Dirk Serries :: Microphonics XXVI-XXX: Resolution Heart

Weinig dingen zo mooi als het aanschouwen van evolutie. Dingen die vooruitgaan, verbeteren, transformeren met het oog op herbronning of vernieuwing. Een blik naar buiten leert dat we op dit moment vermoedelijk eerder op een historisch dieptepunt zitten (voordeel: the only way is up), maar voor sommige evoluties moet je sowieso voorbij wat je via allerhande machinerieën gepresenteerd krijgt en onder het oppervlak duiken, waar begrippen als integriteit, persoonlijkheid en volharding, elders al te vaak uitgehold, nog iets te betekenen hebben. Het is daar dat we het slotakkoord van Dirk Serries’ Microphonics-verhaal tegenkomen.

Want geef nu toe: het recente Amerikaanse fiasco past in een breder kader, eentje dat niet enkel een impact had op politiek en economie, maar ook op cultuur en gedragingen in de brede zin van het woord, waarbij ook de rol van media niet te onderschatten valt. Burgers zijn klanten, en ze moeten op hun wenken bediend worden. Met makkelijk te onthouden slogans, zwart-wittegenstellingen, scherpe quotes, handige lijstjes, duidelijke prentjes en vooral: een eindeloze reeks van digitale geruststellingen, om je ervan te vergewissen dat jij deugt en jezelf niets te verwijten hebt. Je staat immers recht in je schoenen, hebt als participerende consument geen reden om aan jezelf te twijfelen. Als schakel in een groter systeem weet je perfect waar je aan toe bent. Goed voor het ego en de overtuigingen.

We onderschatten hoe veel van die mechanismen vanzelfsprekend geworden zijn, wat hun impact is op (onze ideeën over) sociale verbondenheid, het overbrengen van waarden, het bepalen van wat wel of niet de moeite is (en dat gaat ook op voor hoe muziek belicht, onderbelicht of ronduit genegeerd wordt, of dacht u nu echt dat u het beste uit het aanbod door de strot geramd krijgt?), en hoe moeilijk het is om buiten dat systeem te gaan staan en terug te keren naar waarden die er echt toe doen. Net zoals het erop aankomt om de maatschappij opnieuw op te bouwen vanuit zijn meest fundamentele bouwstenen, zo mag ook het belang en de waarde van inhoud, (zelf)bevraging en de creativiteit opnieuw in ere hersteld worden. Of op z’n minst onder het licht gehouden worden. In een braakland van belangen en uniforme meningen is een weigering, een alternatief, een scheppende daad er vaak een van verzet. Kleine impact, groot belang. Dat een breed publiek zich er niet eens bewust van is, doet er niet toe. Zichtbaarheid is immers ook geen graadmeter voor kwaliteit, laat staan relevantie.

Dirk Serries opereert intussen al ruim drie decennia binnen zelfopgelegde trajecten. vidnaObmana (1984-2005) was er zo een, en werd gevolgd door de gitaarjaren met Fear Falls Burning (2005-2012) en later Microphonics (vanaf 2012). Een evolutie, een nieuwe gedaante, een visie. Die laatste fase werd trouwens al snel vergezeld van een tweede rode draad in ’s mans oeuvre: een uitstap naar de wereld van de vrij geïmproviseerde muziek via allerhande projecten, nationale én internationale verbonden, die leidden tot een schizofrene, maar intrigerende tweespalt en soms wringende spanning in een gestaag uitzettend oeuvre. Een voor sommigen moeilijk te bevatten spreidstand die er misschien ook toe bijgedragen heeft dat het Microphonics-hoofdstuk nu ten grave gedragen wordt met een laatste release. 2012-2016.

En wat voor een release. Is de interactie binnen de improviserende bezettingen er eentje die gestoeld is op zoeken, aftasten, het construeren van een verhaal en een sociale verhouding, hoe abstract ook, dan beland je hier natuurlijk in een heel andere wereld. Het album werd “geconstrueerd” en opgenomen over een periode van drie jaar, waardoor je met een heel ander uitgangspunt zit. Een doordachte aanpak, een structuur, maar vooral: een eindbestemming. Een werk waarover nagedacht wordt, dat stap voor stap in elkaar gestoken wordt, tot het punt bereikt wordt waarop de artiest zegt: “Het is af.” Het is een werkwijze die een perfectionist als Serries als geen ander kent, en die er ook toe leidt dat dit laatste hoofdstuk klopt, tot in de kleinste details.

