Ted Chiang :: Wat er van ons wordt verwacht

Het kortverhaal wordt vaak tekortgedaan, binnen de literatuur geldt het als een opstapje naar het zogenaamde echte werk, de roman van lange adem die aantoont dat een schrijver meer kan dan een sprint trekken. Het mag veelzeggend heten dat dan ook de zogenaamde niche-literatuur, die vaak ook net dat ietsje minder gewaardeerd wordt, het kortverhaal veel meer weet te waarderen. Detective, noir, horror en sciencefiction brengen allemaal bundels uit met kortverhalen die even sterk zijn als om het even welke roman.

Ted Chiang, wiens Chinese naam Chiang Feng-nan (姜峯楠) luidt, werd in 1967 in New York geboren uit Chinees-Taiwanese ouders. Van opleiding computerwetenschapper (het is opvallend dat in de exacte wetenschappen vaker liefhebbers van o.a. scifi zitten, alsof ze niet belast zijn door het `snobisme` van literatuurwetenschappers), schreef hij al van in zijn tienerjaren verhalen en wist hij in 1989 met zijn eerste verkochte verhaal Omni al een Nebula Award te winnen. In totaal zou hij tot op heden niet minder dan negen Hugo en/of Nebula Awards winnen. Een indrukwekkend aantal, vooral omdat hij sinds zijn debuut slechts zeventien verhalen geschreven heeft die de voorbije twee decennia in twee bundels verschenen zijn.

In 2002 werden de eerste negen verhalen verzameld in Stories of Your Life and Others (in 2019 vertaald als De verhalen van jouw leven en anderen), waarna in 2019 eindelijk een tweede bundel verscheen, Exhalation: stories, dat vertaald is als Wat er van ons wordt verwacht en negen verhalen bevat waarvan er zeven eerder verschenen in magazines in de periode 2005-2015. De verhalen zijn in de bundel niet chronologisch opgenomen, al zal het niemand opvallen dat er een periode van tien jaar tussen sommige teksten zit, zozeer blijft de kwaliteit behouden en is Chiangs stem herkenbaar. Zijn kunde is, net als die van alle grote auteurs, dan ook dat het technische of futurologische aspect ondergeschikt blijft aan de verhalen die hij wenst te vertellen en dat die in de eerste plaats diepmenselijk zijn en universele thema`s behandelen.

In “De koopman en de poort van de alchemist” weet hij perfect de sfeer van de verhalen van duizend-en-een-nacht op te roepen en tezelfdertijd te spelen met opvattingen over tijd en de onmogelijkheid het lot te ontlopen. In een volgend verhaal (“Uitwaseming”) komen entropie en het einde van het universum aan bod terwijl in het titelverhaal de mogelijkheden van vrije wil en determinisme behandeld worden. In deze beide verhalen bewijst Chiang niet alleen dat hij vertrouwd is met de belangrijkste ideeën en theorieën over deze thema`s, maar weet hij ze ook zo te brengen dat het verhaal er niet onder lijdt. Integendeel zelfs, hij toont net voor leken de belangrijkste consequenties en de verschillende manieren waarop een levend wezen met dat besef kan of wil omgaan.

Een van de langere stukken, “Navel”, neemt een andere kijk op religie en creatie waarbij opnieuw metafysische thema`s aan bod komen binnen een wereld die herkenbaar blijft maar toch anders is. In “De waarheid van feiten, de waarheid van gevoelens” keert hij onder meer terug naar oudere gemeenschappen die de overlevering en verhalen laten primeren boven het schrift. Op die manier stellen ze de vraag of de harde neergeschreven feiten altijd de waarheid vertellen die noodzakelijk is en wanneer herinneringen waardevol zijn of net een leugen laten overheersen. Het is niet de enige keer dat Chiang zich eerder op een verleden dan een toekomst richt, ook in ‘De grote stilte” komen andere stemmen dan die van de (moderne) mens aan het woord en probeert het verhaal te vatten wat er zou gebeuren wanneer deze niet langer gehoord worden.

Dat Chiang niet vies is van de grote levensvragen zonder een antwoord te bieden, mag wel duidelijk zijn. Daarbij durft hij ook ethische vragen op te roepen, zoals in “De levenscyclus van software-objecten”, waar artificiële intelligentie zo ver ontwikkeld is dat semibewuste wezens mogelijk zijn ter vermaak van mensen en hun eigenwaarde en zelfbewustzijn een discussiepunt vormt. In “Daceys gepatenteerde Automatische kinderjuffrouw”, een verhaal dat zich in het Victoriaanse tijdperk afspeelt, wordt eenzelfde vraag gesteld rond opvoeding en hoe bepaalde ideeën een invloed uitoefenen op de ontwikkeling van een individu en de verantwoordelijkheid die iemand draagt. Het is een thema dat op een andere manier, met de focus op zowel de eigen verantwoordelijkheid als die voor anderen, terugkeert in “Angst door duizelingwekkende vrijheid”. Hier geldt de vele-wereldentheorie uit de quantumfysica niet alleen als reëel, maar kunnen de personages zelf ook contact leggen met hun andere ikken. Hierdoor worden ze geconfronteerd met de gevolgen van elke (niet-)gemaakte keuze, wat hen niet noodzakelijk gelukkiger maakt maar heel soms toch een zegen is.

Wat er van ons wordt verwacht toont net als de vorige bundel dat Ted Chiang meer dan zomaar een pulpschrijver is. Hij gebruikt zijn kortverhalen en de mogelijkheid om alternatieve werelden te creëren volop om belangrijke metafysische (en ethische) vragen te stellen. Vragen die de mensheid zich altijd al gesteld heeft en die ze zowel via literatuur, mythen als allerlei filosofische stelsels heeft proberen te beantwoorden. Chiang geeft geen eenduidige antwoorden maar reikt mogelijke interpretaties aan die hij binnen korte en langere verhalen weeft, waarbij hij steevast opteert voor een positieve of berustende conclusie. Net als andere grote schrijvers binnen het sciencefictiongenre toont hij met deze bundel aan dat het mogelijk is grote thema`s te behandelen in meeslepende verhalen. Vooralsnog is zijn output beperkt, maar het mag duidelijk zijn dat kwaliteit bij hem primeert op kwantiteit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =