Eefje De Visser :: ”Wat ik ook maak: het moet mooi zijn en het moet ráken”

Met Bitterzoet bracht Eefje de Visser een plaat uit die in onze taal haar gelijke niet kent. Het is een zwoele, zinderende nachtelijke trip waarin songs, sound en stem een gouden, in sensualiteit badende driehoek vormen die De Visser finaal boven het maaiveld in ons taalgebied katapulteert. Voor referenties moeten we ons richten op pakweg Robyn. En het is bovenal een plaat waar véél over te vertellen valt.

enola: Bitterzoet is niet bepaald een plaat voor deze Spotify-tijden, het is één lange trip die tijd vergt om te doorgronden.
De Visser: “Ik wilde inderdaad zo’n trip, zo’n roes creëren. Ik luister zelf nog altijd graag naar een écht album. Één liedje boeit me wel, maar als ik iets echt goed vind, wil ik daar een completer iets van horen. Ik geloof wel dat ik muziek maak die even moet groeien. Als ik nieuw werk van me aan vrienden, familie of eender wie laat horen, merk ik dat ze in het begin meestal niet overenthousiast zijn (lacht). Later dan weer wel. Ik ben blij dat er dingen kunnen groeien, en dat er liedjes zijn die pas later komen bovendrijven.”

enola: Deze plaat is een bouwpakket waarmee de luisteraar aan de slag kan om ermee te maken wat hij of zij wil. Dankzij jouw veelzijdig stemgebruik is ook hoe je het zingt belangrijker dan wat je precies zingt.
De Visser: “Dat heb ik altijd wel wat geprobeerd, denk ik, zelfs al bij Het Is, wat toch een heel ander soort plaat is. Wat ik heel belangrijk vind, is dat tekst een extra dimensie is en niet het eerste wat binnenkomt – wat vaak het geval is bij Nederlandstalige muziek. Het muzikale primeert voor me. Je wordt meegevoerd los van de tekst. Daarom hou ik zo van Engelstalige muziek, omdat het zeker in eerste instantie zo’n muzikale beleving is. Nadien volgt misschien nog de tekst die je kan raken, of net niet. Maar zo wil ik het graag, en zo schrijf ik ook. De songs zijn in eerste instantie in het Engels, maar in een soort “brabbel-Engels”. Daarna schrijf ik de tekst in het Nederlands, maar dan wil ik wel het gevoel behouden. Dat zit ’m ook heel erg in klank. Als ik zinnen in het Nederlands in een bepaalde melodie wil stoppen, klinkt het soms te hoekig of zelfs lelijk. Zelfs al klopt de inhoud, toch gaat er met die klanken iets heel belangrijks verloren. Dan is het wat zoeken naar welke zinnen hetzelfde voelen als die eerste, Engelstalige, zinnen in de demo. Daar ben ik lang mee bezig, want tekst is moeilijker voor mij dan muziek.”

enola: Los van de taal gebruik je je stem ook meer dan ooit als instrument, lijkt me.
De Visser: “Dat is waar. Ik wilde echt bepaalde maniertjes die ik nu al een paar platen toepas achter me laten. Ik was altijd vrij snel met woorden en gebruikte er ook veel in mijn teksten. Daardoor heb je minder ruimte voor je stem, in tegenstelling tot wanneer je bijvoorbeeld een klinker lang laat horen. Nu ben ik bewust een ander soort melodie gaan maken, zodat ik meer m’n stem kon laten horen. Ook door meer vrij te zingen en vooral door Ad Libs te zingen, dat is de grootste nieuwigheid op deze plaat. Dat is een ontzettend leuk element in popmuziek. Whitney Houston maakte bijvoorbeeld vaak gebruik van die meerstemmige zanglijnen. Dat wou ik in een muzikaal roesgevoel inbedden, omdat ik nu eenmaal die vocale power niet heb.”

enola: Je bloedmooie, vaak hoge zanglijnen contrasteren ook met de vaak donkere klanken en diepe, dreunende bassen.
De Visser: “Inderdaad. Kijk ook naar de titel Bitterzoet, daar zit die tegenstelling ook al in. Licht versus donker is ook zo’n tegenstelling. Ik wilde dat het een warme plaat werd, die toch ook donkere tinten had. En tegelijkertijd “mooi” was, maar niet lichtvoetig. Ik luister graag naar melancholische muziek, zoals Bon Iver, die ook soms wat experimenteler of abstracter is. Tegelijk luister ik graag naar die wat oudere popclassics waarmee ik ben opgegroeid en die ik heb meegekregen van mijn ouders die in een bandje zaten. Al die tegenstellingen wou ik, samen met nog een heel aantal andere, op deze plaat hebben.”

