Steven De bruyn :: “De mondharmonica is mijn compagnon geworden”

De maand januari wordt gekleurd door het veelzijdige mondharmonicaspel van Steven De bruyn. The Eternal Perhaps is net uit en wordt lovend onthaald. Niet verrassend eigenlijk, al was het wel even opkijken, want De bruyn doet het ‘solo’.

enola: Dit is je eerste soloalbum na meer dan 20 jaar in de muziekwereld. Waarom nu pas?

Steven De bruyn: “Omdat ik er nu pas rijp voor was? In een groep spelen is zoveel meer dan muziek maken: ik was meestal de gangmaker en hield me ook bezig met het werk achter de schermen. De nood om mijn eigen ding te doen, was er toen niet echt.”

“Bij The Rhythm Junks maakten we altijd muziek met ons drieën. Ik voel redelijk goed aan of er enthousiasme is voor een idee of niet, en daardoor bleven wel eens dingen liggen. Met deze plaat wou ik uitzoeken of ik er mee aan de slag kon.”

enola: Vond je het niet spijtig dat er geen echte feedback was?

De bruyn: “De opnames vonden plaats in de homestudio van Geraldine Capart, een vrouw van weinig woorden. Als ik na een take kwam luisteren, liet ze me altijd zelf beslissen of die goed was of niet. Dat was dus wel spannend. Achteraf gezien was ik wel blij dat ze mij die vrijheid gaf. Jasper (Hautekiet) heb ik er pas in een tweede fase bijgehaald.

enola: Het album heet The Eternal Perhaps, waar komt die titel vandaan?

De bruyn: “Het past bij mijn karakter: ik ben een uitsteller en een twijfelaar.”

“Ik beschouw mezelf ook als een agnost. Ik vind het fijn om ervan uit te gaan dat we te klein zijn om alles te weten; het is een interessante houding en het houdt ook een zekere verwondering in. Ik las ooit een boek waarin beweerd werd dat agnosten naar “the eternal perhaps” gaan. Toen dacht ik: dat moet ik onthouden (lacht).”

“Ik kan er perfect mee leven dat ik niet alles weet, maar dat wil niet zeggen dat ik onwetend moet blijven. Sommigen zeggen: er is helemaal niks, er bestaat geen God, en wie denkt dat die er wel is, is naïef. Maar dan zeg ik: Er zijn meer sterren dan zandkorrels, dus wat pretenderen wij te weten? Dat is zoals die NASA-foto: de aarde is slechts een klein partikeltje, en alles wat we weten of denken te weten, gebeurt op dat ene kleine partikeltje. De aarde is een holistisch systeem en bestaat al zeer lang, dus waarom zouden we niet kunnen reïncarneren in een dier of plant? Waarom is dat totaal uitgesloten? Ik weet dat niet, en door het niet weten, ga je anders om met de dieren en de planten rondom je.”

enola: De plaat is meestal instrumentaal, maar je zingt ook in het Nederlands. Was dat niet moeilijk?

De bruyn: “Het was toch even wennen, chapeau voor alle Nederlandstalige artiesten die hun eigen teksten schrijven. Vroeger, bij The Rhythm Junks, dacht ik wel eens “Hoe tof zou dat nu zijn om in het Nederlands te zingen?” Want ook al snappen de mensen het niet letterlijk, misschien begrijpen ze wel de emotie in de woorden. Dat gevoel heb ik soms bij Stephan Eicher: hij zingt dan wel in het Zwitsers, en ook al begrijp ik niet alles, ik snap wel waarover hij zingt.”

enola: “Aanspraak” springt er echt uit, de tekst is een gedicht van Ronelda Kamfer. Hoe heb je haar ontdekt?

De bruyn: “Ik heb een abonnement op het poëzietijdschrift. Een tijdje geleden speelde ik met Elvis Peeters op de school van mijn zoon, toevallig op de dag van de poëzie. En ik dacht dat het leuk was om eens een gedicht te gebruiken.”

enola: Wat trok je aan: de tekst of de muzikaliteit ervan?

De bruyn: “Het is een combinatie: het is de muziek die al in de woorden zit, en dan die laatste regel, die komt echt binnen (nvdr: “my plek agter my ma se rug”/ “mijn plekje achter moeders rug”). Ik vond dat heel pakkend: mijn moeder is verongelukt toen ik 30 was, dat is wel al een tijdje geleden, maar toch …”

enola: Zingen in het Afrikaans, lukte dat?

