Steve Earle & The Dukes :: 30 oktober 2015, De Roma

“We got ourselves a fucking blues album”, zei Steve Earle ergens in het begin van het optreden. Met scheiding nummer zeven ondertussen alweer op de teller — waarmee hij nu ook Hendrik VIII achter zich laat — kwam Steve Earle het album in kwestie voorstellen in De Roma.

Op Terraplane, want zo heet het album, is het zeker niet de eerste keer dat Earle zich onderdompelt in de blues, maar wel de eerste maal dat hij dat een volledig album lang doet. In De Roma kregen we tijdens het iets meer dan twee uur durende concert bijna het volledige album te horen, vooral dan aan de beide uiteinden van het optreden. Zichzelf begeleidend op mondharmonica opende Earle met een sterk en heerlijk rommelig klinkend “Baby Baby Baby (Baby)”, om vervolgens met “You’re The Best Lover That I Ever had” — een van de hoogtepunten van het album — en de Texas shuffle van “Ain’t Nobody’s Daddy Now” meteen aan de giganten van de Texaanse blues zoals Lightnin’ Hopkins en Mance Lipscomb te refereren en een sterk openingssalvo neer te zetten.

Steve Earle werd traditiegetrouw vergezeld door een uitstekende begeleidingsband, die nog steeds onder de naam The Dukes door het leven gaat. Naast oudgediende Kelley Looney op bas en drummer Will Rigby, bestaat deze tegenwoordig uit gitarist Chris Masterson — die met een paar knappe solo’s zou uitpakken — en multiinstrumentaliste Eleonor Whitmore op viool, piano, gitaar en engelenzang. Die laatste blonk uit op het duet “Baby’s Just As Mean As Me” en een door haar prachtig vioolwerk opgedirkte “Love’s Gonna Blow My Way”.

Maar niet alleen het meest recente werk kwam aan bod tijdens het concert, want Steve Earle zou diep graven in zijn eigen oeuvre. Een oeuvre dat ondertussen toch wel indrukwekkende proporties begint aan te nemen. Klassiekers kwamen uiteraard ook aan bod, van een pakkend en breekbaar “My Old Friend The Blues” over “Copperhead Road” tot “Guitar Town”. Daarnaast was er ook plaats voor minder evidente songkeuzes zoals zijn afrekening met George W. Bush in “Little Emperor” of de Keltische sea shanty “Galway Girl”. Het emotionele hoogtepunt van de avond was het tweeluik “South Nashville Blues” en diens antoniem “CCKMP” over zijn drugsverslaving die hem in de vroege jaren ‘90 even achter de tralies deed verdwijnen.

Dat Earle ook een aardig potje kan rocken bewees hij met “That’s All You Got”, waarin Masterson zijn gitaar liet huilen als een hongerige wolf, of het nieuwe “Go Go Boots Are Back”, een wilde rocker waar live meer vlees aan hing dan op de plaat. Al moet het gezegd worden dat Steve Earle op tijd en stond teruggreep naar de blues. Dat nieuwe album en die scheiding, weet u wel. Of het nu was via een cover van de vuige bluesrock van Howlin Wolf’s “Forty-Four Blues” of het aan B.B. King opgedragen “King of the Blues”, steeds opnieuw bewees Earle dat hij niet alleen thuis is in de folk en country, maar evengoed in de blues. Nog een hoogtepunt, laat in de set: tijdens het koortsige “The Tennessee Kid” lag De Roma zowaar even aan de crossroads in de Mississippi Delta.

Twee bisrondes zouden er volgen, die telkens openden met een politiek getinte song. Het nieuwe “Mississippi It’s Time” is een oproep aan de staat Mississippi om het racistische symbool van de vlag van de Zuidelijke staten uit de burgeroorlog neer te halen aan de overheidsgebouwen, terwijl de oude krijger in ”The Revolution Starts Now” het publiek een geweten schopt. In de eerste bisronde kregen we het “Down The Road”-tweeluik, waarbij vooral het gedeeltelijk a capella gebrachte eerste deel indruk maakte, in de tweede bis werd het concert afgesloten met een grofkorrelige versie van de Troggs-klassieker “Wild Thing”.

Iets meer dan twee uur, dertig songs. In De Roma bewees een energieke Steve Earle dat ook op zijn zestigste de tijd nog geen vat heeft op hem. En de blues? Het gaat hem goed af. Steve Earle is nen echte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + twaalf =