle nieuwe zangers die voor het eerst op een Ayreonplaat meedoen… Het is meer een rockmusical dan een rockopera geworden zoals op de vorige Ayreonplaten.”

enola: Dat klopt. Je hebt zoveel verschillende instrumenten en sferen, maar toch blijft Transitus als geheel sterk overeind.
Lucassen:
“Absoluut. Als je er één nummer uit trekt, heeft dat eigenlijk helemaal niks meer te betekenen (lacht). Daarom was het ook zo moeilijk om een single te kiezen, maar de platenfirma stond erop. Niks is immers representatief, ik was er als de dood voor dat mensen de verkeerde indruk zouden krijgen. Ik wou, zoals bij een echte film, een trailer waarin de verschillende stukjes de verschillende aspecten van de plaat zouden laten horen. Die is er ook gekomen, maar uiteindelijk hebben we dan toch de twee meest extreme nummers gekozen: “Get Out Now!”, dat heel eighties aandoet en (“Hopelessly Slipping Away”), wat heel atmosferisch is.”

enola: Dat laatste nummer moet het meest kwetsbare zijn dat je tot dusver al hebt opgenomen. Soortgelijke rustige tracks als “Valley Of The Queens” of “Comatose” op vroegere albums zijn nog van een andere orde en meer typisch “Ayreon” dan deze emotionele ballad vol verlangen.
Lucassen:
“Ik heb er zelf een “Dust In The Wind”-gevoel bij (lacht). Ik had eerder de Bolero van Ravel in m’n hoofd toen ik het maakte. Dit is wel iets anders dan anders, ja. Er staan best wel ook een paar Scorpions-momentjes op de plaat (lacht). Maar ook al maak ik totaal andere dingen, zoals ik nu naar mijn gevoel met Transitus heb gedaan, blijven er toch herkenbare aspecten uit m’n vroeger werk terugkomen. Ik maak nu 45 jaar muziek, dus ja … (lacht) Om mezelf louter te herhalen is het misschien wat vroeg, maar het wordt wel herkenbaar na al die tijd natuurlijk. Ik vraag me wel altijd af: hoe kan ik u nu weer met iets nieuws komen? En dan heb ik wel een ideetje, maar dan zegt iemand dat het wel hier of daar op lijkt, en dan krijg ik het wel lastig.”

enola: Je moet als luisteraar wel halfdoof zijn als je hier de vernieuwing niet hoort. Los van de muzikale elementen, is dit inderdaad meer soundtrack en musical waarbij meerdere motiefjes en melodieën verschillende keren terug- en samenkomen.
Lucassen:
“Dat is waar. Het zijn meer puzzelstukjes. Daar hou ik van. Dan wordt het een persoonlijke ontdekking. Daarom hou ik ook zo van het werk van Jef Bertels, die veel van m’n hoezen heeft gemaakt. Daar zitten zoveel details en kleine elementjes in. Ik weet nog toen hij het schilderij van Into The Electric Castle had gemaakt, dat de hoes van de plaat zou worden: ik heb er toen echt een dag voor gezeten en naar liggen staren. Dat wil ik met mijn muziek ook bereiken. De eerste keer dat je het hoort, zal het misschien een overvloed aan informatie zijn, maar dat je het nadien per luisterbeurt verder kunt ontrafelen maakt het voor mij interessant. Dit album heeft een vijf- à zestal basisthema’s, waarbij ik me heel hard heb laten beïnvloeden door soundtracks van bijvoorbeeld Morricone en John Carpenter, en ik vind het dan supergaaf wanneer die patronen terugkomen op een andere manier.”

enola: De vernieuwing zit ‘m ook in de ontzettend rijke instrumentatie.
Lucassen:
“Zeer zeker. Voor het eerst in tijden heb ik met een andere drummer gewerkt. In plaats van Ed Warby is dat Juan Van Emmerloot geworden, die een heel andere, niet zo’n krachtige powerstijl heeft. Dat creëert een heel andere dynamiek. Je hoort ook heel wat akoestische instrumenten deze keer, zoals de hurdy gurdy, hoorns, glockenspiel… Dat geeft het echt een heel nieuw gevoel. Ikzelf heb ook maar één gitaarversterker gebruikt deze keer, net niet te heftig afgesteld, en dat geeft allemaal veel meer ruimte. Het wordt ook een stuk warmer.”

