Patti Smith :: 27 oktober 2015, AB

Ooit nam ze afscheid van de muziekwereld om voor de kinderen te zorgen, maar sinds die het huis uit zijn en manlief overleden is, is er geen houden meer aan Patti Smith. Haar vijfde Belgische passage in tien jaar tijd bracht een integrale uitvoering van klassieke punkplaat Horses en liet horen dat een eeuwig gul publiek misschien iets te gemakzuchtig maakt.

Het zegt veel over de status van Horses — Patti Smiths klassieke debuut dat dit jaar exact veertig jaar oud is — dat er nog steeds geen vergelijkingsmateriaal is. Niemand anders dan de ondertussen 69-jarige wist ooit punk te paren aan een belezen intellect en afwisselend –- soms zelfs in één en hetzelfde nummer –- opzwepend en bezwerend te klinken. Dat is natuurlijk ook te danken aan haar potente groep, waarvan vandaag nog altijd gitarist Lenny Kaye en drummer Jay Dee Daugherty deel uitmaken; zij hadden de feel om de gedichten van de zangeres te volgen in hun stuwende cadans, maar net zo goed wisten ze de wijdlopigheid te harnassen in striemende rock-‘n-roll, die een brug sloeg tussen het New York van Velvet Underground en dat van de Ramones. Het was punk met de blik van een kunststudent, en het kon alleen daar en dan ontstaan, maar de impact was universeel.

Sindsdien krijgt Smith elk concert een open doekje, en ook vandaag ondergaat ze de idolatrie gelaten glimlachend. Fanverzoekjes en andere opmerkingen vanuit het publiek worden droog-sarcastisch weggewimpeld: ze is hier met één missie, dat Horses een tour lang integraal te spelen. Wat niet wil zeggen dat voor die legendarische openingslijnen “Jesus died for somebodies’ sins / But not mine” ze niet eerst het oude gedicht “Compacted Awareness” voorleest; eigenlijk de liner notes van de plaat. Wat volgt is niettemin publieksvriendelijker dan ooit: de hele plaat in volgorde, van die furieuze kijk op Them’s “Gloria” die op dat blasfemisch statement volgt, tot de gedragen afsluiter “Elegy”.

“James Marshall Hendrix, Jim Morrisson, Brian Jones,… ” zo begint de opsomming die de zangeres aan het einde van dat laatste nummer aanheft. Het is een rij dode helden, maar het wordt ook persoonlijk met oud-amant Robert Mapplethorpe en haar overleden man Fred ‘Sonic’ Smith (van MC5). En zo wordt dit meer dan zomaar een avondje een klassieker naspelen. De tweede helft van Smiths carrière – sinds haar terugkeer met Gone Again in 1996 – werd altijd overschaduwd door dat persoonlijk verlies en die doden zijn bij elk concert meer en meer aanwezig. Tegenwoordig haalt ze ook Amy Winehouse aan, en natuurlijk Lou Reed, die vandaag exact twee jaar geleden het tijdelijke voor het eeuwige verruilde en door Kaye en Daugherty in het tweede deel wordt geëerd met een lange Velvet Undergroundmedley.

Al die namen, ze zijn samen de invloeden die Smith wist samen te ballen in haar debuut, en dat hoor je ook. De snijdende gitaren van Television die de stevige nummers opfleuren, de hevige rhythm-‘n-blues, vol verwijzingen naar de Twist, Pony en andere danshypes van toen, die het langgerekte “Land” doet uitbarsten,… Zelfs reggae wist de mix te halen met het wiegende “Kimberly”. Smith speelt deze nummers al jaren, dus de uitvoering is slijtvast en degelijk. Ze voelen vertrouwd aan, maar daardoor ook net iets te gewoon. Het contrast met de ziedende versies die afgelopen zomer schalden door The Barn van Rock Werchter, een omgeving waar de zangeres iets te bewijzen had, is niet groot, maar wel significant: voor dit publiek zit Smith in een leunstoel, en gaat het misschien een beetje te veel vanzelf.

En zo gaat het ook verder nadat de plaat –- Smith zal ze halverwege symbolisch omdraaien –- is afgelopen, en de naald met “Dancing Barefoot”, “Because The Night” en natuurlijk “People Have The Power” een set hits raakt. “To strike” voegt ze aan die laatste titel toe, alsof ze vanmorgen nog maar de Vlaamse kranten bijlas, en het voelt alvast minder getelefoneerd dan de plotse, korte anti-bedrijvenrant “We Are Free People” aan het einde van “Beneath The Southern Cross”. Minder gemeend, minder opruiend dan toen ze deze zomer net niet het podium afbrak met “My Generation”, dat ook hier het allerlaatste bisnummer is, terwijl ze opnieuw de snaren van haar gitaar trekt. Een verplicht nummertje, lijkt het wel, en je beseft dat dit niet De stomme van Portici is; de revolutie zal ook vandaag weer niet uitbreken. Maar dat Horses zelfs op ietwat automatische piloot niet kapot te krijgen is, is wel bewezen. Dat zou eigenlijk genoeg moeten zijn. Ook veertig jaar later is Patti Smith met niemand te vergelijken. Doe het haar maar eens na.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + negentien =