The Bureau Of Atomic Tourism :: Hapax Legomena

Wat aanvankelijk iets had van een intrigerende one-off is enkele jaren later uitgegroeid tot een boeiend hoofdstuk in de vaderlandse en internationale jazz. Op zijn derde album (deze keer met werk van Walter Swennen op de cover!) borduurt het zeskoppige BOAT verder en de resultaten zijn hechter, krachtiger en misschien zelfs nog beter dan voorheen.

Het fijne is dat BOAT ook heel knap het razende werktempo van heel wat hedendaagse jazzmuzikanten en improvisatoren weergeeft, die niet moet onderdoen voor heel wat klassieke rock-‘n-rollbands. Terwijl album nummer 1 wordt voorgesteld, wordt al muziek gespeeld die zal belanden op album nummer 2. Zo werd in het voorjaar van 2014 Spinning Jenny uitgebracht, maar werd tijdens die concerten de muziek van Hapax Legomena gespeeld. De composities die hier bij elkaar gebracht worden, zijn eigenlijk prima te volgen aan de hand van onze concertbespreking van toen.

Het betekent ook dat bas en gitaar niet meer in handen zijn van Jasper Stadhouders en Marc Ducret, maar in die van ‘nieuwkomers’ Tim Dahl (Child Abuse, Pulverize The Sound, Lydia Lunch, Rhys Chatham,…) en Hilmar Jensson (Alasnoaxis, Bly De Blyant, Ruben Machtelinckx,…). Dat heeft ook een impact op de muziek die ze voortbrengen met vastgedienden Nate Wooley, Andrew D’Angelo, Jozef Dumoulin en Teun Verbruggen. Die muziek lijkt hier harder en strakker dan voordien, met nog altijd volop ruimte voor exploratie, maar herhaaldelijk ook moddervette riffs en een sound die gevaarlijk dicht aanleunt bij het zwaardere rockwerk. Zo zijn Jenssons bijdrages, “Hilsnur” en “Pittles”, direct goed voor de nodige kopstoten, weliswaar met het nodige gewring en gefrutsel errond. Zo start die eerste track met een springerige koers en tricky timing om na een solo van Verbruggen vervolgens om te slaan in een zware riff waar D’Angelo rauw basklarinetgeblaat over uitspuwt, Even later slagen ze er zelfs in om Wooleys gepruttel van en staccato metalgebeuk te combineren in een en dezelfde song.

D’Angelo’s twee bijdrages zijn ook opvallend, zij het dan om verschillende redenen. Is het repetitieve “Eochnit” voorzien van een vloeiende melodie die het een aanstekelijke lichtvoetigheid geeft, dan is “Numer Ology” heel wat anders: een eindeloos rondje touwtrekken, een onophoudelijke start/stop-beweging waarin het aanvoelt alsof verhaalflarden, die de gedaante aannemen van korte spurtjes, draaibewegingen en schijnbaar willekeurig ingelaste ideeën, elkaar opvolgen. Er is even sprake van een aanzwellende spanning, maar de indruk die nazindert is een van bijna enerverende weerbarstigheid, al is het soms met open mond luisteren naar de geluidscreaties, vooral dan van ruimteverkenner Dumoulin.

Die zorgde zelf voor “Carolientje en haar bootje”, geen vrolijk, zorgeloos riedeltje, maar een nummer dat aanvankelijk in de sfeer zit van zijn soloalbum voor Fender Rhodes. Eigenzinnig, mysterieus, schimmig, vol interne conflicten, met een combinatie van iele, geruststellende geluiden en minder aardig klinkende elementen die regelmatig de kop opsteken, zoals Dahls gevaarlijk blaffende bas. Ambient, minimale muziek, schijnbewegingimpro en herhaling volgen elkaar op en belanden uiteindelijk bij een spetterende, funky en ronkende finale met statige blazerslijnen. Veel opmerkelijker hoor je ze niet.

Nate Wooley, nochtans degene die misschien het snelst met de avant-garde zal worden geassocieerd, zorgt voor wat eigenlijk de meest conventioneel klinkende compositie is. Zijn eerbetoon aan Ron Miles klinkt het meest jazzy, met intro van D’Angelo (basklarinet) en vervolgens een stijl en lyriek die haast van zijn wat traditioneler klinkende kwintet had kunnen komen. Het is niettemin mooi hoe de geest van zijn wat onderschatte collega-trompettist (vorige zomer nog straf naast Bill Frisell en Jason Moran) wordt opgeroepen. Dahls “Citrus”, tenslotte, is de kers op de taart: een woelige brok kletterende turbojazz, iets als The Lounge Lizards, maar dan verplaatst naar het grootstedelijke van 2015.

Wie er destijds bij was in de Handelsbeurs (of elders) was vermoedelijk al onder de indruk, en Hapax Legomena bevestigt al het goede dat ons bijgebleven was. Het is nog altijd eerder een project dat op regelmatige tijdstippen wordt samengeroepen dan een echte ‘working band’, maar van vrijblijvend gestoei valt hier niet veel te merken. The Bureau Of Atomic Tourism is een band van opvallende persoonlijkheden, maar die liepen elkaar tijdens deze opnames niet in de weg. Een paar maanden na deze opnames, op Jazz Middelheim 2014, werd Dahl alweer vervangen door Ingebrigt Håker Flaten, zonder kwaliteitsverlies. Maar die gedaante staat ons op cd misschien te wachten binnen een jaar of zo. Met deze knaller kan een mens intussen verder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 4 =