Toy :: Toy

De hemel ingeprezen door BBC, NME en Mojo? Het moet zijn dat de Londense krautpopband Toy een hype waard is. Tijd om de proef op de som te nemen.

Toy is het gelukkig beter vergaan dan zijn voorganger Joe Lean & The Jing Jang Jong, de indieband waarin zanger Tom Dougall, gitarist Dominic O’Dair en bassist Maxim Barron actief waren, maar in 2009 er al de brui aan gaf. Toy, eigenlijk Joe Lean aangevuld met drummer Charlie Salvidge en de Spaanse keyboardiste Alejandra Diez, werd meteen getipt als de nieuwe The Horrors na een puik debuut met de singles “Left Myself Behind” en “Clock Chime”. Dankzij een Britse tour met — hoe kan u het raden — The Horrors boekte Toy zijn eerste livesucces. De esthetische aspecten (Vintagekleren, check! Lange lokken, check! Psychedelische video’s, check!) deden vervolgens de vonken naar een internetpubliekje overslagen.

Over naar de invloeden. Of beter: muziekgeschiedenisboeken. Net als The Horrors is de band verslaafd aan het verleden, maar Toy gaat breder. Zelfs verwezen de Londenaren meermaals naar de krautrock van Neu!, de garage van The Velvet Underground en de shoegaze van My Bloody Valentine. En die referenties kloppen. Verwacht u dus maar sombere, gelaagde en uitgesponnen klanken.

Repetitieve drums, dito bassen, afwisselend dromerige, fuzzy gitaren en een ongelooflijk eentonige, nasale stem, die nooit gaat irriteren: dat zijn de hoofdingrediënten van Toys neerslachtige rock. Met het toepasselijke getitelde “Colours Running Out” neemt Toy een meer dan behoorlijke start. Net als “Dead & Gone” lekkere retro krautrock, maar dan mooi opgeblonken door producer Dan Carey.

Wanneer keyboardiste Diez meer op de voorgrond treedt, klinkt Toy veel psychedelischer, zoals in “Reasons Why”. Haar roesopwekkende toetsen doen het nummer als een bloem, maar dan een met een bedwelmend geurtje, prachtig open bloeien. Ook “Walk Up To Me” tilt ze naar een hoger niveau “Strange” kreunt onder haar psychedelische effectjes, maar blijft een aangenaam nummertje.

Op Toy vind je leuke nummertjes bij de vleet, maar met de meest catchy composities toont Toy wat hij écht in zijn mars heeft. Nooit, maar dan ook nooit, gooit de band de remmen los, tóch zijn “Lose My Away”, “Motoring” en “My Heart Skips A Beat” licht dansbaar — wees gerust, zonder een heftige remix zijn het nog geen dansvloerfillers. Met deze nummers krijg je hoe dan ook de beste Toy voorgeschoteld: krautrock in een popjasje.

Akkoord, “Lose My Way” heeft zoals andere nummers onder clichémachtige, emotionele teksten (“I never thought I’d lose my way, over you / What did I do ? / You never felt the kind of pain that I went through / Now it’s coming for you, what will you do?”), de echoënde rock laat je niet los. Dankzij de alweer heerlijke toetsen klinken ook “Motoring” en “My Heart Skips A Beat” vanaf de eerste luisterbeurt enorm aanlokkelijk. Hetzelfde geldt voor “Kopte”, een epische afsluiter in meer traditionele Toy-stijl. Je zweeft op een constant herhalende, bezwerende gitaarlijn om dan op het einde de gitaarruis uit je oren te peuteren.

Toy is een mooi voorbeeld van de eindeloze drang naar het verleden bij sommige hedendaagse popbands. Ook Toy herkauwt zijn grote voorbeelden, maar doet dat op een overtuigende manier. Zo heeft de band misschien wel het beste retro album van het jaar op zijn naam. Of dat een compliment is, zal de toekomst uitwijzen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − een =