Citadelic: Osama Abdulrasol & Karen Willems

26 juli 2020 Koningin Astridpark (Gent)

Vlak voor de start van je festival te horen krijgen dat je moet verkassen naar een andere plek: er zijn al grotere obstakels geweest voor de organisatie van het Citadelic festival, dus ook de overstap naar het Astridpark – qua grootte, ligging en inrichting eigenlijk een ideale locatie – werd met succes uitgevoerd. Drie zaterdagen kon je er terecht voor een middag- en avondprogramma, met de nadruk op vrijere jazz en improvisatie, veelal door nieuwe formaties en ad hoc-groepen. Op de laatste dag uit de reeks pikten we snel nog een middagconcert mee.

Van coronastilte valt weinig te merken bij Karen Willems. De laatste maanden bracht ze twee tape-releases uit in haar Terre Sol-serie (Grondwerken Willems en Seslerde), met de derde die eraan komt in september, en was ze regelmatig live te zien of in residentie. In Gent speelde ze nu met kanun-speler Osama Abdulrasol (en later die avond met gitarist Jean D.L.), al sinds het einde van de vorige eeuw een vaste waarde binnen de Gentse muziekscene. Misschien was het daarom ook een verrassing dat het er nu pas van kwam. Beide artiesten bevinden zich vaak in de meest uiteenlopende werelden, dus het was een kwestie van tijd voor het gebeurde.

Vanaf de start klonk het alleszins als een prima match. Abdulrasols kanun, een instrument dat er uitziet alsof het uit een piano werd gebroken, is een tokkelinstrument dat enkel al door zijn specifieke klankkleur meteen een zeer specifieke wereld oproept. Het heeft iets van een metalig klinkende harp, goed om meteen bij weg te dromen. De man bleef aanvankelijk ook stevig verankerd in zijn vertrouwde wereld, wat Willems de gelegenheid gaf om hem elegant te omcirkelen via statig gerol met mallets en lichtvoetige kleuraccenten. Regelmatig vrij boetserend, maar dan toch ook met een etnische toets of duidelijke(r) puls.

Het leverde in de eerste twee stukken weinig vuurwerk of verrassingen op, maar het was wél ideaal om bij te ontwaken; dromerig en sober, ijl drijvend op de briesjes die door het park waaiden, hier en daar aangezet met een meer ritmische potten- en pannensound. De interactie werd pas echt opengebroken voor het langere derde stuk, waarin de interactie minder homogeen opging en de interactie meer tastbaar werd. Abdulrasol liet hier meer ruimte en door een minder grote nadruk op de melodieuze weelde kreeg het samenspel een grotere vrijheid, verder weg van bekende idiomen.


Misschien iets té veel deze keer, want de subtiele spanningsopbouw kreeg nooit de gepaste afronding waar nood aan was. Een paar keer kwam het binnen handbereik, maar dat werd dan aangegrepen om de draad opnieuw op te pikken, waardoor de muziek wat van z’n spanning verloor en wat te lang bleef kabbelen. Niettemin: een warm en charmant optreden dat in z’n beste momenten een bedwelmend effect had.

Vervolgens pikten we nog een deel mee van Giovanni Barcella’s Erotica Exotica, een project rond de Gents-Italiaanse drummer en El Negocito/Citadelic-oudgediende die een band rond zich verzamelde met baritonsaxofonisten Marc De Maeseneer en Vincent Brijs, altsaxofonist/fluitspeler Ben Sluijs en vocalist Sam Louwyck. De erotiek en exotiek kon je gerust met een korrel zout nemen, want de muziek van deze opvallende line-up bewoog met vrije en soms lekker rollende ritmes, vage noir/tribal-tinten en een paar prima solo’s, die afgewisseld werden met passages waarin Louwyck, hoekig en theatraal gesticulerend, aan het freewheelen sloeg in de zone tussen beatnik & Bukowksi, of grommende Tom Waits en bezopen Arno. Onsterfelijke oneliners leverde dat niet op (denk in de richting van “Moeder, ligt m’n haar goed?”) en echte interactie met de muziek kwam er ook niet van, maar het had een soort middernachtelijke café-nonchalance die misschien wel gepast was voor een luie namiddag in een gezellig stadspark.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 2 =