enola: Over tegenstellingen gesproken: Bitterzoet maakt van Nachtlicht een overgangsplaat, terwijl die veel te sterk is om een overgangsplaat genoemd te worden. Daar stond je nog met één been in je meer akoestische achtergrond en met één been in de elektronica. Nu kies je voluit voor dat laatste.
De Visser: “Uiteindelijk zoek ik altijd naar warmte, of een bepaalde emotie. Of dat nu elektronisch of akoestisch is, maakt me niet zoveel uit. Ik maak dan wel Nederlandstalige muziek, maar ik luister bijna uitsluitend naar Engelstalige muziek. Ik ben zelf een heel beperkte Engelstalige songschrijver, maar ik zoek wel naar een internationaal geluid. En ik heb het idee dat dat nu beter lukt dan vroeger.”

enola: Dat is het minste wat je kunt zeggen. Met deze plaat plant je echt wel je vlag op je eigen eiland in ons taalgebied. Als we dan toch per se moeten vergelijken, kom je uit bij namen als Robyn, Christine And The Queens, Banks, Solange. Ook zij koppelen beeld en beweging aan hun sound, zoals jij nu doet.
De Visser: “Dat is wat ik wil, en altijd heb gewild eigenlijk, maar ik kon het gewoon nog niet. Toen ik tien jaar geleden debuteerde, was ik nog supergroen, ik had nog maar een klein netwerk. Nu ben ik ook met een choreograaf bezig, steken we flarden van dans in onze liveshow … Dans en muziek horen wat mij betreft bij mekaar. Een lichaam wil op zich gewoon dansen als het muziek hoort. Sommige mensen zijn te beschaamd, maar ikzelf hou enorm van die expressie, van mensen die zich gewoon goed voelen en dat uitdrukken.”

enola: Dat ga je veel zien in het publiek tijdens je komende liveshows denk ik dan.
De Visser: “Dat hoop ik, ja. Ik hou ervan dat dance een enorm “wij-gevoel” kan oproepen. Ik heb in 2017 en 2018 soloshows op van die dancefestivals gestaan. Dat was nieuw voor me. Wat ik zo leuk vond, is dat al die mensen kunnen opgaan in één superpositieve massa, die alles heel vrij en echt sámen beleeft. Ik hou daar echt van, ben ik me beginnen realiseren. En dat ben ik daarom ook in m’n muziek gaan integreren. Al is het geen pure dance wat ik maak, maar de invloed zit er nu wel meer in.”

enola: Dat is exact ook het geval op de laatste plaat van Robyn, Honey. Het is de beste referentie voor Bitterzoet, lijkt me. Daar gebruikt ze pop in functie van een trip in plaats van de catchy drieminutensong.
De Visser: “(lacht) Ik ben daar zó fan van, en zeker van de manier waarop ze zich ontwikkeld heeft. Body Talk was al geweldig, maar tegenwoordig is ze duidelijk heel geïnspireerd en zit ze goed in haar vel, geeft ze echt waanzínnige shows … Haar plaat is zo vrij en neemt je gewoon mee in haar trip. Dat wou ik ook met Bitterzoet: er zijn verschillende inspiraties geweest: dance, nostalgische pop, meerstemmige zang … Zo zijn ook Air en die Franse school bijvoorbeeld een inspiratie geweest.”

enola: Ik zag films als Mulholland Drive voor m’n netvlies toen ik de plaat hoorde.
De Visser: “Ik heb inderdaad meer beeldend dan ooit geschreven. Dat filmische vind ik belangrijk, omdat het me houvast geeft om concreter te zijn zonder dat ik echt zeg hoe ik me voel. Dat vind ik nooit zo mooi, maar ik ga wel eerder een beeld of een situatie schetsen. Het valt me op dat sommige mensen iets lichts in deze plaat horen, en anderen dan weer iets donkers. Dat ligt heel erg aan je eigen stemming, denk ik. Ik vind het perfect dat er niet één emotie is. Ik probeer de dingen gevoelsmatig niet te zeer af te bakenen. (Denkt na) Ik heb de hele tijd zelf mixed feelings over van alles eigenlijk (lacht), en ik wil dat dan ook zélf niet bij anderen gaan sturen. Dat vindt ook z’n weg naar de plaat, waar andere schrijvers eerder een kop en een staart aan hun gevoel willen breien, een soort eenduidigheid willen meegeven. Voor mij zou het net gekunsteld aanvoelen als ik dat alles zou willen sturen naar die ene richting.”

enola: Wat die richting betreft, zou je Bitterzoet na een paar luisterbeurten als een liefdesplaat kunnen omschrijven. Het gaat heel vaak over “ik en jij”, “wij” … Maar dat blijkt al snel een te nauwe interpretatie. Het gaat ook over geborgenheid zoeken bij mekaar, tegen de achtergrond van het drukke stadsleven.
De Visser: “Dat is heel goed gezegd. Zeker “De Parade” heeft dat heel erg in zich. Het gaat niet alleen over één relatie, laat staan de mijne, maar over allerlei relaties, denk ik. Ook over vriendschapsrelaties, over hoe ik me überhaupt verhoud tot mensen bijvoorbeeld, hoe dichtbij je mensen laat komen, hoeveel afstand je nodig hebt – dat is natuurlijk voor iedereen anders. Hoeveel lucht en intimiteit heb je in een relatie nodig? Ik romantiseer de werkelijkheid wel op een bepaalde manier … (denkt na) Weet je, als er gevoelens als verdriet ofzo zijn, probeer ik dat met mijn muziek toch warm te maken op de een of andere manier. Ik wil iets troostends, iets sussends maken, zonder dat het zeurderig wordt. Ik wil er ook een bepaalde attitude in, een bepaalde levendigheid.”

enola: Op deze plaat raak je ook geregeld het thema van stilstand aan.
De Visser: “Die frustratie om dat bij veel mensen te zien heeft me ook parten gespeeld. Je hebt altijd een bepaalde kracht die je naar beneden trekt, maar ook een kracht die heel uplifting kan zijn. Wat je in je eigen schulp doet kruipen en passief maakt, dat is vaak waar depressies ontstaan. Veiligheid is belangrijk, maar te veel veiligheid is killing. Het is een eigenschap die ik in meerdere mensen zie en die ook wel in mezelf zit, merk ik.”

enola: Dat verbaast me voor een artiest als jij die er toch een avontuurlijk traject op heeft zitten tot dusver.
De Visser: “Toch wel. Ik heb een passieve kant, naast een kant die heel veel drive heeft, gelukkig. En het frustreert me dus dat iemand door te veel aan dat gevoel van veiligheid te hangen zijn leven op een bepaalde manier vergooit. Maar ik heb daar ook begrip voor. Iedereen vecht daarmee, ook ik.”

enola: Maar te veel mensen worden een schim van zichzelf?
De Visser: “Ja, dat is het ja. Ik heb het vaak gezien. Die veiligheid en geborgenheid is zeker belangrijk, maar dat mag niet het enige zijn. Dan wordt het gevaarlijk.”

enola: Veiligheid bij jou zit in de vaste schare mensen met wie je nu werkt. Je hebt een sterk team rond je verzameld. Waaronder je vriend die deze plaat mee heeft geproducet. Dat moet niet altijd makkelijk zijn geweest: eerst zwaar discussiëren over de plaat, om dan een uur later samen aan tafel te zitten.
De Visser: “Ik denk dat we er allebei van geleerd hebben. We hebben zulke goeie tijden gehad tijdens het maken van deze plaat, maar ook tijden dat het gewoon niet goed genoeg was en we een beetje aan het “touwtrekken” waren. We hebben er samen 2,5 jaar aan gewerkt. Dat is lang, maar het heeft de plaat echt wel goed gemaakt. We hebben ons niet vastgezet in een studio die we voor dertig dagen geboekt hebben en waarin het dan maar moest gebeuren. Het is een enorme zoektocht geweest met superveel omwegen, met momenten dat we er even een maand tussenuit moesten omdat we het echt niet meer zagen zitten, omdat we meningsverschillen hadden… Maar ik denk dat dat eigenlijk wel goed is, omdat je zo ook het onderste uit de kan haalt. Het was intens, maar we kunnen echt wel goed samenwerken (lacht). We kunnen ons ook goed uitschakelen uit de muziek, zelfs in een hectische periode zoals nu waarin hij ook tijdens liveshows mijn geluid mixt. We hebben elk nog onze eigen bezigheden. Er is genoeg dat we delen en dat we niet delen, dat is fijn. Anders is samenwerken too much.”

enola: Zeker tijdens zo’n lange zoektocht. Had je voor je eraan begon toch al een beeld van wat deze vierde plaat moest worden?
De Visser: “Ik wilde er sowieso bepaalde danceformules in verwerken. Vooral de meer minimalistische kant, waar er in elke laag vaak maar weinig bijkomt – zoals die hi-hat hier, of die extra stem daar, maar meer niet. Dat vond ik interessant: hoe je daarmee mensen in vervoering kunt brengen. Verder wilde ik liefst een meer roezig sfeertje, zonder dat het ‘dance as such’ zou worden. Gaandeweg is er dan nog van alles bijgekomen wat ik op voorhand niet verwacht of gedacht had.”

