William Tyler :: Modern Country

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: Modern Country is een uitstekend album met instrumentale gitaarmuziek voor een breed publiek. In tegenstelling tot de hermetische muziek van John Fahey is het gitaarspel van William Tyler bijzonder open en toegankelijk met gemakkelijk te volgen, beeldende melodieën terwijl zijn nummers grootse, innemende Amerikaanse landschappen oproepen. Een aanrader, heet dat dan in Enola-termen.

Openen doet Modern Country onmiddellijk met het mooiste nummer van de plaat: gedurende 9 minuten gebruikt Tyler een terugkerend melancholisch gitaarpatroontje om een breed, immens landschap te creëeren. Wanneer de schuifelende, zenuwachtige drums van Glenn Kotche invallen en de prachtige pedal steel van Luke Schneider op de achtergrond het nummer met extra melodieën besprenkelt, krijg je een soort van panoramisch uitzicht dat gevoelsmatig aan de fantastische soundtrack van Paris Texas doet denken. Hoe de instrumenten dan naar het einde toe weer langzaamaan een voor een uitsterven tot alleen een piano en synthesizer overblijven is ronduit prachtig.

Andere koek maar net zo indrukwekkend is hoe het centrale bluesriedeltje van “I’m Gonna Live Forever (If It Kills Me)” koppig het hele nummer lang zichzelf herhaalt terwijl het weer op de achtergrond constant lijkt te veranderen: keyboards en piano’s zwellen aan en sterven weg, de drums worden plots heviger met crashende symbalen en toms en hernemen vervolgens weer hun stapvoetse ritme. Gitaar spelen en nummers arrangeren, dat kan die William Tyler wel. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de rasmuzikanten die hij rond zich heeft verzameld: Glenn Kotche speelde eerder al bij Wilco ten tijde van A Ghost Is Born en het uitstekende piano- en keyboardwerk komt dan weer van Phil Cook van Megafaun.

Bovendien is het album uitgekiend gebalanceerd: de eerste twee lange, complexe nummers worden gevolgd door de twee kortere nummers “Kingdom of Jones” en “Albion Moonlight”, die laatste een bijzonder elegaïsche, mysterieuze compositie met prachtig baswerk, glinsterende gitaren en slepende drums. De akoestische gitaar in “Kingdom of Jones” refereert dan weer naar Amerikaanse country en folk met het gitaarwerk van Townes van Zandt of The Carter Family in het vizier. Dat hoeft ook niet te verwonderen: Tyler speelde eerder al bij grootheden als Bonnie “Prince” Billy, Kurt Wagner van Lambchop en David Berman van de Silver Jews.

We voelen ook veel liefde voor “Sunken Garden” waarvan de rinkelende gitaren op een Sun Kil Moon nummer ten tijde van Ghosts Of The Great Highway lijken. Ook al staan alle nummers van dit album op zichzelf, toch zijn de arrangementen en melodieën dusdanig gemaakt dat je je ook kan voorstellen die op andere albums van Amerikaanse singer-songschrijvers terug te kunnen vinden. Majestueuze afsluiter “The Great Unwind” is op dat vlak een mooi voorbeeld wanneer de gitaar naar het einde toe aan het beste Mark Knopfler werk doet denken. “The Great Unwind” is trouwens met zijn groezelige, overstuurse elektrische gitaar zeker in het begin een beetje een vreemde eend in de bijt maar transformeert halverwege in een hypnotiserend, langoureus nummer waar de Dire Straits een patent op hadden en dat ideaal voer zal zijn voor onze volgende roadtrip.

Tyler beschreef Modern Country in de bijbehorende trailer van het album als een “liefdesbrief aan wat we in Amerika aan het verliezen zijn, aan wat we al verloren zijn” en dat verklaart dan ook de bijzonder ingehouden, lichtjes treurige toon die het hele album samenhoudt. Zoals op de hoes lijkt Tyler met dit album zich in een Amerikaans landschap te situeren dat hij zich langzaam maar zeker eigen maakt. Goed dat er, in het trieste continent dat Amerika geworden is, nog platen als deze verschijnen, die schoonheid en uitstekend gemusiceer hoog in het vaandel dragen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + achttien =