Julianna Barwick :: Nepenthe

Iedere mens verliest, en niemand verliest graag. Julianna Barwick verloor een geliefd familielid, en met Nepenthe verzorgt ze de uitvaart.

Al van bij prille begin, bij de aankoop van haar eerste gitaar, experimenteerde Barwick met loops. Het is dan ook geen wonder dat ze de kunst om met die loops een indrukwekkend klankenpallet te componeren tot in de puntjes beheerst. Bovendien heeft de artieste een achtergrond in een kerkkoor, en kan ze ook omgaan met piano en klarinet. Met die elementen bouwt ze haar collages op zoals een schilder langzaam zijn doek vult.

Op Nepenthe heeft haar klankenpalet echter een nieuwe invloed ondergaan: IJsland. Waar Barwick haar vorige platen meestal thuis alleen opnam, werd ze ditmaal onder de vleugels genomen door Jónsi van Sigur Rós die, overweldigd door de kunsten van de artieste, Barwick uitnodigde om haar nieuwe plaat in zijn thuisland op te nemen in samenwerking met Alex Somers, Jónsi’s vaste vriend. Daarbij verleenden ook de dames van Amiina en gitarist Róbert Sturla Reynisson (mMúm) hand- en spandiensten.

De bevroren vlaktes van IJsland zijn dan ook in elke porie van de plaat binnengedrongen, bijvoorbeeld in nummers als “Look Into Your Own Mind” of “Pyrrhic”, waar achter Jónsi’s stem de kille wind van Barwicks composities waait. Onder deze toegesneeuwde loops stroomt echter de somberheid. Nepenthe verwijst dan ook naar een drug uit de oude Griekse literatuur die bedoeld was om kwellingen van het verdriet te onderdrukken en te vergeten. De geesten van zij die er niet meer zijn, dwalen rond doorheen het album, zoals in “One Half”, waarin de zin “ I guess I was asleep at night, I was waiting for…” rondspookt in de gedachten van de zangeres. Ook elders dolen repetitieve zanglijnen doorheen de nummers, zoekend naar een troostende uitweg.

De samenzang van de treurnis en de weidse noordelijke wereld vormen de rode draad doorheen Nepenthe, waar de muziek nu eens bijna verdwijnt, dan weer opflakkert. Barwick bouwt haar nummers langzaam op met lagen die gedomineerd worden door haar eigen stem, zodanig geloopt tot ze uiteindelijk in samenzang met zichzelf zingt. In “One Half” krijgt ze zelfs versterking van een kinderkoor. Daaronder zwerven ijle piano’s, strijkers die wel van glas gemaakt lijken te zijn, en holle elektronica. In “The Harbinger” bijvoorbeeld wordt op de tonen van serene piano-aanslagen, als het ware te bedeesd om te storen, Barwicks stem het nummer binnengeleid. Daarna volgt de ontknoping, waarbij haar stem zich in de ijle hoogte bevindt. In “Forever” leidt die aanpak dan weer tot enkele van de mooiste en ontroerendste minuten muziek van dit jaar.

Zo worstelt de zangeres zich doorheen haar verdriet, doorheen nummers die zowel een akelige, ijzingwekkende droom als een louteringsproces zijn. Zeker in het midden van de plaat voel je de treurnis om je heen, opgetrokken uit een muur van eenzame verwerking, nu eens ineenkrimpend, dan weer wijds stuivend. Nu eens zalvende pianoklanken, elders een snerpende viool. Hier is enkel akelige tristesse te vinden. Op het einde van de plaat klinkt ten slotte echter toch het geluid van een nieuwe lente. “Crystal Lake” voelt met zijn knisperende elektronica en openbloeiende , echoënde zanglijn als een soort catharsis, een laatste blik achterom, een groet in mineur. Hoop vervlochten met troosteloze droefheid.

Nepenthe is geen plaat van aparte nummers: het werkstuk laat zich het best kennen als men het in zijn geheel beluistert, in één ruk, liefst in een donkere, nauwelijks verlichte kamer, tijdens koude dagen zoals die er nu aankomen, kil zoals de plaat zelf. Nepenthe is een plaat waar je je omheen beweegt in cirkels, op zoek naar een opening in de ijswand, het doolhof van bezwerende stemmen, rondzwermende kamermuziek en koele drones. Het enige wat helpt, is je overgeven aan de koude maar prachtige wereld van Nepenthe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =