Steak Number Eight :: Kosmokoma

De wereld is naar de kloten en we beseffen het niet, want we zitten allemaal in ons eigen wereldje (lees: coma). Die pessimistische gedachte staat centraal op de vierde mokerslag van Steak Number Eight. Maar muzikaal hebben Brent Vanneste en co véél meer te vertellen.

Sinds ze in 2008 Humo’s Rock Rally wonnen, gaat het stijl omhoog met de songschrijverij van Steak Number Eight. Ze zijn nog altijd maar begin de twintig, maar Vanneste, gitarist Cis Deman, bassist Jesse Surmont en drummer Joris Casier blijven de sterke platen aan elkaar rijgen. Bovendien blijven ze compromisloos klinken. Opmerkelijk en moedig voor een band die de grootste rockrally van het land won. Hoe cliché het ook klinkt: ook de muziek van de jongens van Steak Number Eight wordt met de jaren volwassener. Dat is de eerste gedachte die opkomt bij de eerste luisterbeurt van Kosmokoma.

De vierde plaat van Steak Number Eight is de eerste met een eigen sound, dat het perfecte evenwicht vindt tussen agressie en melodie. Akkoord, Isis, Mastodon en Oceansize zullen wel altijd blijven rondzweven in het universum van Steak Number Eight, maar we horen nu vooral een frisser geluid. Het begint al goed bij opener en eerste single “Return Of The Kolomon”. Eerst denk je bij het voorbijrazende nummer aan And So I Watch You From Afar, maar pas na dik vier minuten schreeuwt Vanneste erop los. Jawel, de luisteraar wordt meteen op het verkeerde been gezet, ook omdat de rest van de plaat niet zoals dat nummer klinkt.

In het al even fenomenale “Your Soul Deserves To Die Twice” wordt bulderend geschreeuw afgewisseld met cleane vocalen. Naast het riffwerk is de vocale diversiteit, ook te merken in “Charades”, er eveneens enorm op verbeterd. Ditmaal wordt de plaat niet volgepropt met gitaren, maar zorgen deze net eerder voor een opener geluid. Terug over naar dat tweede nummer: slaat u ook spontaan aan het watertanden bij de gitaaruitbarstingen en melodieën? Neem dan maar al een dweil, want ook bij de volgende nummers, die telkens totaal anders klinken, zal u ongecontroleerd kwijlen.

En ook het drumwerk is er enorm op vooruit gegaan. Het schuimbekkende “Principal Features Of The Cult” — het opvallende toetsenwerk krijgt u er gratis bij — is het perfecte nummer om luchtdrumkunsten te oefenen. Want wat een verschroeiende ritmesectie! Ook iets totaal anders: het meer dan zes minuten durende “Gravity Giants”, onze torenhoge favoriet van de plaat. Na iets meer dan een minuut volgt er al een ontploffing van woede, eentje die doet denken aan de explosies van Raketkanon. Daarna klinkt het geheel wat hoopvoller dankzij een catchy refrein en een weergaloze melodie. Wat een opbouw, wat een nummer.

Wie denkt dat “Knows Sees Tells All” een ballade is, is er aan voor de moeite. Het nummer start vrij rustig en laat de luisteraar even ademen, maar een paar minuten later wordt er weer stevig keet geschopt en vervolgens laat de ritmesectie het tempo weer zakken. Zo wordt het nummer voortdurend op- en afgebouwd. Ook “Cheating The Gallows” is straffe kost. Een dronkemansstem domineert de eerste seconden, maar verschroeiende gitaren en schreeuwen komen al snel aan als een klap op uw muil.

Laten we in stijl afsluiten, moeten Vanneste en co gedacht hebben, want bij de psychedelische (duh!) progrocker “Space Punch”, een nummer dat afklokt op — jawohl — bijna tien minuten, lijkt het of je eerst knock-out geslagen wordt en vervolgens lsd toegestopt krijgt. Dit nummer had nooit op The Hutch, een beetje de overgangsplaat van Steak Number Eight, kunnen staan.

Steak Number Eight om die reden gewoon sludge metal noemen, zou kort door de bocht zijn. Dit is een van de interessantste, experimentele metalbands van het moment. Zo fris, melodisch en meedogenloos hard tegelijk klinken: il faut le faire. En nogmaals: songschrijver Brent Vanneste is nog altijd maar 23 jaar. Wat gaan we in de toekomst nog van deze jonge leeuwen horen? We zijn nu al benieuwd!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =