In Memoriam : Robbe De Hert

Deze week werd de Belgische film- en cultuurwereld geconfronteerd met het droevige nieuws dat Robbe De Hert overleden was. Tim Van Der Poel was een goede vriend van de cineast en schreef voor Enola een eigenzinnig en persoonlijk ‘In Memoriam’.

De ‘filmstaar’

Hij wilde altijd een filmster worden, je weet wel zo een Hollywoodfiguur die ‘larger than life’ is. In Vlaanderen is hij ‘larger than life’ geworden. Niet als een filmster. Al blijkt uit bijvoorbeeld De Vijanden van Hugo Claus, dat hij best wel de looks had. Niet een ster dankzij zijn regietalent, want zijn extra-curriculaire activiteiten vonden meer weerklank dan zijn filmwerk. Maar Robbe werd wel de bekendste ‘cinemamens’ van het land. Iedereen kent Robbe De Hert.

Er zijn dus ontelbare anekdotes over deze man. Het is niet evident om een persoon te herleiden tot een anekdote, maar in het geval van Robbe lijkt me dat de betere benadering. Je kan een publieke figuur enkel menselijker maken via ‘des petites histoires’. Al was het maar omdat hij de Vlaamse filmgeschiedenis heeft herleid tot een aaneenschakeling van anekdotes en vaak klonk hij als een jukebox die steeds dezelfde ‘greatest hits’ bleef draaien.

De Witte van Sichem

De begrafenis van Maria Rosseels

In maart 2005 belt hij me op. Hij vraagt of ik hem wil vergezellen naar Kalmthout voor de begrafenis van Maria Rosseels. Omdat ik de voorgaande twee jaar met haar een bescheiden correspondentie had gevoerd, zegde ik uiteraard toe. Robbe hield er niet van dingen alleen te doen. In dit geval wilde hij er graag iemand bij die ook effectief nog wist wie Maria Rosseels was. Zij was ooit een zeer belangrijke filmcriticus en in 1964 bepalend voor het lanceren van de carrière van Robbe, maar sinds haar pensioen langzaam in de vergetelheid geraakt. Robbe is haar altijd dankbaar geweest voor haar steun, hij bleef steeds loyaal tegenover wie in hem geloofde.

De ochtend van de begrafenis trok ik naar de Bisschopstraat waar Robbe toen kantoor en huis hield. Na al de typische zoektochten van Robbe (tanden, sleutels, draagtas, autosleutels, telefoon, opnieuw sleutels, de auto, …) vertrokken we. Uiteraard kwamen we aan toen de plechtigheid al aan de gang was. Ik wilde me naar binnen reppen, maar Robbe niet. Hij bleef talmen aan de overkant van de straat voor de etalage van een speelgoedwinkel. Er stond een elektrische trein in de etalage. Hij wees ernaar en begon te vertellen over z’n jeugd, dat hij altijd zoiets wou maar dat zijn ouders dat niet konden betalen. Zo stonden we daar te kijken naar de trein die in ovalen rondjes reed. Robbe bleef vertellen over waar hij dan wel mee speelde als kind, over z’n broers en over hoe de meisjes tot heel laat in z’n adolescentenleven buitenaardse wezens bleven.

Opeens stokt hij. Hij kijkt me aan met tranen in de ogen en zegt: ‘Ik kan het niet. Wilt gij alleen gaan en mij excuseren?’

Ik deed wat hij me vroeg en excuseerde hem bij de nabestaanden. Na de plechtigheid stond hij daar nog steeds voor de speelgoedwinkel, steunend op zijn kruk. We stapten in de wagen, ik gaf hem het bidprentje en verder repte hij met geen woord meer over de begrafenis.

De terugrit werd een kleine roadtrip. We hadden beiden geen andere plannen die dag en Robbe had duidelijk geen zin om al naar huis te gaan. We reden op de meest kronkelend mogelijke manier van Kalmthout over Kapellen, Brasschaat, Sint-Job, Schoten en Merksem terug naar de Bisschopstraat.

Onderweg hield hij geregeld ergens halt om een huis aan te wijzen waar of hijzelf of jeugdvrienden hadden gewoond. Even vaak was het een huis van een onbereikbaar meisje uit z’n jeugd waar hij zot van was geweest. En dan werd hij weer kwaad over hoe zijn generatie niets had geleerd over het andere geslacht. Plots trok hij een brede grijns en wees hij naar een plek waar hij had gevost.

