TOY :: Clear Shot

Kopieergedrag, het is van alle tijden. Binnen de literatuur, schilderkunst, architectuur, muziek. Dat was zo in de middeleeuwen, en nog altijd in 2016. Bewust en onbewust, berekend en naïef. Met een persoonlijke draai én zonder een eigen identiteit. De ene laaft zich aan de bron zonder zich al te veel te bekommeren om inventiviteit, de ander slaagt erin om voldoende ideeën (of diverse invloeden) in balans te brengen, waardoor het iets nieuws oplevert (droomscenario). Bij TOY is het nog altijd een beetje onduidelijk wat er precies gaande is. Wat op zijn beurt weer kan betekenen dat ze intussen een Expert Level bereikt hebben.

Even wat interne keuken: dat kopieergedrag doet zich natuurlijk ook voor bij muziekjournalisten. Die hebben niet altijd de tijd, goesting of bagage om een album grondig te doorgronden en er een verhaal uit te puren. Ze voelen de hete adem van hoofdredacteurs in hun nek en herinneren zichzelf eraan dat er voldoende sterren uitgedeeld moeten worden. Labels weten dat en spelen daarop in. Dat is waar persbio’s (van verfrommeld A4’tje tot pdf) voor dienen. Ze zorgen voor een kader (wie is de band, waar komen ze vandaan, waar willen ze naartoe), situeren de artiesten in het grote overzicht van hun genre (wat zijn de invloeden, referenties) en zorgen ervoor, op voorwaarde dat ze fatsoenlijk geschreven zijn, dat wat sappige quotes letterlijk overgenomen worden of, nog beter, een eigen leven gaan leiden. Menige band wordt vereenzelvigd met een label of term die zijn intrede deed in een bio. Kortom: die spitante, rake observaties komen niet altijd van onszelf. Sommigen hebben er meer moeite mee dan anderen, zeker als zo’n bio een loopje wil nemen met de waarheid (sommige kwaliteiten worden nogal uitvergroot) en eigenlijk een analyse van zowat elke song op een album bieden.

Een mooie is zo terug te vinden in de vijftien alinea’s tellende briefroman die de nieuwe TOY vergezelt: “They broke with a self-titled debut in 2012 and cemented their reputation as the best alter-native rock band in the country with Join The Dots at the end of 2013 [find ebullient praise below].” Daarna gevolgd door een ritje door het album aan de hand van nieuwe invloeden, gehanteerd materiaal en ander volk waarmee de leden in aanraking kwamen (producers, samenwerkingen), met hier en daar een paar flukse omschrijvingen en intrigerende adjectieven. Leest u ergens iets over pulserende arpeggio’s, film noir-effecten of cinematische elegantie: de biograaf deed z’n werk. En voor u een lijstje begint te maken met de pros die deugen en de scribenten die maar proberen: think again. We zagen enkele van de meest gereputeerde muziekjournalisten van het land al aan de haal gaan met al dan niet letterlijk vertaalde topquotes. Het voorrecht van de amateur is dat hij z’n professionele collega’s goed kan opvolgen. Maar kom, een mens kan niet elke dag opnieuw creatief zijn. En eerlijk is eerlijk: ook wij pleiten nu en dan schuldig aan luiheid.

In ieder geval: fuck off met die bio, en even zien of er iets te maken valt van die Clear Shot. In het verleden wist de band ons immers matig te bekoren met een combinatie van zweverig/denderende psychedelica die met meer dan een half oog naar de krautrock gelonkt had. Stevig, verankerd in loden wazigheid, maar nog niet helemaal op een niveau om zich te onderscheiden van zoveel andere troonpretendenten in het peloton. Toen we ze in 2013 aan het werk zagen in Genk, leken ze dat zelf ook te beseffen, want vlak nadat ze zich door een degelijke, maar weinig geïnspireerde set worstelden, stonden ze zich met open mond te vergapen aan het muzikale geweld van het superieure Belgische MannGold. Intussen vond er bij TOY een personeelswissel plaats, maar ook een zachte koerswijziging.

Op Clear Shot is de sound wat minder plomp, wat minder ritmisch. De soms indringende bezoekjes aan old school elektronica en krautregionen zijn naar de achtergrond verschoven, terwijl de sound wat gelaagder en weldadiger geworden is. Soms ronduit pompeus. Gitaren baden in galm- en andere effecten, Tom Dougall prevelt z’n praatzang met een lichte desinteresse, waardoor die extra naar voren geschoven worden, en de synths zeuren voortdurend op de grens tussen goed fout en cool retro. Opnieuw valt ook op dat TOY uit verschillende vaatjes tapt, en die naadloos in elkaar laat overlopen. De geesten van Syd Barrett, The Byrds, vroege 80s bands als The Sound en The Smiths, en late 80’s/vroege 90’s shoegaze/droompop-bands als Ride, Luna en Pale Saints, lijken elkaar voortdurend voor de voeten te lopen.

Met het titelnummer hebben ze meteen wel een topper beet en lijken ze onmiddellijk al die referenties op te willen sommen: starten met psychedelische waas, vervolgens een gekapt gitaarriffje dat suggereert dat er een energieke uithaal op komst is. Dan ineens een lethargische vertraging met lijzige praatzang en halfweg dan toch een omslag: een gedreven versnelling richting hypnotiserende rock, met even lullig als catchy synthriedeltje. Maar het werkt. En dat is eigenlijk wel het geval voor het grootste deel van de plaat, ook al vergt die wel een paar luisterbeurten om de weelde te ontdekken. Zo zitten er in “Another Dimension” (op de wip tussen fris/kaal en dromerig/drammerig) en “I’m Still Believing” (dat eigenlijk vooral klinkt als een ode aan de pre-Different Class Pulp) een stel uitstekende popsingles.

Elders wordt die comfortabele zone met evenveel overtuiging opzij geschoven. “Dream Orchestrator” is helemaal opgebouwd rond een militaristisch hamerende synthpuls (ha!), “Spirits Don’t Lie” is een in lsd gedrenkt wiegelied, en het veelzeggend getitelde slotluik “Cinema” doet iets met twang-gitaar, huilende feedback, tribale drums en massaal ingezette effecten, met een uit z’n voegen barstende, euforische, “A Day In The Life”-achtige chaos als eindpunt, maar dan langer, lawaaieriger, wat zelfvoldaan. Het is het gepaste einde van een album dat met verve de psychedelische draad door de rockgeschiedenis verkent. Niet altijd even spannend of boeiend (je had er gerust een stuk of drie songs van kunnen weglaten en geen mens zou iets missen), maar in z’n beste momenten op een moeilijk te bereiken evenwicht tussen hommage en persoonlijke reactie/aanvulling. De best alternative band van het land, daar zijn ze nog niet, maar ze zitten tenminste al in de juiste kolom.

TOY speelt op 3/12 in Trix (Antwerpen). Meer info en tickets HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zeven =