enola: Ook met de zangers en zangeressen moet er dan toch ook een andere dynamiek geweest zijn omdat ze zich meer dan ooit met hun personages moeten kunnen vereenzelvigen.
Lucassen:
“Heel erg. Vroeger wisten de vocalisten soms niet welke rol ze concreet inzongen in het brede verhaal, dat was nu onmogelijk. Ik koos de vocalisten nu ook niet alleen puur op basis van hun stem, maar op basis van hoe ze eruitzien. Of hun uitstraling echt bij de rol paste. Ik heb ze op voorhand ook hun rol uitgelegd, om te checken of ze ermee konden leven. Tommy Karevik (Kamelot, pn) wil bijvoorbeeld altijd alles weten, en zou nooit iets doen dat hij niet ziet zitten. Voor de vocalisten hun nummers begonnen in te zingen, moesten ze weten wat er in het nummer gebeurde en welke emoties erbij te pas kwamen. Dat was hier belangrijker dan ooit.”

enola: Over de vocalisten gesproken: wat een revelatie is Cammie Gilbert. Ongelooflijk. Ze komt hier veel beter tot haar recht dan in haar eigen band Oceans Of Slumber.
Lucassen:
“Los van de muziek, hoor ik vooral stemmen, ik hoor geen zangers. Ik hoor geen techniek, ik hoor een stem. En toen ik haar stem hoorde, dacht ik meteen dat daar zoveel uit te halen is. Het was dan ook heel fijn dat ze helemaal vanuit Texas hierheen kwam en dat ze echt naast me in de studio stond. Dan kun je veel meer uit iemand halen, kun je verschillende dingen uitproberen. Ze was er zelf verbaasd over wat er allemaal uiteindelijk uit haar is gekomen. Ook Tommy was volkomen vrij om te doen wat hij maar wou. Mike Mills, die al op veel van m’n platen heeft meegedaan, had alles eerst als demo ingezongen, kwestie van de lat lekker hoog te leggen voor de finale vocalisten (lacht) En dan nog doet Tommy er gewoon z’n eigen ding mee.”

enola: Is het niet zo dat de carrières van bepaalde artiesten, en hun bands, een zetje hebben gekregen door een bijdrage aan jouw werk? Dat luisteraars hen zo ontdekten door jou als een soort talentscout? Ik heb zo op een van jouw platen de magistrale Tom Englund en bijgevolg z’n band Evergrey leren kennen.
Lucassen:
(Aarzelend:) Dat wil ik graag denken natuurlijk. Een mooier compliment kun je niet krijgen wanneer iemand zegt dat hij of zij een bepaalde vocalist beter vind in jouw werk dan in dat van hun eigen band. Voor de band zelf is dat minder leuk (lacht). Maar of dat allemaal echt zo is… Neem nu Floor Janssen: ik heb haar een kans gegeven toen ze 19 was. Maar zij was toen al zo fenomenaal dat ze er hoe dan ook altijd op eigen kracht was geraakt, zoals ze nu de top bekleedt met Nightwish. Ik was een van de eersten die haar ontdekt heeft, dat wel misschien, maar als iemand écht goed is, komen ze er sowieso wel. Het is ook altijd een droom om te werken met je helden, zoals Bruce Dickinson destijds, maar nieuwe talenten ontdekken als Marcela Bovio vroeger, die nu ook weer meedoet, geeft zeker zoveel voldoening.”

