Cocaine Piss :: The Dancer

Weinig bands waren de voorbije twee jaar zo alomtegenwoordig als Cocaine Piss. Het Luikse punkkwartet groeide van een buitenbeentje uit tot een aanwezigheid die je amper kon ontlopen, waarbij zowel in punk- als rockscenes uitgepakt werd met even korte als explosieve concerten. Maar er was natuurlijk ook The Pool, het onweerstaanbare gele bommetje dat vorig jaar de klus klaarde in minder dan een kwartier en nu z’n vervolg krijgt met The Dancer.

Elke keer als we The Pool opleggen worden we er trouwens aan herinnerd dat zij die Cocaine Piss afschilderen als een gimmickband, een vehikel dat z’n bestaansrecht enkel en alleen te danken heeft aan het hysterische gekeel van Aurelie Poppins, toch wel iets missen. De band wist die microsongs (zo goed als de helft van het debuut haalde niet eens de grens van zestig seconden) steeds te vullen met net genoeg verrassende ideeën, hakkende ritmes en repetitieve stoten om telkens opnieuw voor een adrenalineshot te zorgen. Weinig albums klonken de voorbije jaren zo onweerstaanbaar urgent en in your face in deze contreien. WAM-BAM, binnen en buiten.

Voor hun eerste ‘echte’ langspeler trokken de vier naar Steve Albini’s Electrical Audio in Chicago en de sound werd er enkel nog harder op. Met die typische directheid knalt The Dancer tegen je kop. Dit is niet zozeer heavy, als zeer fysiek en een beetje hondsol, met schuimresten nog in de mondhoeken. De kop van de plaat klaart de klus meteen met een dodelijke efficiëntie. Als er al zoiets bestaat als een ‘klassieke’ Cocaine Piss-blauwdruk, dan zit die meteen vervat in “Ugly Face On”: het heeft de versnellingen, de hamerende salvo’s, de noisy rafels in het gitaarspel, de rudimentaire ritmesectie. En die ‘hé, hier ligt een staaf dynamiet, let’s party!’-verrukking van Poppins.

Daarna volgen meteen de twee vooruitgeschoven singles, waarvan het machtige, turbogejaagde “Sex Weirdos” de beste is, nu al een klassieker van de Belgische punk. “Cosmic Bullshit” is er dan weer eentje uit hun traditie van springerige nekbrekers (zie eerder ook “Pussy”) en stompende ritmes, met Poppins die weer keelt over God-weet-wat. Vervolgens gaat het ook over sport, mode, elegantie, zwarte Speedos en masturbatie. Diepe gedachten komen er vermoedelijk niet te veel aan te pas, maar tussen al die sérieux van de hardcore is dit absurdistische collectief een verademing, waarmee ze zich zowat profileren als de Circle Jerks van hun tijd. Er mag gelachen worden.

Er zit ook wel wat variatie in de plaat. Zo is het titelnummer een wringend en traag kruipend beest, dat uiteindelijk wordt afgesloten met een bloederige oplawaai in de finale, en laat “Plastic Plants” horen hoe ze soms lekker op herhaling mikken (zie ook “Pigeon” op hun debuut). “Sport Things” en het met akoestische gitaar gestarte slotstuk “Nostalgia” lijken dan weer een beetje schatplichtig aan de vroege Dead Kennedys. Er zijn slechtere referenties denkbaar. In de loop van de tweede helft, waar de songs een tikje langer worden, krijg je soms het gevoel dat bommetjes als “Fuck This Shit” en “Incest” (respectievelijk 25 en 35 seconden op het debuut) ook hier welkom waren geweest.

De bepalende factor van de band, hoe goedgeolied de muziek ook is, blijft natuurlijk de fluokleurige, extraverte aanwezigheid van buitelkoningin Poppins. De furieuze extase in het slot van “Cosmic Bullshit”, de gespeeld-naïeve ontdek-de-wereld-toon van “Average Romance” en het puppygejank in “The Player Without A Team” zullen ervoor zorgen dat sommigen de kaken op elkaar klemmen in een gepijnigde grimas, en begrijpelijk, maar het is net zo goed een aanstekelijke gekte die haast werkt als performance art. Maar toegegeven: als ze, zoals in “Happiness”, eens iets anders uitprobeert (die Franse “masturbation”, in wat we vermoeden dat haar normale spreekstem is), dan wil je nog van dat horen.

Maar eigenlijk valt weinig af te dingen op The Dancer. Het verrassingseffect is intussen niet meer zo sterk, de eerste helft wint het met een neuslengte van de tweede, en met iets meer uitgewerkte songs heeft het niet meer zo sterk die guerilla-vibe, maar daar staat dan weer tegenover dat het album bevestigt dat die eerste release geen lucky shot was met een resem knallers van muilperen. Geen idee hoe lang dit zo nog verder kan, maar tot nader order is dit nog altijd van het meest efficiënte, catchy en hardst raggende spul van ’t land.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − vijftien =