Knap gestileerd artwork (dit is zo’n release die je op vinyl nodig hebt), met de herkenbare, ietwat grauwe fotografie van Martina Verhoeven, en een totaalsound die smeekt om beluisterd te worden met een koptelefoon en zo weinig mogelijk afleiding. Het zal de impact van “XXVI Epiphany And Isolation” er enkel groter op maken, en die impact staat haaks op het heersende beeld van dit soort muziek. Dit is het geluid van iemand die z’n kunst beheerst, die zich zijn stijl volledig eigen gemaakt en geperfectioneerd heeft. Vanuit een verre, aanvankelijk amper waarneembare ruis – wind, gedempte verplaatsing, gewoon omgevingsgeluid? – daagt er een geluidsmassa op. Amorf, iriserend, een continue transformatie van klanken die door een spel van toevoeging, aandikking en verschuivingen een beeld creëert van een woelig, onderdrukt tumult, waar dan ook nog eens fantoomklanken in opduiken.

Elektrische gitaar en viool, Fender Rhodes en effecten zijn de ingrediënten, maar er had net zo goed sprake kunnen zijn van trompetten, synths, stemmen en een orkest, want als vanouds suggereert Serries binnen zijn minimalisme een enorme weelde. Van nuances en texturen, maar ook van emoties. Het ene moment zwelg je in een iele desolaatheid, even later krijg je af te rekenen met een loden melancholie, aangedikt door diep brommende subs, of amper onderdrukte tristesse. Muziek die vertrekt vanuit een individuele achtergrond en sound, maar wel een persoonlijke verbondenheid en invulling toelaat. Elk z’n eigen verhaal en projecties. Het is meteen ook een van de hoogtepunten van het Microphonics-verhaal.

De drie andere delen zoeken het vervolgens bij variaties op die stijl, maar krijgen elk een heel eigen teneur. “XXIX I Communicate Silence” blinkt eigenlijk uit in ironie, want bevat misschien wel de meest gepantserde, agressieve klanken van het album, een hardere, grovere gitaarsound die een rechtlijniger koers dicteert. Hier stel je je het geluid visueel niet meer voor als een steeds van vorm veranderende geluidswolk, maar een stalen constructie: rechter, minimaler en strenger, waarbij het vooral opvalt dat de onderliggende drone na tweederde van het stuk meer naar de voorgrond schuift. De ruwere kantjes zijn weggevijld, met een dromerige, meer zachtaardige verderzetting. Het is meteen ook de ideale overstap naar de relatieve eenvoud van het kortere “XXVII Swept To The Sky”, waarin de viool (?) voortdurend rond de gitaar gestrengeld wordt. Hier lijkt de constructie kaler, maar nog altijd blijven er vragen rijzen over wat er in zit, wat niet, en wat gesuggereerd wordt.

De vijftien minuten van afsluiter “XXX The Deprivation Of Heart” zijn het meest minimaal en meditatief, eigenlijk een beetje de tegenhanger van het andere uiteinde van het album. Het emotionele tumult van de aanzet wordt hier bedekt met geruststellende, haast spirituele gaafheid, nauwer verwant aan Serries’ meer traditionele ambientreleases. Een moment van bezinning, of misschien berusting? Het besef dat het hoofdstuk ten einde kan komen met een sound die drones, minimalisme, folk, neoklassiek en gitaarsculptuur verenigt. Geen pompeus drama, maar een kwartier ingetogenheid. Een gepast slot. En daardoor kan je die prangende vraag stellen: what’s next? Blijft Serries vooral actief op het terrein van de improvisatie (al dan niet ambientgetint), of ligt er, wie weet, iets nieuws in het verschiet? Dat er iets van komt lijkt alleszins een vaststaand feit, het is de aard van een beestje, de artiest die wars van trends en toegevingen z’n muze volgt, en dat levert op z’n minst boeiende resultaten op. En een evolutie.

Intussen kan het devies op het album gevolgd worden: This is the end. Play louder.

Het album wordt op zaterdag 19/11 exclusief voorgesteld in De Singer. Meer info HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 17 =