De bruyn: “In het begin zong ik in het Vlaams en Afrikaans, en de mensen zeiden me achteraf: “Dat lied met dat Limburgs dialect, dat was tof.” (lacht). Ik  ben dan naar Afrikaanse nummers beginnen luisteren om de juiste uitspraak onder de knie te krijgen.”

enola: Die fascinatie met Afrika en ook Azië heb je al langer. Wat vind je daar terug dat je hier mist?

De bruyn: “Ik weet niet of er daar iets is dat ik hier niet vind. De Oosterse culturen hebben wel andere filosofieën en die hebben mijn kijk op het leven verbeterd. Afrika vind ik dan weer fascinerend. Er optreden is als thuiskomen, ik voel mij er meteen in mijn sas. Mijn vader was ontwikkelingswerker en als 5-jarige had ik al een paar Afrikaanse landen bezocht, dus misschien is dat de reden? Ik geef toe, het draait daar soms ook vierkant, maar de positieve spirit van de mensen is ongelofelijk straf.”

enola: Hoe word je daar onthaald, als westerling?

De bruyn: “Ik heb nooit problemen ondervonden. Een tijdje geleden heb ik een project opgestart in Nairobi en we zaten toen in een heel chic hotel, betaald door het jazzfestival waar we speelden. Toen ik een jaar later terugging, moest ik alles zelf bekostigen en had ik een goedkoper hotel geboekt. Het ambassadepersoneel zei dat ik altijd een taxi moest nemen, want de buurt was onveilig. Dat heb ik niet gedaan, want ik voelde me daar absoluut niet bedreigd als ik daar rondliep.”

enola: Het is ook alleen maar door rond te lopen dat je songs als “Onderweg #2” en “BXL Midi” kan bedenken. Is het moeilijk voor jou om geen muziek te horen?

De bruyn: “Ik ben vaak onderweg zonder koptelefoon. Heel veel mensen luisteren naar muziek, maar dan hoor je toch niks? Ik kan rondlopen met muziek in mijn hoofd, maar ik probeer dat net niet te doen. Dat is een goede meditatie-oefening: ergens stilstaan en dan naar je omgeving luisteren zonder na te denken. Hoe langer je dat kan, hoe rustiger je wordt. Het grappige is ook: niemand weet dat je aan het mediteren bent. Op die manier observeren heeft me al veel dingen bezorgd die later muziek worden.”

enola: Op The Eternal Perhaps kunnen we ook genieten van Annelies Van Dinter. Hoe ben je bij haar terechtgekomen?

De bruyn: “Enkele jaren gelden opende vlakbij mijn huis een nieuw restaurant, ENTR. Ze hadden me gevraagd om daar te spelen en ik mocht elke maand iemand uitnodigen. Ik had maar een voorwaarde: geen repetitie op voorhand. Met Annelies bleek dat niet zo evident, het was pas toen we samen zongen, dat het klikte. We hebben daarna nog eens samen opgetreden, en wel gerepeteerd, en toen was het fantastisch! Besluit: soms is repetitie niet slecht en soms heeft de muziek er baat bij om totaal niks af te spreken.”

enola: Is mondharmonica leren spelen een van de betere beslissingen van je leven?

De bruyn: “Ja, zonder twijfel. Het voelt alsof ik pas op dat moment mijn leven in handen genomen heb, alsof ik daarvoor volgens de verwachtingen leefde. Ik heb ook heel veel beginnersgeluk gehad, een gevoel dat ik trouwens nog steeds heb: het geluk om op de juiste muzikanten te botsen, want dat maakt dat je groeit.”

enola: Waar speel je het liefst op: een chromatische of diatonische mondharmonica?

De bruyn: “De eerste tien jaar heb ik enkel diatonisch gespeeld. Moest ik nu echter op een onbewoond eiland belanden, dan zou ik liever een chromatische mondharmonica bij me hebben. Muzikaal ben je vrijer: het is net als een gitaar in open tuning, de mogelijkheden zijn enorm groot. Een diatonische mondharmonica heeft dan weer het voordeel dat het sneller goed klinkt.”

enola: Denk je dat je ooit tegen de limieten van het instrument zal botsen?

De bruyn: “Eigenlijk heb ik nu al het gevoel dat mijn leven niet lang genoeg zal zijn om alles te verkennen wat ik wil verkennen. Het is een fascinerend instrument, ik leer nog alle dagen bij.”

enola: Had je ooit verwacht dat dit je leven zo zou bepalen?

De bruyn: “Nee, helemaal niet, maar zoiets groeit. Ik word nu ongemakkelijk als ik een paar dagen niet kan spelen. Het is een onderdeel van mijn leven dat ook veel teruggeeft. De mondharmonica is mijn compagnon geworden.”

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − veertien =