Sleaford Mods :: 21 oktober, Het Bos

Kort vraagje aan de zanger van Shetahr: “DOET HET NOG ZEER, JONGEN???”

De hype van het jaar deed deze week een dubbele portie België aan. Op dinsdag stonden Jason Williamson en Andrew Fearn in de ABBox. Niet slecht voor duo, dat op het podium enkel een microfoon, laptop en twee bierbakken nodig heeft. De dag erna stonden ze in Het Bos, dat met zijn pseudo-industriële kraakpandvibe wat meer aansloot bij de kale, grauwe sound van de computerpunkers uit Nottingham. Geen wonder dat de boel al ruimschoots op voorhand uitverkocht was.

Om toch maar een paar instrumenten op het verweesde podium te krijgen, kregen we deze keer maar liefst twee voorprogramma’s voorgeschoteld. Eerste aan de bak was het Brusselse Shetahr. Onthou die naam, want die zal de hele avond een rol spelen. Als we het Bos met een stevige Bostripel (biotripel, lekker, maar met een lichte nasmaak van geit) in de hand komen binnenwaaien, is dit trio aan een korte, maar.. opmerkelijke set bezig. Gitariste die het begrip ‘rudimentair gitaar spelen’ opnieuw uitvindt, een drummer die hetzelfde doet voor het begrip ‘rudimentair drummen’ en een zanger die we niet gezien hadden, tot hij in zijn arty-histerische waan onze pint bijna uit onze handen ramt. Qua sound balanceert Shetahr op de rand van primitieve no-wave en onontwikkelde protopunk. Op zich rammelt het wel lekker, maar we storen ons mateloos aan het ongecontroleerde, overduidelijk door een stevige portie coke aangedreven en als nihilisme vermomde gebral van de zanger. En dat krijgt nog een staartje.

Maar eerst, kijk eens wie we hier hebben: John Wiese! De Amerikaanse noisehalfgod heeft zijn grindbandje Sissy Spacek meegenomen. Wiese speelt tweesnarige bas, en wordt begeleid door een grinddrummer en een schlemielige schreeuwlelijk. De band levert twintig minuten (en minstens evenveel nummers) oorverscheurende grindcore af die het midden houdt tussen Anal Cunt en Naked City. Velen vinden het onbeluisterbare kutherrie (en, toegegeven, dat is het ook), en laten dit voor wat het is. Wij zitten het uit, en laten met plezier de prut uit onze oren blazen.

Maar hey, voor wie waren we weer gekomen? Right-o! Sleaford Mods heeft het voorbije jaar Europa stormenderhand veroverd met hun gestripte sound aangevuurd door de onnavolgbare razende rants van Jason Williamson. En terecht, want in een muzieklandschap dat aan elkaar hangt van non-originaliteit, recyclage en regelrechte saaiheid zijn Sleaford Mods een ware opluchting met een fris geluid dat eindelijk nog eens het etiket ‘uniek’ verdient. De liveshows van het duo zijn minimalistische, vrij statische bedoeningen met een laptop op twee bakken bier waar enkel de play-knop van bediend wordt door een anders gewoon knetterstonede en op-en-neerdeinende Fearn, en een rondschuifelende Williamson die zich gedraagt als een Tourettepatiënt met een oneindig arsenaal van tics en een scheldvocabularium waar zelf een doorwinterde dokwerker rooie oortjes van krijgt. Ook in het Bos is dat het geval, en we vreesden op voorhand dat dit een show zou worden die nog geen half uur onze aandacht kon vasthouden.

Maar sjonge jonge, zaten wij er een beetje naast! De set begint nog enigszins rustig met het zwoele, benauwde “Arabia” vanop de laatste plaat Key Markets (die de ganse set zal domineren), het luie “Bronx in A Six”, een geestig “Live Tonight” en de, nou ja, ‘single’ “No One’s Bothered”. Allen aangedreven door de gortdroge, maar geniale baslijnen uit de laptop van Fearn (we horen The Cure, Gang Of Four, Joy Division, ska en nog drie dozijn andere invloeden) en de gedreven, verbeten maar niet humorloze voordracht van Williamson. Die begint zich stilaan stevig te ergeren aan een compleet laveloze aanhanger uit de entourage van Shetahr die meemaals op het podium gaat liggen en met zijn fotocamera ligt te zwaaien.

En dat begint te werken op Williamsons performance. De stijgende irritatiefactor zorgt voor een eerste uitbarsting tijdens “Face To Faces” (tijdens de geniale zin:”We have lost our sight, and in the loss of sight, we have lost our fucking minds”). We zien ook de eerste zweetplekken op het shirt van Willamson, en merken dat de aders in zijn nek en op zijn voorhoofd strakker en strakker

beginnen te staan. We merken ook dat het publiek meer en meer tot leven komt. Dat horen we met een luidkeels meegebruld “Jolly Fucker”, de eerste danspasjes bij “Giddy On The Ciggies” met zijn onnavolgbare baslijn en de eerste echte ontlading bij doorbraaksingle “Tied Up In Notzz”. En dan, dan komt die schijtlijster op de proppen.

We hadden hem al in het snotje, maar de zanger van Shetahr had intussen zijn neus weer eens in de ton Bonux gestoken, en begon vooraan in de zaal behoorlijk op de zenuwen te werken. Tot overmaat van ramp begint die idioot nog eens Williamson opzichtig uit te dagen met het ‘klein pietje’-gebaar. Hij kreeg al eens een waarschuwing (“I’m gonna punch you in the face, mate”), maar tijdens de outro van een anders meer dan uitstekend “Jobseeker” zit het spel op de wagen, en duikt Williamson het publiek in om de kloothommel met zijn vuisten en de microfoonstatief zijn visie op de feiten duidelijk te maken. We hopen dat dat statief goed is aangekomen.

Na een korte aggro-break gaat de set verder, en een duidelijk nog meer opgefokte Williamson laat zijn aggressie de vrije loop, maar steekt alles in zijn tekst en voordracht, wat de laatste twintig minuten van de set onwaarschijnlijk heftig maakt. Zo wordt het knappe, maar oorspronkelijk rustige “Tarantula Deadly Cargo” een gefrustreerde wanhoopskreet, en ontaardt afsluiter “Tweet Tweet Tweet” in een furieuze, misantrope woedeuitbarsting. Het wordt het klapstuk van een onaards rauw, compromisloos en beladen optreden. We zeggen dit niet vaak, maar dit was memorabel. We zouden die klojo nog bijna dankbaar zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 10 =