Nathalie Heinich :: Wat onze identiteit niet is

Tijdens zijn Frans Kellendonk-lezing op 17 februari 2020 haalde de Nederlandse auteur en journalist Arjen Van Veelen uit naar het nieuwe identiteitsdenken dat de facto een vorm van segregatie voorstaat en zelfs tot censuur leidt. Het idee dat iemand dient samen te vallen met het onderwerp waar hij wenst over te schrijven, leidt finaal tot een enorme artistieke armoede en reduceert iedereen van ons tot bepaalde eigenschappen die door een amorfe, steeds veranderende groep bepaald wordt.

Dat zijn lezing enige ophef veroorzaakte, spreekt voor zich, maar er werd vooral op de man gespeeld en de verwijten en argumenten bleven in dezelfde clichés baden die eigen lijken te zijn aan de hedendaagse internet woke-cultuur en vooral de gemeenplaatsen opzoeken. Dat ook de auteur van het stuk waar Van Veelen kort naar verwees, zich aangesproken voelde, is normaal. De kritiek dat ze niet bij naam genoemd werd, is echter opvallend, omdat dit in het verleden net als een vorm van respect aanzien werd. Niet de auteur als persoon, maar wel een idee dient in vraag gesteld te worden. De reactie op zich vormt al een mooi voorbeeld van hoezeer identiteit als iets heel persoonlijks wordt gezien en het debat zich verschoven heeft van definities naar persoonlijk aanvoelen.

Dat identiteit voor iets emotioneels en de individueelste eigen beleving staat, geldt overigens niet alleen voor wat gemakshalve als “links” gezien wordt, ook “rechtse” groepen stappen in dezelfde val en laten identiteit afhangen van onduidelijke premisses en vage omschrijvingen die vooral dienen om aan een bepaalde groep eigenschappen toe te schrijven, die voornamelijk dienen om de eigen positie en identiteit te bepalen. Wie binnen de eigen “in-group” niet aan bepaalde voorwaarden voldoet, wordt uitgesloten omdat men de goede zaak verraadt. Dat ironisch genoeg de eigen medestanders hierdoor net zo vaak slachtoffer van het rigide denken worden wanneer ze een bepaalde, niet-gedefinieerde grens overschrijden, blijft vaak onderbelicht. Elke revolutie eet vroeg of laat zijn eigen kinderen op.

Hoewel de originele beweegredenen zeker en vast geworteld zijn in de maatschappij – seksisme, racisme en klassendiscriminatie zijn nog steeds meer dan reëel – lijkt het debat zich vaak vast te rijden in algemeenheden die nooit tot de essentie doordringen en ook niet de vragen stellen die relevant zijn. Zo ontbreekt voor wat het identiteitsdenken betreft, een duidelijke definitie van wat hieronder verstaan kan worden. Daarnaast dient ook de vraag gesteld te worden uit welke elementen een identiteit opgebouwd is en in hoeverre die onveranderlijk is, dan wel opgebouwd uit kenmerken die doorheen de tijd kunnen evolueren.

De Franse sociologe Nathalie Heinich lijkt een van de weinige echt relevante stemmen in het debat te zijn doordat ze in het essay Wat onze identiteit niet is net wil onderzoeken wat het begrip inhoudt en welke mogelijke interne tegenstellingen eronder vallen. Ze ontleedt het begrip dan ook aan de hand van verschillende invalshoeken waarbij ze identiteit als gegeven in zijn complexiteit bekijkt en de reductie schuwt. Heinich wil daarbij het begrip zeker niet devalueren noch een politiek standpunt innemen. De eerste stellingname die ze verdedigt, is dan ook dat links noch rechts het begrip kan claimen. Opvallend is dat Heinich zich voornamelijk op de rechtse invulling focust en ook het idee van een nationale identiteit onder de loep neemt (al mag dat binnen Frankrijk, dat zich focust op Franse waarden, ook niet verbazen).
Met recht en rede betoogt ze dat hoewel een nationale identiteit bestaat, het slechts één manier is om identiteit in te vullen en dat deze naargelang de context of omstandigheden ook meer of minder doorweegt. Bovendien is een vereenzelviging met een bepaalde groep niet alles-definiërend, het is perfect mogelijk zichzelf tot deel van een groep te zien zonder dat dit betekent dat er geen individualiteit mogelijk is. Terecht wijst Heinich erop dat hier sprake is van een logische tegenspraak, want identiteit is geen rigide eigenschap die onder alle omstandigheden onveranderd blijft. Dat dit uiteraard ook tot crisissen kan leiden, mag niet verbazen, maar ook hier blijft een veelvloed aan percepties en antwoorden beschikbaar die kan helpen dit op te lossen.

Heinich heeft niet alle antwoorden, maar ze brengt wel een aantal relevante vragen in stelling waarbij ze zich baseert op een veelvoud van stellingen, onderzoeken en denkers. Wie zich binnen het huidige identiteitsdebat baseert op een aantal kenmerken en deze als vaststaand beschouwt, reduceert het debat tot rigide definities en verarmt finaal de dialoog. Door bepaalde problemen en aannames tegen te willen gaan (X kan zich onmogelijk verplaatsen in Y) wordt net bevestigd wat men oorsponkelijk wenste te vermijden: een reductie van een individu tot een set eigenschappen die aan een groep wordt toegeschreven. Wat onze identiteit niet is, vormt geen antwoord op bepaalde cruciale vragen die momenteel terecht door minderheidsgroepen gesteld worden, maar het toont wel aan dat bepaalde antwoorden en reacties die gesteld worden, niet de oplossing zijn.

Het is weinig waarschijnlijk dat binnen de huidige internet- en twitterstormen waarin een kleine groep luide roepers bovenmaats veel aandacht en (schijnbare) steun krijgt, nuancering snel terug zal keren. Momenteel lijkt iedereen zich voornamelijk binnen het eigen gelijk op te sluiten, waarbij media en uitgeverijen maar ook academische instellingen, gevoelig voor bepaalde druk op voorhand capituleren. Dat het debat hierdoor verder verschraalt en vervalt in simplismes, is een jammere zaak want een correcte en heldere bewustwording raakt hierdoor maar al te vaak ondergesneeuwd. Of Wat onze identiteit niet is hier veel aan zal veranderen, is twijfelachtig, maar het mag alvast als een positief teken beschouwd worden dat het essay niet alleen geschreven is, maar ook kan verschijnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 7 =