Terry Allen :: Juarez

Reissues zijn vaak het ultieme middel om de muziekliefhebber alsnog de laatste zuurverdiende centen te laten ophoesten. Label Paradise Of Bachelors toont echter hoe het ook kan. Door bijvoorbeeld een minder bekende klassieker die al enige tijd out of print is uit de vergetelheid te halen. Bewijsstuk A: Terry Allens Juarez.

Hoewel Terry Allen ondertussen al een hele reeks albums heeft uitgebracht — Bottom Of The World uit 2013 was nummer 12 in de reeks — is hij eerst en vooral toch bekend als visueel artiest. Zo behoort er werk van hem tot het patrimonium van enkele van ‘s werelds meest befaamde musea voor (moderne) kunst zoals het MoMA, het Metropolitan museum of het San Francisco Museum of Modern Art.

Afkomstig uit Lubbock in Texas, net zoals Buddy Holly en Waylon Jennings overigens, debuteerde pianist Terry Allen in 1975 met dit Juarez. Initieel verscheen het album in een beperkte oplage van 50 exemplaren, voorzien van negen exclusieve lithografieën van Allens hand. Het album was de culminatie van eerdere tekeningen en performances rond hetzelfde thema dat hij ook later nog verder zou uitwerken. Want u voelt het al aankomen: Juarez is een conceptalbum pur sang. Hoewel hij vaak samenwerkte met de onlangs overleden Guy Clark of met Joe Ely is de muziek op Juarez nauwelijks country te noemen. Het album klinkt eerder als een kruising tussen Randy Newman en Kinky Friedman die de soundtrack verzorgen bij Terence Malicks Badlands of Robert Rodriguez’ From Dusk Till Dawn, maar dan zonder de vampieren.

Juarez vertelt een verhaal van twee koppels die beiden, om uiteenlopende redenen, een road trip maken door de VS met het Mexicaanse Ciudad Juarez — zowat ‘s werelds meest gewelddadige stad — als einddoel. Een reis door een wereld vol geweld, drank, seks, bouwvallige motels en verloederde trailer parks in het desolate grensgebied tussen het Amerikaanse Zuidwesten en Mexico. Halverwege bereikt de plaat een climax wanneer het ene koppel het andere vermoordt, al wordt er nergens een motief aangereikt. Als een schijnbaar zinloze daad. Want hoewel alle nummers, op een na, vanuit het standpunt van een van de vier hoofdpersonages verteld wordt, zorgt Allen ervoor dat deze figuren steeds als een soort archetype handelen: de zeeman die verpozing zoekt aan wal, het hoertje op zoek naar geluk, het Mexicaanse clanlid en de mysterieuze femme fatale.

Budget was er nauwelijks voorhanden toen Allen het album opnam, dus was hij genoodzaakt om de studio’s op dat moment van de ochtend te gebruiken dat de andere muzikanten hun roes na een nachtelijke sessie lagen uit te slapen en de studiotijd goedkoper aangerekend werd. Nog een bijkomend gevolg was dat er nauwelijks budget was voor gastmuzikanten. Het album wordt dan ook volledig gekenmerkt door Terry Allens rudimentaire pianospel dat heen en weer slingert tussen folk, ragtime, honky tonk, country en swing aangevuld door een wat bijtend randje in de zang. Een noodgedwongen keuze, maar het resultaat is net daardoor volstrekt tijdloos. Op enkele songs wordt Allen bijgestaan door Greg Douglas en Peter Kaukonen die wat sobere aanvullende gitaarpartijen inspelen.

Net omdat het album een zodanig totaalwerk is waarbij de songs naadloos in elkaar overgaan, bij tijd en stond onderbroken door wat stukken spoken word, is het niet altijd evident om er individuele songs uit te pikken. Ook al omdat Allen binnen een en dezelfde song soms verschillende songs durft te steken, met een verschillend tempo en melodie. Enerzijds zijn er uptempo en melodieuze songs als “Border Palace” of “Writing On Rocks Across The USA”, anderzijds zijn er de tragere gevoelige liedjes als “Dogwood” of het van een Spaans aandoende mandoline voorziene “What Of Alicia”. Die twee kanten bereiken een hoogtepunt in “The Radio… And Real Life” waarin ze meesterlijk gecombineerd worden. Al blijft dit een album dat best in het geheel beluisterd wordt: als verhaal en als coherent muziekstuk.

Tot slot mag er nog een woordje van lof af voor de manier waarop deze reissue uitgebracht werd. Zo werden voor de eerste maal sinds de wel zeer beperkte initiële oplage de negen lithografieën gereproduceerd. Ook werd de oorspronkelijke cover in ere hersteld — bij een vorige reissue werd deze immers vervangen door een nogal banale cliché-foto — en staan er boeiende essays in de liner notes. Kortom, het betere werk. En dat is niet meer dan terecht voor een meesterwerk dat na 40 jaar nog even vitaal en urgent klinkt als de dag dat het opgenomen werd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 17 =