Mark Lanegan :: Sing Backwards and Weep

Weinig artiesten van de late twintigste, vroege eenentwintigste eeuw spreken zo tot de verbeelding als Mark Lanegan. De stuurs kijkende, van een uniek stemgeluid voorziene reus zong een collectie platen bij elkaar die zijn gelijke niet kent. Het is echter een klein wonder dat die discografie een dergelijke omvang kent. In de jaren negentig hield Lanegan er een levensstijl op na die hem ei zo na de dood in joeg. In Sing Backwards and Weep brengt Lanegan het verhaal van de meest donkere periode uit zijn bestaan.

Dat Mark Lanegan geen posterboy was voor het concept gezonde geest in een gezond lichaam was zo’n beetje algemeen geweten. Hij stond bekend als notoire (ex-)junkie die zijn muziek van zo’n lading treurnis wist te voorzien dat luisteraars uit balans gebracht konden worden. De finesses van dat keihard geleefde leven waren echter taboe. Er waren veel verhalen, maar Lanegan was er de man niet naar publiekelijk zijn hart te luchten. Interviews verliepen, tot enkele jaren geleden, doorgaans stroef en op het podium deed hij er, behalve wanneer gezongen diende te worden, liefst het zwijgen toe.

De enige keer dat Lanegan in zijn kaarten liet kijken, was in I am the Wolf, een collectie songteksten die hij van achtergrondcommentaar had voorzien. Niet lang voor zijn dood uitte Anthony Bourdain zich als fan van Lanegan de auteur en zette die laatste zich, ondanks de eigen weerzin, aan het schrijven van zijn memoires. Geen makkelijke klus, zo vertelde Lanegan in verschillende interviews, waarin hij liet verstaan geen plezier te beleven aan het herbeleven van zijn herinneren.

Vanaf het prille begin verliep Lanegans leven immers alles behalve idyllisch. Op z’n twaalfde was de latere zanger, kind uit een gebroken huwelijk, “een compulsieve gokker, beginnend alcoholist, dief en pornozot.” En van daar zou het alleen nog maar bergaf gaan. In de wieg gelegd voor een bestaan aan de rand van de samenleving, had Lanegan slechts één missie: Ellisburg, het gat waar hij in de wereld geworpen was, zo snel mogelijk verlaten.

Hoe groot zijn wanhoop was, blijkt uit de uitweg die hij voor zichzelf ziet: muziek, ook al vindt hij die zelf maar niks. Omdat hij geen alternatieven heeft, vervoegt Mark Lanegan in de vroege jaren tachtig Screaming Trees. Wie nog enige illusies koesterde rond die band, misschien zelfs hoopte op een reünie, kan nu Sing Backwards verschenen is, alle hoop laten varen. De Trees waren een disfunctioneel gezelschap waarin Lanegan zich verre van op zijn plaats voelde. In niets ontziende bewoordingen rekent hij hier af met de band in het algemeen, en de broers Van en Gary Lee Conner in het bijzonder.

Daar blijft het niet bij. Lanegan heeft dit boek niet geschreven om vrienden te maken. Sing Backwards and Weep is in de eerste plaats een neerslag van de donkerste jaren uit zijn leven, jaren waarin Lanegan voor niets of niemand opzij ging op weg naar zijn doel: muziek maken, aanvankelijk toch, en, niet veel later, zijn verslavingen voeden. Dat ging gepaard met een extreem destructieve levenswandel. Het heeft iets voyeuristisch, zoveel gooit Lanegan hiervan op tafel. Maar met het vorderen van de pagina’s wordt duidelijk dat het niet anders kan. Er ìs immers niks anders te vertellen. Het interesseerde Lanegan geen fluit hoe zijn band het er vanaf bracht tijdens dit of dat televisie-optreden. De achterbuurt in en die volgende shot heroïne gaan kopen voor ontwenningsverschijnselen hem zouden vloeren, dàt was zijn bezorgdheid.

Van terughoudendheid was bij het schrijven van dit boek geen sprake. Niet voor anderen, maar evenmin voor zichzelf. Lanegan was een klootzak. En hij beseft dat al te goed, doet geen enkele poging zichzelf beter af te schilderen dan hij was. Wie hoopte op tot de verbeelding sprekende rock-‘n-rollverhalen, komt dan ook van een kale reis thuis. Ja, enkele illustere namen maken hun opwachting, van Kurt Cobain tot Nick Cave, maar het is meestal in bijzonder naargeestige situaties.
Hier ontdek je immers een zanger, een van de beste van zijn generatie, die zich tijdens een Europese tournee in zijn hotelkamer voor de kop slaat omdat hij niet gewoon thuis gebleven is zodat hij zijn crackhandeltje kon verder zetten en genieten van de voordelen die een leven aan de bron met zich meebrengen.

Hoewel de mood overheersend somber is, en Lanegan in zijn gortdroge stijl weinig ruimte laat voor subtiliteit, weer de auteur dat de lezer nood heeft aan momenten om adem te halen. Zo duikt er af en toe een, soms ongewild, humoristisch element op. Ongetwijfeld tragisch op het moment zelf, beschrijft Lanegan op hilarische en gedetailleerde wijze hoe hij héél dicht bij het inslaan van Courtney Loves schedel met een baseballbat kwam. Je proeft bovendien zijn drang om Liam Gallaghers hoofd er af te rukken, wanneer Oasis en Screaming Trees samen toeren, een clash die zowaar voorzien werd door Lanegans platenlabel, waar ten kantore een weddenschap gaande was omtrent het moment dat de confrontatie zou plaatsvinden. Ook wanneer het dan nog jonge veulen Josh Homme de veteranen van de Trees vervoegt als live-gitarist loeren enkele tragikomische situaties om de hoek. Homme ziet er zo fris en monter uit dat hij wanneer hij, puur uit nieuwsgierigheid, Lanegan op een van zijn trips naar de achterbuurt vergezelt zodat die laatste dope kan kopen, door de aldaar aanwezige junks en dealers algemeen voor een flik aanzien wordt en het duo de benen moet nemen om het er levend vanaf te brengen.

Op dat moment is het bestaan van Lanegan echter bovenal grimmig, waarmee vergeleken het in die periode in de bioscopen draaiende Trainspotting bijna lichtvoetig lijkt. De glamour die rond rocksterren en hun druggebruik hangt -want wat bleef Keith er toch cool uitzien en weergaloze platen maken- wordt hier laagje na laagje afgepeld. Frontman van Screaming Trees op het toppunt van hun populariteit of straatdealer in Seattle: het een sluit het andere niet uit. De neerwaartse spiraal waarin Lanegan zich bevond, wordt zonder veel omhaal gepresenteerd. De walgelijke feiten die bij een verslaving horen en de intieme details die uit begrijpelijke schroom achterwege gelaten zouden kunnen worden, ze staan hier. Zwart op wit en schouder aan schouder met hoe Lanegan vriend na kennis na geliefde na groepsgenoot teleurstelt, oplicht, besteelt, bedriegt, bedreigt of erger.

Gezien Lanegan momenteel alive and kicking is, is het geen spoiler om te melden dat het goed afloopt. Dankzij Courtney Love zet Lanegan uiteindelijk de stap naar ontwenning en kan hij, in de tweede helft van de jaren negentig, zijn verslavingen achter zich laten. Door Sing Backwards and Weep daar en dan te laten eindigen, lijkt het bijna voor de hand liggend dat er een vervolg komt. Lanegans creatief meest interessante periode én dito samenwerkingsverbanden die volgden, leveren ongetwijfeld boeiende lectuur op. Minder fraai, maar evengoed deel van dat verhaal, is de periode van herval, die Lanegan naar Antwerpen bracht en waarover Aldo Struyf en Klaas Janzoons in 2010 al een schrijnende getuigenis lieten optekenen in Focus Knack. Vooralsnog ziet het er naar uit dat Lanegan genoeg heeft van het openen van oude wonden. In een interview met The Guardian liet hij in april verstaan geen zin te hebben om nogmaals door het pijnlijke schrijfproces te gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 4 =