Fat White Family :: Songs For Our Mothers

Hoewel de minimalistische hoes het verre broertje is van The Black Keys’ Brothers, is Fat White Family een heel ander beestje. Door sommigen de enige relevante Britse band van het moment genoemd, door anderen dan weer weggehoond als een stelletje hedonistische poseurs die het vooral van puberale gimmicks en smaakloze provocaties moeten hebben. Zoals gewoonlijk zal de waarheid ergens in het midden liggen, al zijn we vooral blij dat er nog eens iets gebeurt.

Want geef toe: ondanks het feit dat er zich heel wat spannende dingen afspelen in de marge, is het beeld dat opgehangen wordt van de hedendaagse rock-‘n-roll, ook die van de zogezegd meer interessante indie-hoek, eentje van grijze, verlammende middelmaat. Terwijl zowat half Europa af te rekenen krijgt met de grootste politieke en maatschappelijke uitdagingen in decennia, zit een groot deel van de muziekscene vast in een zorgvuldig afgeschermde en navelstarende werkelijkheid, waarin pastelkleuren uit het IKEA-gamma een muzikale tegenhanger krijgen van volstrekt irrelevante, nietszeggende radiovulling. Geluidsgolven als slaapmiddel. Zeker in the UK. Dan doet het wel eens deugd om een tegenstem te horen. Zie ook de opwaartse beweging die Sleaford Mods de voorbije jaren maakte. Dat werd verdomme tijd, want straks zitten we allemaal instemmend knikkend te luisteren naar The Slow Show met een tas gemberthee en een schijf zelfgebakken wortelcake voor de neus.

Dan liever de wansmakelijke aanpak van Fat White Family, waarin opzichtig gedweept wordt met drugs, kitsch, S&M en fascistische iconografie, wat hen ook al voorgedaan werd door o.a. Throbbing Gristle (en hun 20 Jazz Funk Greats, waar overduidelijk naar verwezen wordt). Bij Fat White Family is het echter nog nadrukkelijker aanleunen bij een wereld van hitparadesuiker en schijn, waardoor je soms beseft dat je zit mee te neuriën met songs die best wel een ranzige insteek hebben. Een vorige plaat heette nog Champagne Holocaust, en nu krijg je de lo-fi kampvuurballade “Goodbye Goebbels”, de slepende martelgang van “Duce” en vooruitgeschoven single “Whitest Boy On The Beach” voor de kiezen.

Die laatste song maakt misschien nog wel het best dat voortdurend bewegen op de wip tussen pop en avant-garde duidelijk. Het is een beweging die je onlangs een beetje vergelijkbaar zag bij een artiest als Ariel Pink, maar terug te voeren is tot de jaren zeventig en tachtig. Doen productie en blinkende synths hier en daar denken aan de vaselinegladde strapatsen van O.M.D., Fad Gadget of Ultravox, dan zijn de échte voorgangers eigenlijk figuren als The Residents, D.A.F., Cabaret Voltaire en het eerder vermelde Throbing Gristle. Klinkt de band live nog een beetje als het perverse neefje van The Murder City Devils, dan hebben ze voor het album duidelijk moeite gestoken in al die lagen, stijlen en productie.

De variatie liegt er alleszins niet om: de drumcomputerbeatsvan “Satisfied” doen denken aan de savant roots van Johnny Dowd, het gepruts met stemmen klinkt alsof die van Ween zich aan iets van T. Rex vergrijpen. Elders herinnert het aan het theatrale Sparks, de gerafelde country van The Mekons (“Lebensraum”) en Moroder-producties. Of je krijgt een walsje met heliumstemmetjes (“When Shipman Decides”) en de kerkergang–met-trompet van “We Must Learn To Rise”. Het onweerstaanbaar catchy “Tinfoil Deathstar” gaat dan weer over heroïne snuiven. Grootste nadeel: je gaat een tekstvel nodig hebben bij de beluisteringen, en dat is jammer, want interviews met centrale spil Lias Saoudi maken duidelijk dat die obsessies met prostitutie, fascisme en andere transgressies verhullen dat de man wel degelijk zinnige praat te vertellen heeft.

Op zijn manier is Fat White Family even radicaal als parasitair. De vele invloeden (op Facebook omschreven als manson family jams) – hier en daar hoor je, bovenop de eerder vermelde namen en stijlen, ook nog invloeden uit disco, de stijve croonertraditie of de idiosyncratische werelden van The Fall, Suicide of The Birthday Party – kunnen verhullen dat de band ook songs kan schrijven. De aanpak klinkt nergens zo uitgepuurd als bij die andere bands, maar ook dat is 2016. Maar je kan je ook niet van de indruk ontdoen dat er iets gaande is, dat de band een manier zoekt om het hele zootje van binnenuit overhoop te zeiken. En dan kan je hen al heel wat van dat aanstellerige, artsy fartsy gewank vergeven.

Fat White Family speelt op 3 maart in de Reflektor (Luik) en de dag erna in La Madeleine (Brussel), i.k.v. [PIAS] Nites.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =