(Sandy) Alex G

18 februari 2020 Botanique, Brussel

Als House of Sugar (Sandy) Alex G’s meest voldragen album was, dan is zijn passage in de Orangerie dat al helemaal. Waar de tegendraadse indie-rocker enkele jaren geleden nog timide in een uitverkochte Witloofbar op zijn gitaar stond te rammelen, ondermijnde hij nu zelfverzekerd alle verwachtingen met een onvoorspelbare en gezellig excentrieke set.

In tegenstelling tot wat vaak aangenomen wordt, staat de ‘G’ in Alex G niét voor zijn familienaam Giannascoli, maar voor Gekkerd. Wie al eens op een gezapige zondag Rocket of zijn recentste House of Sugar oplegde, weet dat de veelgebruikte noemer ‘lo-fi’ ook maar een voorwendsel is om de Amerikaan toch maar een genre aan te meten — of ’t is dat u zich niét verslikte in uw zondagskoffie als tussen of tijdens de Elliot Smith-achtige songs plotsklaps geluidsvervormingen, autotune en schreeuwen opduiken (denk aan “Brick”, “Near” of “Horse”). Zijn eigenwijze nummerconstructies en vaak enigmatische teksten, maken van hem een van de uniekste en boeiendste stemmen in het indie genre vandaag, maar ze zijn ook niet zonder risico. Zoals vanavond nog eens gebleken is.

Nu, je moet sowieso al een lefgozer zijn om je set te openen met de beste drie nummers van je laatste langspeler. Technisch gezien kwamen ze geheel in het duister het podium op met “Project 2”, maar het echte spelen begon pas met “Gretel” met een lichtshow die de albumhoes van House Of Sugar oplichtte als een religieus icoon boven het altaar van een hoop sjofele bebaarde mannen in sweatshirt. Opvallend was hoe helder en gedefinieerd alle instrumenten klonken: de koortsdroomversie van Hansel en Gretel die G ervan gemaakt had, klonk wat brutaler dan voorheen, en knikte al subtiel naar de toon van de rest van de show. Meteen erna volgde nog zo’n sinister nummer gehuld in een snoezelige verpakking: “Southern Sky”. Heerlijk melancholisch, en zowat het schoonste dat hij die avond bracht, toen al. Zijn drieluik sloot af met “Hope”, eentje over een fentanyl overdosis van een vriend: “He was a good friend of mine / He died, why write about it now? / Gotta honor him somehow.”

Als je de publiekslievelingen al vanaf minuut één op hen afvuurt, weet je dat je voor een stuk van het publiek zal moeten strijden om hun aandacht. En dat deed ie wonderwel: met zijn 26 jaar is ie misschien nog een jonkie, maar in die tijd heeft hij wel al acht albums ter aarde gebracht. Keuze ten over dus. De hele avond lang voelde het aan alsof hij Fortuna of een Magic 8 bal liet beslissen wat er op de setlist zou belanden. En wij legden onze hoogmoed neer, en vertrouwden in de hogere plannen van het lot.

Wat we uiteindelijk ontvingen was een eclectische setlist waarvan we er nog steeds niet over uit zijn of het briljant was of ongebalanceerd. Het één sluit het ander ook niet per definitie uit, maar het was duidelijk dat de Botaniquehangers hier vooral waren voor de frêle coming-of-age nummers als “Bobby” (een nummer over de verpletterende pijn van uw geliefde teleurstellen dat altijd hard binnenkomt) en “Kute”, zowaar het meest (Sandy) Alex G nummer dat er is, schijnbaar nonsensicaal (“You’re alright / You look like someone I could bury in the garden”) en toch ontroerend.  Dat Alex ervoor koos om de tweede helft te vullen met zijn dissonantere, meer vervormde nummers als “Near” en het met screamo flirtende “Horse” ging gepaard met minder enthousiast gejuich, minder gewieg en zichtbaar meer ongemak bij het publiek.

Maar ook wij hebben soms onze buik vol van draagvlakken en democratie. Uit gewoonte sloot Alex G weer af met een resem song requests en dat één concertganger “TITANIC” bleef brullen omdat Alex met zijn gitarist Jack en Rose uitbeeldde op Céline Dion net voor de bisronde, zegt genoeg over de twijfelachtige waarde van de wil van het volk.

Wij zagen vooral een (Sandy) Alex G die een avond lang gewoon deed waar hij zin in had, met een vette grijns op zijn gezicht, de nummers er vastberaden doorramde en zichzelf ook niet altijd even serieus nam. De zoekende indie-darling lijkt zijn weg gevonden te hebben en speelde zijn beste show op Belgische bodem tot nog toe. In “Sugarhouse” prevelde hij nog “You never really met me / I don’t think anyone has”, maar net als een verliefde puber zijn we razend enthousiast om alle beetjes Alex die hij blootgeeft met volle goesting te omarmen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =