Biezen :: ”Is dit verwerken? Ik zeg: dat is het leven”

Drieëntwintig jaar was hij de trouwe bassende sidekick, en toen was er plots geen Luc De Vos meer. Een leven was weg, een groep niet meer te animeren. De agenda gaapte leeg. De muziek riep echter zoals ze dat altijd had gedaan. Erik Van Biesen kon niet anders dan zichzelf heruitvinden. Hij schreef zijn eigen songs, werd zelf frontman, en als een feniks is er nu uit de assen van Gorki: Biezen. Met The Birds Return presenteert hij eind deze maand een aangenaam klinkend, langoureus geproduceerd debuut.

“Destroy”. Die instrumental op het einde van Eindelijk vakantie uit 2000 van Gorki was het enige moment dat we Van Biesen als songschrijver hebben opgemerkt. Het zegt vooral veel over onze leeftijd, want de voormalige bassist steigert beleefd als we The Birds Return een debuut noemen. “Dit is mijn ik-weet-niet-hoeveelste plaat. Sinds ik in 1979 in groepjes ben beginnen spelen was ik altijd de songschrijver. Bassist ben ik pas later geworden, omdat daar nood aan was en ze mij maar één keer moesten betalen terwijl ik ook gitaar kon spelen. Zo werd ik bij The Paranoiacs binnengehaald, en kon ik na enige tijd mijn job bij het spoor opzeggen. En toen vroeg Vos mij of ik zijn bassist, die naar het leger moest, niet kon vervangen.”
“Ik weet nog dat ik hem voor het eerst ontmoette in de tijd dat elke muzikant uit het Gentse in de Caruso rondhing. Het was de tijd van de Honolulu Lovers en de Wammerjammers, met Patrick De Witte, Patrick Riguelle en Fonske Sijmons , gasten van Derek & The Dirt, Tom Wolf nog… We speelde samen, in allerhande constellaties en je vroeg al eens iemand een nummertje te komen meespelen. Zo ging het ook met Luc, die we ergens rond het moment dat “Anja” opgepikt werd ook voorstelden eens “Lieve kleine piranha” te komen doen. Kroop ik in zijn auto, lag die natuurlijk vol flesjes Duvel, want thuis mocht hij niet drinken. (lacht) en zo is er een band gegroeid. Wij hadden allebei diezelfde onnozelheid, voelden ons safe als we naast elkaar stonden op dat podium. We hebben allemaal met anderen samen gespeeld, maar het moment dat je daar samen staat, die band; dat was iets anders.”
“Ik heb toen ook Steven Van Havere als drummer meegebracht naar Gorky dat Gorki aan het worden was. We wilden Luc in een zetel zetten; zijn songs de juiste arrangementen bezorgen, maar tja: de producer van Hij leeft (Sylvain Vanholme, mvs) is wel met de credits daarvoor gaan lopen. Ach ja. Ik vond het niet erg om slechts ‘die gast naast Vos’ te zijn. Ik was perfect gelukkig. Die Gorkiplaten waren ook mijn platen, mijn nummers. Soms kwam Luc met één akkoord af, één zin, en maakten we samen een song. Het hoefde voor mij dus niet opengetrokken te worden. Luc moest geen songs van mij zingen. We hadden één van de strafste Nederlandstalige tekstschrijvers aller tijden, wat zou ik daar tussen komen. En hij was een frontman die bij de media pakte; ik was daar eigenlijk heel gelukkig mee.”

Geen sambaplaat

“Laat de media dus maar denken dat dit mijn debuutplaat is, in mijn hoofd is dat niet zo. Dit is mijn zoveelste, al is het natuurlijk wel één die over een bepaalde periode gaat. Ik ben op korte tijd twee van mijn beste vrienden verloren, want die september voor Luc was er nog iemand. Dan maak je geen sambaplaat. Maar het is een mooi, eerlijk album geworden. En ik ben vooral tevreden van waar mijn zang staat in het geheel. Ik heb jaren productie gedaan, les gegeven; ik weet wat een stem doet bij de mensen. Veel moeite om frontman en zanger te worden heb ik dus niet gehad. Uiteindelijk geef ik al jaren les aan jonge gasten die dat willen worden, ben ik mijn hele leven aan het zingen; dan moet ik het ook maar zelf kunnen.”
“Natuurlijk was het aarzelend toen ik een flink jaar geleden voor het eerst akoestisch ben beginnen spelen. De pijn was nog vers, en sommige nummers sneden nog te diep. Maar het moest. Ik ben zelfstandig muzikant, als iemand verdwijnt, moet je jezelf redden. Er was immers veel weggevallen. Er stond een theatertour geboekt, een zomertour langs de festivals rond 25 jaar Gorki; dat zou een nationaal zangfeest worden. We gingen nog eens een superjaar hebben, waar we even mee verder konden, maar plots was die agenda leeg. Mijn fabriek was ontploft, mijn pensioenzekerheid weg. Ik kan je verzekeren dat dat hard is. De zuurstof is ondertussen langzaam op, om eerlijk te zijn. Ik moet dus hopen dat The Birds Return de winkel zal doen draaien.”
“Nu heb ik opnieuw iets te verkopen. Ik wil verdorie zelfs naar het buitenland. Niets tegen de parochiezalen hoor, maar ik sommige heb ik al drie, vier keer gezien. Dus ik wil nu gerust de auto instappen om in Düsseldorf, Groningen of Frankrijk te gaan spelen. Afstand is uiteindelijk relatief: er zijn mensen die Brussel al ver vinden, terwijl je er vanuit Gent op een half uur staat.”

Fantastische sound

“Muzikaal wist ik wat ik wilde voor The Birds Return. Als je jarenlang zelf met productie bezig bent geweest, dan hoor je wat je uit een groep moet halen. Het was vrij snel duidelijk dat ik blazers wilde, en dat Roeland (Vandemoortele, mvs) op een baritongitaar moest spelen. Al is de klank van de plaat uiteindelijk nog anders uitgedraaid omdat Bert Huysentruyt gestopt is als drummer. Hij was er al van het einde van Gorki bij, en we speelden graag samen. Goeie groove konden we neerzetten, maar hij kon er niet mee om dat alles altijd opnieuw tot Gorki werd teruggebracht. Hij wilde dat achter zich laten, en dat kan ik begrijpen. Hij had veel werk als acteur, speelde bij De Post, … Maar dat veertien dagen voor opname te horen krijgen is natuurlijk wel weer een klap.”
“Uiteindelijk ben ik hem er nog wel dankbaar voor. Doordat hij gestopt is, kon ik samen met Alex Krispin, de producer, breder gaan werken. Plaatsten we hier wat tablas onder, daar wat digitale klankskes om een sfeer te zetten,… En daar ging de drummer van Daniel Lanois in Los Angeles nog eens over als dat nodig was. Want zo heb ik Alex leren kennen; omdat ik Lanois als producer wilde vragen. Ik ben al jaren een fan van zijn muziek, maar toen ik Alex vorig jaar bij een concert van Lanois als geluidstechnicus bezig zag, wist ik het wel. Hij lapte alle regels aan zijn laars, plaatste zijn microfoons waar de ongeschreven wetten het verbieden, maar zette wel een fantastische sound neer: hem moest ik hebben. Vier maand later zat hij in mijn studio. Het klikte. Ik heb met zoveel producers gewerkt, en ben gewoon dat er altijd wel hier of daar eens woorden vallen over een beslissing, maar hier: nul komma nul. We hebben gewerkt als twee producers onder elkaar. En ik heb losgelaten, in het belang van de songs. Er zijn genoeg momenten dat ik geen bas speel, of gitaar. Ik moest niet zo nodig. ”

Vastpakken

“Natuurlijk is The Birds Return voor een stuk verwerkingsproces, al heb ik “Too Short A Lifetime”, het nummer dat ik vorig jaar uitbracht, bewust van de plaat gehouden. Dat wilde ik weg houden, maar de vergankelijkheid is niet van de plaat weg te denken. Als ik zing ‘Will Howling Wolf survive?’, gaat dat vanzelfsprekend over mijn zoontje Wolf. Komt alles goed met hem? En “Rainy Teardrops” slaat natuurlijk op dat moment dat Lucs kist uit de kerk werd gedragen en Gent voor het eerst na een week van druilerig grijs een streepje zon zag. Dat moment vergeet ik nooit, maar is dat verwerken? Ik zeg: dat is het leven.”

“‘Hanging In”. Tja, ik heb drieëntwintig jaar in dezelfde band gespeeld. Blijven hangen. Waarom? Omdat ik elke keer weer plezier had als we ‘t podium opstapten. Maar er zijn momenten geweest dat we over onze top waren, en Gorki een jaar in de koelkast werd gestopt, en ik me afvroeg of ik de groep nog wel op de eerste plaats moest blijven stellen. Dat de vraag zich stelde op het moment dat er van herbeginnen werd gesproken of ik nog wel wilde. Of ik er nog plezier in vond. Ja dus. Ik heb nooit met tegenzin naast Luc gestaan.”

“Hadden we door dat het niet goed ging met Luc? (zwijgt lang) Iedereen heeft het eens moeilijk zeker? En dan grijp je al eens naar dingen. De één doet dit, de ander dat; ik heb er gekend die voor zes maand vertrokken, maar nooit zijn teruggekeerd. Sommigen hebben dat al rond hun dertigste, maar Vos heeft pas later het ouderlijk huis verlaten. Late puberteit. Hij worstelde, ja. En er waren momenten dat we hem al eens moesten aanporren; dat er gewerkt moest worden. Af en toe kwam hij bij ons binnen, en moest ik hem wel eens vastpakken. Maar wie heeft dat niet? Ik denk niet dat er ook maar iemand is die in zijn leven zonneschijn heeft gehad van begin tot einde. Dat is niet mogelijk, man. En dat is bij een BV even goed, maar dan heb je natuurlijk weinig mensen rond je.”
“Ach, als je kijkt naar onze provinciesteden dan weet je dat iedereen er mee te maken heeft. Je wil niet weten hoeveel schrijnende situaties je tegenkomt, als het om alcoholmisbruik gaat. Dat is wat ik met “Joker Dance” ook vertel; dat is Dendermonde, waar ik vandaan kom, met zijn Ros Beiaardfeesten en het drankmisbruik dat bij dat kleinstedelijk leven hoort. Ik ga ook niet vrijuit, overigens. Ik weet hoe het werkt, dus ik vond ook dat ik er over mocht schrijven. Ik heb jicht gehad, en dat kwam niet van nergens. Onlangs weer. Al je geld zit in je plaat, je ziet de zuurstof verdwijnen, je panikeert, en je drinkt wat meer. En het stak meteen weer de kop op. Ik hou nu een alcoholloze maand, maar de 26ste maart, als ik mijn plaat voorstel in de Charlatan, ga ik toch ook mijn pintje drinken. Of mijn trappistje. (lacht) Maar tot dan hou ik het juist.”

Niet zwart

“Je hoort in de laatste songs die we met Gorki gemaakt hebben dat Luc dingen moet verwerken, maar daarom waren ze nog niet zwart. Of ze ooit zullen worden uitgebracht? Geen idee. Ze staan nog altijd op mijn computer, maar het ligt in handen van Sandra en Bruno (vrouw en zoon, mvs) want die nummers maken deel uit van zijn nalatenschap. Ik hoop dat ik die dag nog zie, want het waren topnummers. Ik heb ze onlangs aan een paar mensen nog laten horen, om te bewijzen dat Luc nog altijd goed bij stem was, want daar bestond twijfel over. Ging het management en het platenlabel, die na vijftien jaar nog eens een “Piranha” of “Anja” wilden, hem zanglijnen voorzingen. Dat vind ik erg, man. In plaats van hem die moeilijke periode door te helpen, stampten ze hem liever nog wat verder de grond in. Ik ben er nog kwaad over.”
“Geloof me; voor mij zijn die nummers top. Hij was nog teksten aan het schrijven tot aan het moment van zijn dood. Toen we zijn appartementje opkuisten, hebben we fragmenten gevonden waaraan hij nog aan het schaven was . ‘t Is echt een ongeluk geweest; een samenloop van omstandigheden. Hij kon daarin te ver gaan; dat weten we. Te ver, dus; zo zit dat. En voor de rest moeten we ‘t daar niet te veel over hebben, want wat er allemaal gezegd wordt… ik moet hem ook niet verdedigen. dat hoeft niet. Maar ik vind niet dat zijn einde de bovenhand moet nemen over wat er geweest is, wat hij gedaan heeft.”

New messiah

“Ja, ik heb moeite met de hele verering van Luc sinds zijn dood. Als ik “Bring On The Dancing Horses” van Echo & The Bunnymen cover op de plaat, en zing “Bring on the new messiah” gaat het zeker daarover. Ik heb er veel zien rouwen van wie ik zeker ben dat ze ons nooit hebben zien spelen, noch een plaat hebben gekocht. Ze kenden hem van televisie; de spelprogramma’s, en dat hij “Anja” en “Lieve kleine piranha” zong. Maar bon.”

“Het gaat veel over religie op de plaat. Op één of andere manier houdt dat me bezig, als ik het nieuws bekijk. Alle menselijkheid is weg op godsdienstig vlak. Het draait allemaal om het manipuleren van de ene mens tegen de ander. Waarom toch? Jij en ik, wij hebben toch geen religie nodig om te weten dat we elkaar niets gaan aandoen? Ik heb een nummer geschreven, “Beware Of The Dog”, dat de plaat niet heeft gehaald, over dat ene filmpje waarin je soldaten van IS vijfhonderd man ziet executeren: één per één, kogel per kogel. Dat zijn Auschwitztaferelen, en als je muziek als kunst ziet, kun je daar niet omheen. Als je dan net twee van je beste vrienden bent kwijtgespeeld komt dat allemaal nog harder binnen. Het kleinste detail valt je op, zoals die ene witte duif die op Record Store Day vorig jaar tussen mij en het publiek waggelde. Dat was het idee voor “When The Birds Return”. Wist je overigens dat The White Doves een Canadese sekte is? Griezelig hoor. Heel manipulatieve mannen, vastbesloten een nieuwe wereldorde op te stellen. Ook dat zit in die songs. Heb ik van Luc geleerd; ruim schrijven, en er van alles bijtrekken zodat het over meer gaat dan het verwerkingsproces alleen. Natuurlijk heb ik dingen opgepikt bij hem. Als je drieëntwintig jaar naast dezelfde clown staat, dan neem je wat van zijn trucen over. Ik heb van hem geleerd, en ik hoop hij van mij.”

Biezen steltThe Birds Return voor op 26 maart in de Charlatan in Gent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − vier =