enola: En je plukt tegelijk ook de vruchten van talenten die verder geslepen worden doorheen de jaren, zoals Simone Simons waar je eerder al mee werkte. Wat zij hier doet, is best wel opvallend in vergelijking met al haar eerder en ander werk.
Lucassen:
“(lacht) Jazeker. Met Epica is het best altijd wel serieus en bombastisch, en elke keer als ze hier komt, zie je altijd die “twinkle in her eye”, maakt ze best wel ondeugende grapjes de hele tijd, altijd lachen… En die kant van haar wou ik nu ook op plaat wel eens naar boven zien komen. Die rol van de “Angel Of Death” is dan ook eigenlijk speciaal voor haar geschreven, met die ontzettend ondeugende “Well, hello there”. Je wéét gewoon dat dat werkt bij haar. (denkt na) Weet je, dat gebeurt allemaal eigenlijk heel spontaan. Het is vreemd wat ik doe. Ik heb zelf nooit muziek geleerd, dus als ik met muzikanten werk, is het best onlogisch wat ik allemaal doe. Ik doe eigenlijk maar wat (lacht).”

enola: Die rol van Simone zorgt onder andere voor een humor inderdaad, die dit verhaal nodig heeft, maar die ook prominenter aanwezig is dan op je vorige platen. Ook door Tom Baker die het verhaal  héél tongue-in-cheek vertelt.
Lucassen:
“Ja, ik vind humor heel belangrijk. Klinkt misschien stom voor een perfectionist als ik, maar ik wil niet té serieus genomen worden. Wat ik maak, biedt escapisme. Daardoor wil ik het niet te duister maken. Dus als het mogelijk is, wil ik er humor in hebben. Zoals de rol van Mike Mills, die overigens een supergrappige kerel is, als een pratend standbeeld in “Dumb Piece Of Rock”. Transitus zie ik meer als stripverhaal, in tegenstelling tot eerdere platen als 01011001, dat eigenlijk handelde over de ondergang van de wereld. Probeer daar maar eens humor in te brengen.”

enola: Ja, dat is wel een andere constante in je werk lijkt me: je hebt niet het meest positieve beeld van de mensheid. In jouw verhalen helpen ze de aarde naar de knoppen, laten ze zich wegduwen door techniek en machines, plegen ze verraad zoals op Transitus. In een nummer als “This Human Equation” lach je de mens eigenlijk gewoon uit.
Lucassen:
“Maar soms zijn ze ook wel “nice”, zoals Simone zingt in dat nummer (lacht) Maar dat gaat inderdaad over de twee kanten die we hebben. Kijk, ik mijd het nieuws, tv, kranten. Maar als ik dan soms toch nieuws meekrijg, mijn vriendin Lori vertelt me wel eens wat, dan vraag ik me al eens af hoe dat allemaal zomaar kan. Dan wil ik het al snel niet meer weten. Hoe mensen over dingen denken, daar snap ik helemaal geen zak van. Ik kan er niks aan doen, en ik vind dat ik er als muzikant ook niets aan moet doen. Ik ga niet plots teksten tegen Trump schrijven, dat is niet mijn taak. Ik vertel veel liever eigen verhalen.”

enola: Maar toch kun je kritiek ontwaren in je teksten, zoals in “Condemned Without A Trial”. Hoe mensen daar valse beschuldigingen tegen elkaar op schreeuwen, lijkt me een soort aanklacht tegen hoe mensen elkaar opruien om zonder kennis van zaken oordelen te vellen.
Lucassen:
“Ja, ik hààt roddels. Echt. En als ik dan in deze Coronatijden al die samenzweringstheorieën hoor… Gruwelijk. We zitten allemaal samen in deze ellende, laten we er dan ook gewoon samen proberen uit te komen. Dit is gewoon voor niemand goed. Maar als er eender wat op internet staat, geloven mensen het al snel. Daar komen rampen uit voort. Maar kijk, nu ben ik toch een mening aan het geven en dat wil ik niet. Tussen de lijnen in m’n teksten valt veel te lezen, en ik hoop dat ik het de mensen niet opdring. Laat maar mij dat escapisme bieden, zodat de mensen even kunnen ontsnappen uit die waanzin van alledag.”

Transitus verschijnt op 25 september.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 13 =