enola: Misschien is het net ook een voordeel dat het niet te technisch wordt. Voor hetzelfde geld maak je een typische, experimentele muzikantenplaat. Bitterzoet is daarentegen ontzettend gevoelsmatig.
De Visser: “Oh, maar dát vind ik ontzettend belangrijk. Wat het ook wordt, dance of iets anders, het moet echt mooi zijn. Niet per se hip ofzo. Daarom ben ik ook zo fan van Robyn: dat zijn vaak mooie liedjes, je wordt echt geraakt. Daarom hou ik van veel vormen van popmuziek. Pop is héél breed, maar ik hou altijd van die nummers die toch iets van melancholie of verdriet in zich dragen. Neem nu dat nummer van Whitney Houston (begint “I wanna dance with somebody” te zingen): daar zit iets heel triests, iets smachtends in. Dat is niet oppervlakkig, en dat vind ik zo mooi. Daar zoek ik naar. Tegelijk ben ik blij met nieuwe popsterren als Billie Eilish, bij wie het allemaal ook wat donker mag. Alles voor de kids vandaag moet maar leuk, leuk, leuk zijn, maar zo is het nu eenmaal niet. Daar komen alleen maar problemen van. Ik vind het dus goed dat iemand als Billie Eilish zoveel succes heeft vandaag.”

enola: In die zin vind ik dat zeker je laatste platen ook een spiegel voorhouden. Blijf weg van schone schijn, aanvaard wat is en hoe het is – het is goed zo.
De Visser: “Oh, jeetje, zo had ik het nog niet gezien. Dat is voor mij persoonlijk echt wel iets geweest, de afgelopen vier jaar. Ik ben persoonlijk gegroeid en kan steeds meer de realiteit aanvaarden, zien hoe het daadwerkelijk is. Het is zeker ook een plaat over escapisme, maar ik heb op z’n minst wel notie van de realiteit. We zoeken allemaal naar verzachting en een uitvlucht op een bepaalde manier, maar je moet met één oog toch ook altijd zien wat er echt is. Je mag het negatieve niet ontkennen of je ervan afwenden, ook al doet het pijn. Ik heb het zelf ook gehad, dat ik moeilijker om kon met alle moeilijkere dingen van het leven: andere mensen veel verdriet zien hebben, zélf veel verdriet hebben, bepaalde beslissingen die je niet durft te nemen… Dat is een thema geweest voor me, die vlucht daarvan. Films of televisie kijken is in zekere zin ook een vlucht. Maar de plaat is zéker geen kritiek daarop, laat staan maatschappijkritiek. Het is heel menselijk. Iedereen doet het. We zoeken allemaal een zekere vorm van escapisme, zoeken een zekere roes, al is het met alcohol, of feestjes… En ook dat is zéker een inspiratie geweest voor deze plaat. Dat kan echt mooie beelden opleveren. We hebben bij ons thuis, in onze Robot Studio’s, geregeld feestjes gehad: de ruimte helemaal chaotisch, met een rookmachine enzo, om het dan ‘s ochtends licht te zien worden in de kamer terwijl de mensen weer naar huis gaan… Echt filmisch. Ik heb op die momenten vaak gedacht: dit moet ik opnemen, dit is een magisch moment. Naast dat euforische heb je ook het chillen, het observeren, even afstand nemen.”

enola: Het levert allemaal een plaat op waar ontzettend veel mensen zich in zullen herkennen, van jong tot oud.
De Visser: “Dat hoop ik echt ja. Deze plaat gaat immers over hoe mensen functioneren. Toen ik hoorde over de “human condition”, een uitdrukking waar helaas geen Nederlandse vertaling van bestaat en dat daardoor ook geen gekende term is in Nederland, was ik bijna opgelucht dat die term bestond. Als je die niet kent, denk je al bijna dat er iets mis met je is in deze maatschappij zodra je met iets worstelt. En ik vind dat een hele goeie term om aan te tonen dat dat juist heel menselijk is en heel universeel voor alle mensen ter wereld: we zijn allemaal zoekende en moeten onze plek vinden. Met deze plaat heb ik die plek voor mezelf weer een ietsje beter gevonden.”

Eefje De Visser speelt vanaf 7 maart in België en Nederland, doet in de zomer naast Werchter ongetwijfeld nog enkele festivals aan én heeft voor het najaar al een volgende tour aangekondigd. Die doet onder andere op 1 oktober de Vooruit in Gent aan en op 17 oktober De Roma in Antwerpen. Tickets en info: https://www.eefjedevisser.com/#tour

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + dertien =