Henry David Thoreau :: Walden

Niet alleen critici hebben er in de anderhalve eeuw dat het boek nu al circuleert op gewezen, zelfs vertaler Anton Haakman geeft het grif toe: lezers van Walden geraken het spoor van wat auteur Henry David Thoreau bedoelt af en toe bijster. Geen euvel ontstaan door de transcriptie naar het Nederlands dus, maar een probleem dat in het werk zelf besloten ligt. Is het ontzag waarmee we deze publicatie benaderen dan wel nog op zijn plaats?

‘Wat zijn de klassieken anders dan de nobelste opgetekende gedachten van de mens?’, zo vraagt Thoreau zich tijdens een van zijn schier eindeloze mentale omzwervingen af. Inderdaad houden we als samenleving een bepaalde canon in ere, vanuit het idee dat sommige lectuur zodanig raakt aan essenties over de mens, dat de tand des tijds er nauwelijks impact op heeft, of toch niet in die mate dat we de oefening in de 21ste eeuw beter nog eens zouden overdoen. Anders dan in de film- en de muziekwereld zijn de literaire klassiekers alleszins geen bijverschijnsel binnen een levendige miljardenindustrie, maar een wezenlijk onderdeel van de hedendaagse leescultus. Oude romans worden steeds opnieuw bewerkt, vertaald en heruitgegeven. Af en toe laait er een discussie op over de wijze waarop we met de traditie moeten omgaan: is het onze taak haar in te passen in deze tijd van snelle technologie door de schaar te zetten in langere en dus inefficiënte passages, of moeten we haar juist onaangeroerd laten? Het zijn vragen die allicht menig vertaler uit zijn slaap houden, al zijn ze op Walden niet van toepassing. Een boek zonder noemenswaardige structuur en zonder heldere plot kan immers niet ingekort worden, of het hele concept stuikt in elkaar.

Waarom dragen we Walden precies zo hoog in het vaandel? In zijn voorwoord suggereert Paolo Cognetti, sinds De acht bergen zelf uitgegroeid tot een modern romanticus die de vrijheid en de oorspronkelijkheid van een leven in de natuur verheerlijkt, dat het boek vooral als symbool de geschiedenis is ingegaan. Thoreau trok zich halverwege de 19e eeuw ruim twee jaar terug uit de maatschappij om te leven van en voor wat er écht toe doet. Concreet bouwde hij een hut in de nabijheid van de Walden Pond, op slechts enkele kilometers van het stadje Concord te Massachusetts. De mythe wil dat hij daar in volslagen afzondering een kluizenaarsbestaan leidde. De realiteit ziet er uiteraard anders uit. Zo zou hij nog sociale contacten onderhouden hebben, alsook leefde hij vermoedelijk van de lokale voorzieningen voor wat betreft drank en spijzen. Zijn dagboeken, die later in herwerkte vorm onder de titel Walden werden gepubliceerd, reppen echter vooral over de doelbewuste ascese, de eenzaamheid en de verstrengeling met de natuur. Thoreau maakte van zichzelf een Einzelgänger, tegelijk held en martelaar, iemand die uit ethische plicht verzaakte aan alle luxe en comfort die zijn tijdsgewricht hem kon bieden om een staat van verlichting te bereiken. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven, om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me moest leren…

In niet mis te verstane bewoordingen trekt Thoreau ten strijde tegen collectief bijgeloof, tegen het najagen van materiële rijkdom, tegen een maatschappij van vanzelfsprekende vooruitgang waarbij geen van de leden zich afvraagt waartoe die vooruitgang precies dient. Het voorbije decennium, toen bleek dat het neoliberale denken omtrent ongetemperde groei op ecologische grenzen stootte en deze gemakzuchtig dacht te kunnen overschrijden, zijn die vragen zeker relevant. Alleen moeten we ons goed realiseren dat de antwoorden niet bij Thoreau te vinden zijn. Natuurmystiek, weglopen van de samenleving, vluchten in de kunst: het zijn archaïsche methodes die amper bijdragen aan de existentiële nood van de mens uit de tegenwoordige tijd. In die zin is het toegevoegde essay De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid, die Thoreau schreef omdat hij geen belastingen wenste te betalen aan een democratie die op de uitbuiting van slaven gebaseerd was en bovendien actief in een conflict met Mexico verwikkeld bleef, interessanter dan de oneindige beschouwingen van Walden. Hoe plaatsen we onze persoonlijke moraal tegenover die van een autoriteit, en wat als daartussen frictie ontstaat – laat de democratie dan voldoende mogelijkheden tot dialoog? Ook dat is een hoogst relevante vraag geworden, maar nogmaals: de vraag volstaat niet langer.

In feite behoort dit boek anno 2020 vooral academici en theoretici toe. Thoreau is niet weg te denken als relevant chroniqueur en aanvechter van de geplogenheden van zijn tijd, en dat is een reusachtige verdienste. Een die maakt dat we zijn naam moeten memoreren, zonder daarom onze kiezen op Walden te moeten stukbijten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 3 =