Julianna Barwick :: Will

Na twee albums die vooral rond Julianna Barwicks prachtige sirenestem draaiden, was het voor Barwick tijd voor iets anders. Will mag dan net zoals zijn voorgangers diep ontroeren en betoveren, maar het is boven alles ook een grote, artistieke pas vooruit, een waarop Barwick andere instrumenten (en een andere stem) niet schuwt. Het album is in verschillende steden opgenomen, het resultaat van een jaar lang onderweg zijn met alle ontwrichting en melancholie die daarbij hoort.

Toegegeven, de platen van Barwick zijn niet voor iedereen. Ten eerste moet je je tijd ervoor nemen. Dat wil zeggen: te beluisteren met een koptelefoon, laat op de avond, als de kindjes braaf liggen te slapen. Barwicks platen staan bol van creatieve stemexperimenten: vormloze melodieën en onverstaanbaar gezongen songs hebben met vaak terugkerende en licht veranderende toonaarden een bezwerend effect. Wie in een beetje cynische bui is, zou op het eerste, oppervlakkige gehoor kunnen zeggen dat Barwick een verhipsterde Enya is. Wie beter luistert echter, ontdekt een melodieuze complexiteit waar die laatst genoemde New Age gloeiworm nog verdomd veel boterhammen voor zal moeten eten.

Voorganger Nepenthe was nog geproduceerd door Alex Somers maar hier neemt Barwick zelf het heft in handen. Al van opener “St. Apolonia”, genaamd naar een iconisch treinstation in Lissabon en de stad waar Barwick het laatste deel van haar album heeft opgenomen, word je in Barwicks dreigende koortsdroom meegesleurd: Barwick zingt ijl “the sea” en dat wordt een herhaalde loop waarop de rest van het nummer voortdrijft en zich verder ontwikkelt. Wanneer een onderkoelde piano en korte cellostrijkjes (verzorgd door Maarten Vos) invallen, krijg je het gevoel dat er iets dreigt, dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren zonder exact te weten wat. Het is precies dit onheilspellende gevoel dat doorheen de hele plaat loopt waardoor Will op elk moment dreigt te ontsporen, maar dat nooit doet.

In tegenstelling tot eerdere albums van Barwick, is Will minder etherisch, nog eigenzinniger, gevarieerder en onvoorspelbaarder dan Barwicks eerdere werk. Dat heeft veel te maken met de instrumentatie die haar stem aanvult of tegenwerkt. Zo is enkele seconden van een gesampelde saxofoon op “Wist” meer dan genoeg om het gevoel van nachtelijke desolaatheid te scheppen.

Bovenal is de synthesizer op dit album nadrukkelijk aanwezig, zoals in het magistrale “Same”. De synthesizer speelt een naar William Basinski referende, ingehouden loop die nauwelijks verandert en als een drone blijft zinderen terwijl Barwick nauwelijks verstaanbare woorden zingt, alsof op het moment dat de betekenis van de tekst zich aan je wil prijs geven, weer voor je ogen verdwijnt. Het is ook op dit nummer dat de prachtige stem van Mas Ysa te vinden is: de stemmen ontmoeten en doorkruisen elkaar zonder volledig samen te smelten.

“Beached” heeft dan weer de intimiteit van Groupers laatste, tevens gedeeltelijk in Portugal opgenomen Ruins. Een piano en Barwicks stem dat in vele lagen als een soort spookachtige mist over de zacht aangslagen pianotoesten zweeft: meer heb je niet nodig om ontroerd te zijn. In “Big Hollow” is de piano minder aandrukkelijk aanwezig, maar de etherische klanken in combinatie met de dikke lagen stem is ronduit prachtig.

Barwick heeft het album in 2015 opgenomen in North Carolina, New York en in Lissabon, na een jaar vol toeren en dat valt niet alleen in de muziek maar ook in de titels op. Zo is “Heading home” een nummer dat, om het met een Portugees woord voor heimwee te zeggen, vol saudade reikhalzend en hoopvol vooruitkijkt terwijl “Someway” in al zijn etherische lichtheid terug doet denken aan Barwicks doorbraakalbum The Magic Place uit 2011.

Als er iets van een valse noot op het album staat, dan is het wel “See, Know”, dat het album met een irritant repetitief synthesizerpatroontje richting uitgang mag begeleiden. Om eerlijk te zijn: het breekt na zoveel dromerigheid de sfeer, alsof je na een mooie dagdroom wordt wakker gemaakt met een natte vod. Langs de ene kant is het een nummer dat meer vragen stelt dan beantwoordt en dat ook de dreiging die de rest van de nummers in zich dragen meer tot uiting brengt, maar ons gevoel is dat dat ook anders had gekund. Het is bovendien het enige nummer dat onregelmatige, zenuwachtige percussie heeft, net zoals bovengenoemde cello een primeur op een album van Barwick. Het is een interessant experiment maar een dat ze op een volgend album dan verder zal moeten uitwerken.

“Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, dan vries je dicht” zo schreef schrijver Gerrit Krol eens en de platen van Barwick zijn al jaren de ideale instrumenten om het wak flink open te houden. Will is daar dus absoluut geen uitzondering op. Wie op tijd de stopknop vindt om het laatste nummer buiten de deur te houden, ontdekt niet alleen een bijzonder intelligent album vol fijnzinnigheid en delicate melodieën, maar ook een album dat bol staat van de emotie en verhalen zonder dat u ook veel meer dan enkele woorden zal verstaan van wat er gezongen wordt. Wanneer was de laatste keer dat u dat over een album kon zeggen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =