Naomi Klein :: Brand! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek

Hoe laat het is? Vijf voor twaalf? Niet volgens Naomi Klein, de Amerikaans-Canadese journaliste en activiste die zich het voorbije decennium bijna uitsluitend heeft toegelegd op onderzoek naar klimaatrechtvaardigheid. Volgens haar is het momentum om in actie te schieten eigenlijk al zo goed als verstreken, en toch staat Brand! stijf van de hoop. Anders dan menig voorvechter van het milieu kondigt de auteur namelijk geen apocalyps af, wel integendeel: Klein ziet dat een veelvoud aan krachten zich reeds hebben gebundeld, en dat het een kwestie van tijd is vooraleer een kentering zal worden ingezet.

Hoeft er dan überhaupt nog iets te gebeuren? Uiteraard. Het is Klein niet ontgaan dat samenlevingen verrechtsen en dat de politieke moed om het klimaatprobleem grondig aan te pakken nog steeds op een dieptepunt zit. Toch vangt de schrijfster ook andere signalen op, dikwijls op plaatsen waar er geen andere keuze meer is dan directe actie. Zo voeren de reeks essays die samen Brand! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek opbouwen van nederzettingen van inheemse volkeren op het Noord-Amerikaanse continent naar bijvoorbeeld Puerto Rico, waar de schade die orkaan Maria in 2017 heeft aangericht de ogen van een heleboel inwoners verder deed openen. Hoe dan ook is dit land een treffend voorbeeld van wat Klein ‘intersectionaliteit’ noemt: de noodzaak om de klimaatopwarming niet als een geïsoleerd probleem aan te pakken, maar juist geïntegreerd, met zowel een ecologisch als een sociaal-economisch luik.

Noemen we De strijd om het paradijs, een van de laatste kapittels uit Kleins recentste boek, het brandpunt van haar betoog. Enerzijds proberen elitaire krachten van overheidswege Puerto Rico te verpatsen aan miljardairs met wraakroepend lage belastingbeloftes, anderzijds wordt de publieke sector er al jarenlang uitgekleed door systematische onderfinanciering. Wat Klein nu laat zien is dat een orkaan, logischerwijs een gevolg van de verschuivende klimatologische context waar de planeet aan onderhevig is, het land terugwerpt op zijn meest essentiële behoeften.

En wat blijkt? Dat zelfvoorziening met biologische landbouw en lokaal opgewekte, duurzame energie bestand waren tegen de storm, terwijl de agrarische monoculturen zowel als de van olie afhankelijke nationale energie-infrastructuur helemaal stilvielen. Het is alsof een nieuw en een oud wereldbeeld elkaar raken, en dat tegen de achtergrond van een latent koloniaal verleden waarvan de naweeën nog steeds niet zijn uitgewerkt. Precies een neoliberaal kapitalisme dat superrijken heeft voortgebracht, rangeert tot op vandaag gewone mensen uit, individuen die amper lijken mee te tellen. Zij moeten op de schop voor de onwerkelijke droom van het grote kapitaal, dat Puerto Rico wil transformeren in een enclave waar eenieder met voldoende kluiten zijn eigen utopie voor cash geld kan verzilveren.

Ronduit huiveringwekkend zijn de belangen die hier tegenover elkaar komen te staan. Een amorele jetset die belastingen als diefstal bestempelt versus een lokale bevolking die al decennialang ijvert voor meer inspraak, meer rechtvaardigheid en menswaardige voorzieningen. En precies hier ziet Klein onder de vorm van microscopische initiatieven hoe de zogenaamde Green New Deal gestalte kan krijgen: in dialoog tussen verschillende partners. Waarin afzonderlijke problemen niet wedijveren om een gradatie van politieke urgentie, maar waar zowel sociale ongelijkheid, genderdiscriminatie, witte suprematie en ecologische terreur tegelijk worden aangevochten. Kleins boodschap laat zich evenwel niet verkeerd begrijpen: we hoeven niet collectief het socialisme (laat staan het communisme) te omarmen, maar moeten het dogma van de vrije marktideologie wel degelijk radicaal afdanken, om via een gereguleerde economie tot herstel te komen, en dat van zowel het sociale als van het geologische weefsel dat ons omringt. Dat is open deuren intrappen, zeg je? Misschien. Maar waarom is er dan in al die jaren nog geen mondiaal initiatief genomen?

Zelden of nooit wordt activistische journalistiek beklijvender dan bij Naomi Klein, al heeft Brand! als boek een wat haperende structuur. De inleiding en de slothoofdstukken werden speciaal voor deze publicatie geschreven, maar het middendeel bevat artikels en speeches die de journaliste voor andere doeleinden heeft gepend. Gevolg is dat het boek nogal wat herhaling heeft, en niet leest alsof er doelgericht naar een bepaalde apotheose wordt toegewerkt.

Toch parafraseert Klein aan het slot doeltreffend wat ze doorheen de integrale lectuur heeft betracht, en vallen alle puzzelstukken mooi in elkaar. Daarnaast laat dit boek schitterend zien hoe het klimaatdebat in het voorbije decennium geëvolueerd is – en hoe weinig er helaas is veranderd. Al mogen we ons optimisme niet verliezen, en wel omdat hopeloosheid en cynisme verlammend werken. Niet als eenling, maar als bewegingen kunnen we het tij doen keren, aldus Klein. En dat tij begint bij dit boek. Misschien wel het belangrijkste dat u dit jaar zult lezen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + negentien =