Ondertussen waren we Antwerpen binnengereden en passeerden we de Roma. Het gesprek ging over de oude cinemazalen van de stad. Daar kon hij uren over vertellen. Welke film hij waar zag. Het cinemaleven van een film (zoveel weken in het centrum, dan naar die kleine zaal aan de rand om te eindigen in een dorpscinema). Maar ook over cinemagewoontes in de jaren vijftig en zestig.

We kwamen aan bij hem thuis en toen pas keek hij naar het prentje van Maria Rosseels. Hij bedankte me om mee te komen en hij glipte stilletjes voorovergebogen de grote deur van het pand binnen.

Welke geschiedenis van de Vlaamse film?

Robbe heeft een groot stuk van zijn leven gewijd aan de Vlaamse filmgeschiedenis, het verhaal van de filmmakers, maar ook dat van de beleving van naar de cinema gaan. Ik had Robbe voordien leren kennen bij de Cinematek omdat hij in de redactie zetelde voor de DVD-reeks ‘Kroniek van de Vlaamse film’. Deze reeks, die onder meer zijn De Witte van Sichem bevatte, was hem een doorn in het oog. Want een officiële instantie was nu bezig ‘zijn’ Vlaamse filmgeschiedenis te herschrijven.

Het verhaal van Robbe De Hert en zijn vertelling van de Vlaamse filmgeschiedenis start al in 1984, met De Droomproducenten, een subjectieve compilatie waarin Robbe met Willem Thijssen van leer trekt tegen de erbarmelijke omstandigheden om in Vlaanderen en Nederland een speelfilm te maken. In 1990 breidde hij met Luc Pien een vervolg aan dit verhaal met Janssen en Janssens draaien een Film. Minder kritiek op het beleid en arm Vlaanderen, maar een snelle, leuke roetsjbaanrit door de filmgeschiedenis, met tal van anekdotes. Hiervoor was hij iedereen die maar iets kon vertellen over film en cinema beginnen te interviewen. Elk interview leidde tot een nieuw spoor dat Robbe dwangmatig volgde. Dit leverde in 2001 de eerste versie van Hollywood aan de Schelde op: een reeks voor ATV die in 13 korte episodes alles summier aanraakte wat van belang was voor onze lokale filmgeschiedenis.

Janssen en Janssens draaien een Film

Het resultaat was niet zo heel goed. Het grote nadeel was dat de docu geen objectieve kijk bood op de Vlaamse filmgeschiedenis, enkel de kijk van Robbe. Zoiets werkt niet in korte stukken zonder context, dit verhaal heeft een spanningsboog nodig. Al de interviews gebeurden vanuit zijn kenmerkende subjectiviteit. Zijn eigen kijk op de geschiedenis die hij van dichtbij mee had gemaakt en mee had gevormd. Het werkstuk groeide vervolgens alle proporties te buiten. Het aantal interviewuren werd onoverzichtelijk. Gelukkig had Robbe goede assistenten die alles keurig hadden geïnventariseerd en uitgetikt.

Die jaren 2000 waren slecht begonnen voor Robbe. Hij had net het alom gelauwerde Lijmen/Het Been achter de rug, maar de gezondheid begon hem meer en meer parten te spelen. Stoppen met roken en drinken, morfinepleisters, pijnstillers allerhande. En het ontstaan van het VAF uit het ‘Fonds Film in Vlaanderen’ met als intendant Vander Taelen. Dit was een hele resem opdoffers voor Robbe. Hij begon elke afwijzing door het VAF als een persoonlijke aanval te beschouwen, zag af en werd langzaam steeds meer verbitterd.

Tekenden voor die evolutie zijn z’n twee autobiografieën. De eerste, Het drinkend hert bij zonsondergang (Het Jungle Book van de Vlaamse film) uit 1983, was een schelmenroman die het plezier van de bladzijden liet afspatten. Drinkend Hert in het Nauw dat twintig jaar later verscheen, was daarentegen een te letterlijke weergave van al de bittere afrekeningen van Robbe.

Samenwerken met hem was dan ook niet altijd een plezier. Hij adviseerde actief voor de documentaires bij elke DVD, maar dat waren heel moeilijke werkvergaderingen. Zijn verhaal van de Vlaamse filmgeschiedenis was hem te dierbaar. Hij vond de vertelling van de Cinematek te afstandelijk, te weinig gepassioneerd. Zijn Hollywood aan de Schelde-visie had de canon moeten bepalen in zijn ogen. Dit leverde een minder fraaie Robbe op. Veel chagrijn, veel verbittering, veel compromissen.

Ik wil hem hier niet beoordelen en terugblikkend kan ik beter plaatsen waarom hij zich toen zo gedroeg, maar het was geen fijne periode. Voor een tijd verliep de rest van het project niet meer in de leuke, aimabele sfeer van bij de start. Hij trok me letterlijk mee in de storm. Sommige dagen bracht ik uren aan de telefoon door, om de beurt pratend met elke fractie, luisterend en bemiddelend. Ik werd dit beu en ben toen kwaad op Robbe geworden. Enfin, niet echt kwaad, wel enorm ‘pissed’.

Ruzie met Robbe

Ruzie maken met Robbe is niet moeilijk, dat kan iedereen je vertellen. Het mooie aan Robbe was wel dat je het ook even makkelijk kon uitklaren. Hij kon luid brullen en velen lieten zich daardoor intimideren. Maar een keer harder terug brullen hielp soms wel.

Ik heb twee keer met hem ruzie gemaakt. Ik denk niet dat ik ooit zo hard tegen iemand heb staan roepen als tegen Robbe. Maar hij trotseerde dat, liet me razen, vroeg toen ik klaar was: ‘Oké schat, klaar? Koffie?’. We zetten ons in de keuken en we praatten het uit. Hij heeft mij laten praten, zaken toegegeven en zaken weerlegd. Ik heb naar zijn argumenten geluisterd. En dat was het. De rest van het project heeft hij zich kalmer opgesteld. Want hij kon boertig zijn en soms verdomd koppig of egoïstisch, maar hij wist ook zeer goed wanneer empathie beter uitkwam.

Waarom ‘Hollywood aan de Schelde’ zo belangwekkend is

Als je kijkt naar de versie van Hollywood naar de Schelde uit 2018 en je bent vertrouwd met de montage die in 2006 werd vertoond, dan merk je een groot verschil in de toon van het narratief en van de interviews. Het belangrijkste verschil is misschien de houding van Robbe zelf: in 2006 was hij een verbitterd man die tegen en alles en iedereen wou strijden. Anno 2018 was dat niet meer aan de orde. Nu Robbe al dat vechten voor zijn projecten had opgegeven, had hij eindelijk beter door wat deze documentaire voor hem betekende: een uiting van zijn dankbaarheid aan al die mensen die hem hadden geholpen in zijn leven. Een eerbetoon aan al de mensen wier pad het zijne kruiste. Een welgemeende ‘dank u’ van een prachtige man. Van een schone ziel. Op de generiek achter zijn naam staat veelzeggend: AMP. Acroniem voor ‘Arm Maar Proper’. Proper als in moreel fatsoenlijk, eerbaar, dankbaar.

De definitieve versie van zijn geschiedenis is met Hollywood aan de Schelde een oprecht mooi en positief verhaal geworden, zonder al het gif uit 2006. Na al de pijn en aftakeling, na al de afwijzingen en al de financiële miserie was Robbe er toch maar in geslaagd zijn ware, zachte aard vrij te laten. En dat merk je aan het eindresultaat. Hij heeft dankzij al die mensen die hem zo graag zien zijn droomproject kunnen afwerken. Door de jaren heen hebben zoveel mensen zoveel gedaan voor Robbe omdat hij zo een warme, innemende persoon was met een enorm groot hart waarin hij plaats had voor iedereen. Het is dan ook niet makkelijk om afscheid te moeten nemen van iemand waarvan velen stiekem hoopten dat hij onsterfelijk zou blijken.

Hij heeft dan toch de kans gekregen om zijn waarheid vertellen: De Vlaamse filmgeschiedenis volgens Robbe. Is zijn versie de waarheid? Neen, maar dat doet er niet toe. Zijn verhaal is een schoon verhaal geworden dat nog lang zal blijven leven. Je weet wel: ‘Print the legend’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + tien =