Maximalistica :: The Clash Of The Titans

In zijn biografie legt het vijfkoppige Maximalistica (geen relatie met het Belgische ensemble Maximalist! dat grote sier maakte in de jaren tachtig) de nadruk op de reactie tegen het hippe minimalisme. Nomen est omen, dus. Ze willen naar een ‘more is more’-filosofie, die resoluut inzet op overdaad. Dat weerspiegelt zich inderdaad in de line-up – twee drummers en drie gitaristen – maar met de muziek wordt een minder eenduidig verhaal verteld.

De in Kopenhagen gebaseerde band bestaat uit vier Scandinaviërs (gitaristen Stian Victor Lervik, Trond Kallevåg Hansen en Juho Nummelin, en drummer Terkel Nørgaard) en een Nederlandse drummer (Tijn Jans), en samen komen ze op de proppen met een even eigenzinnige als droge sound en dynamiek. Door de aanwezigheid van enkel gitaar (+effecten) en drums, zonder de fond van bas of andere opsmuk, klinkt de muziek iel en licht in de kalme, introspectieve momenten, en zeer snedig, zelfs agressief, als ingezet wordt op expressie.

Het is moeilijk om er zomaar een label op te kleven. Heeft The Clash Of The Titans (goed voor meer dan een half uur, maar ze noemen het zelf een EP) in z’n kalme momenten iets bedeesd en filmisch, dan wordt hier en daar het terrein tussen indie rock en no wave opgezocht, maar zijn er ook verwantschappen met een abstracte, vrije improvisatie. En soms neigt het even naar de hedendaagse muziek van het Zwerm-kwartet, zoals in opener “One”, waarin sobere patronen afgewerkt worden met een plechtstatige kalmte.

Opmerkelijke structuur ook: de eerste acht stukken (“One” tot “Seven”, onderbroken voor het vocale “Maximalistica!”) variëren tussen een lengte van 27 seconden tot goed drie minuten, terwijl afsluiter “Eight” het hele boeltje overschaduwt met een duur van twintig minuten. Maar ook in die compacte brokken krijg je een mooie afwisseling van passages die sterker inzetten op galmende en ritselende texturen die verwantschappen vertonen met werk van o.m. David Torn en Bill Frisell, en ideeën die daar sterk van afwijken.

Zo is het eerder vermelde “Maximalistica!” een herhaling van hun filosofische kreet, schiet “Two” uit z’n krammen met een ronduit manische, explosieve energie die kerft en knettert met een onstuitbare woede, wringt “Six” alsof het een Beefheart-instrumental is en krijg je in “Seven” plots een daverende brok hypnotiserende rock met een enorme, repetitieve drive. En “Eight”? Wel, eigenlijk krijg je daar het hele gamma in een stuk dat inzet op klankmogelijkheden, contrasten tussen huilende twang en bijna-funky patronen, schimmige contouren én strakke wendingen, met hoekige passages die indie- en jazzrock verenigen. Soms hel stil, haast op fluisterniveau, maar ook met knappe opbouw, lichtvoetige roffels en wat expressief venijn in de staart.

Geen idee welk publiek hiermee aangesproken kan worden (iets zegt ons dat dit live een heel ander, luider en vrijer, beestje is), maar het is alleszins een aanpak die loont. Maximalistica moet het niet hebben van radicale noise of volgestouwde passages, en zet misschien wat volk op het verkeerde been met die naam, filosofie en albumtitel. Deze tegelijkertijd veelkleurige én gedisciplineerde aanpak werkt echter prima, al zou het iets frequenter inzetten van de energie die zo bruut opduikt in “Two” misschien geen slechte zaak zijn om de dynamiek nog wat sterker in de verf te zetten. En het is natuurlijk ook geweldig om zo’n onverhoedse schop onder je reet te krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + zes =