Ry X :: 29 november 2016, Arenbergschouwburg

Een van de warmste platen van het jaar op de eerste barkoude dag van het jaar, het is alsof de goden zich ermee gemoeid hadden. Toch kon Ry X de grote emotie die de plaat losmaakte nog niet helemaal overtuigend overbrengen op de planken.

De eerste passen van Koning Winter doen zoeken naar knusse warmte. Het leek wel alsof de Arenberg dat in een glazen bol gezien had toen ze Ry X net op de dag van de grote temperatuurduik programmeerden. De gloeiende oren werden eerst nog gestreeld door de Deense Josin: dat uitzonderlijke type support dat echt een smaakmaker in plaats van een irritante wachttijd is. Niet alleen leunde haar verstilde elektronica perfect aan bij de hoofdmoot van de avond, ze was an sich ook een ware ontdekking te noemen. De begenadigde knoppendraaister puzzelde haar songs op haar uppie in elkaar en voorzag ze van een lichtjes rokerige zanglaag. Zo presenteerde ze haar nummers als werkstukken die zachtjes openbloeiden en in de kleine moduleringen kleurrijke kronkels toonden. We hoorde in de jazzier passages een vlaag Radiohead en elders een nog grotere flard Björk — de brede, diepe synthstroken van “Midnight Sun” voerden ons terstond terug naar Vespertine. Helemaal op het eind bood ze met de hoog gezongen ballade “Evaporation” ook nog eens een soundtrackkandidaat voor de Twin Peaks-reboot, waarmee ze haar naam helemaal befaamde.

Ry Cumin — X voor de muzikale vrienden — liet zijn set net als zijn langspeler Dawn aanvangen met een priemende stilte waaruit een paar strijkerstroken langzaam opborrelden. Met de opener “Shortline” gaf hij meteen een staalkaart van waar hij muzikaal voor staat: een quasi neoklassieke start met een paar melancholische zanglijnen die gradueel versnelt tot een dansbare coda die live een langer, bonter jasje aangemeten werd dan op plaat. Een boeiend concept, ware het niet dat hij het op elke song toepaste, waardoor het op den duur eerder als een mal begon aan te voelen en de kleine, fijne songs van het album live bij momenten ongepast tot giganten uitgroeiden — getuige de slechts 9 nummers die hij over 80 minuten uitspreidde.

Vooral in de eerste helft ging het materiaal behoorlijk snel formulaïsch aanvoelen en bleek Cumin ook geen goede balans te vinden tussen zingen en mixen. Die aarzeling hoorde je ook in zijn stem, die in de meest frêle passages (zoals de openende strofe van het prachtige, maar alweer te lang uitgesponnen “Salt”) toch iets wankeler uitviel dan op plaat, wat tegen het refrein opgevangen moest worden door een begeleidende sample. De set zat vol goede bedoelingen die niet perfect uitgevoerd werden en talent dat niet de schijnwerper kreeg dat het verdiende. Dat laatste dient letterlijk opgenomen te worden aangezien de puike vierkoppige begeleidingsband het hele concert lang in het schemerdonker speelde, wat een passende mistige sfeer creëerde, maar ook een grote afstand tussen publiek en muzikanten.

Middenin de set kwam een vrij radicale kentering met “Deliverance”, dat meteen alle remmen losgooide met een forse beat en naar opbouw toe beter achterin gespeeld zou worden. Het onterecht achterwege gelaten “Haste” had op dat moment een betere schakelsong gevormd. De abrupte switch luidde een gevarieerdere tweede helft in, waarin voornamelijk een nieuwe song met triphopinvloeden en het naar Fink ruikende “Howling” welgekomen afwisseling boden. Cumin liet ons achter met bonuspunten voor charme, maar geen verzadigd gevoel. Hij is duidelijk een getalenteerde songsmid, maar nog niet helemaal klaar voor de middelgrote bühnes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + tien =