Miles Davis Quintet :: ‘Live in Europe 1967, The Bootleg Series Vol. 1’, parel onder de box sets

Box sets. Meestal zijn ze uw geld niet waard en zijn het lepe marketingtrucs die net op het juiste moment in de winkel belanden om twijfelende Kerstshoppers te verleiden of oude fans ervan te overtuigen dat ze dat glinsterende hebbeding echt nodig hebben. Miles Davis kreeg als geen ander al de box set-behandeling — hebt u al uw exemplaar van The Complete Columbia Collection (70cd’s + 1 dvd)? — en plots komt Sony, naar analogie met Dylan en Cash, nu ook op de proppen met het eerste deel van een nieuwe reeks bootlegopnames. Dat moest wel uitmelkerij zijn! Toch niet, dit is gewoonweg de shit.

Live In Europe 1967 laat de dan 41-jarige trompettist, die al een fors hoofdstuk jazzgeschiedenis op z’n conto geschreven had, horen met zijn befaamde ‘Second Great Quintet’, met daarin Wayne Shorter (tenorsax), Herbie Hancock (piano), Ron Carter (bas) en Tony Williams (drums). Op deze drie cd’s en dvd krijg je een samenvoeging van vijf concerten die opgenomen werden tussen 28 oktober en 7 november 1967, plaatsvonden in Antwerpen (Elizabethzaal), Kopenhagen, Parijs, Karlsruhe en Stockholm en laten horen waarmee Davis bezig was in die woelige periode. Het materiaal is eenvoudigweg verbluffend. Enkele redenen die daartoe leiden:

Onbekend is onbemind

Hoewel de muziek van dit kwintet door jazzkenners en Davisfanaten al jaren tot zijn allerbeste werk gerekend wordt (zo werd The Complete Live At The Plugged Nickel in The Penguin Guide To Jazz nog bedacht met de zeldzame, perfecte score), heeft de band toch nog wat achterstand in te halen bij het bredere publiek. Dat is doorgaans vertrouwd met Kind Of Blue, The Birth Of The Cool, het elektrische dubbelluik In A Silent Way/Bitches Brew en misschien nog de samenwerkingen met Gil Evans, maar de periode 1964-1968 is, mede door de ophefmakende freejazzomwenteling, een onderschatte creatieve periode uit het oeuvre van de muzikant. De vijf studioplaten — E.S.P., Miles Smiles, Sorcerer, Nefertiti en Miles In The Sky — behoren tot de laatste akoestische muziek die Davis in lange tijd zou maken en zijn toe aan een herwaardering.

Het Quintet als ‘working band’

Het duiventilgedrag, een constante in de jazzwereld, was Davis niet vreemd. De lijst met muzikanten die aan zijn zijde verschenen, moet pagina’s in beslag nemen, wat er ook voor zorgde dat zijn albums, zelfs de allerbeste, zoals Kind Of Blue, gemaakt werden door muzikanten die eigenlijk helemaal niet zoveel collectieve ervaring hadden. Dit kwintet vormde echter vier jaar een geheel, waardoor het naar jazznormen eigenlijk niet zo veel muziek produceerde. Opmerkelijk was ook de bijdrage van die muzikanten. Davis omringde zich met eigenzinnige en invloedrijke figuren, die ervaring en zin voor avontuur aan de dag legden en zelf het heft in handen mochten nemen. En dat was nieuw. De rol van Shorter, die tekende voor heel wat composities, kan moeilijk onderschat worden, net zoals die van Williams, die zelfs op zo’n jeugdige leeftijd (nog geen twintig toen hij z’n intrede deed) al een imposante persoonlijkheid was.

Wat het bovendien extra interessant maakt, is dat je te horen krijgt hoe de aanpak van de band in elkaar zat, en dat door performances van verschillende avonden te vergelijken. Zo werkte het vroeger immers ook: een band kreeg residentie in een club en kon avond na avond slijpen aan z’n materiaal. Op deze box is dat niet anders. Er werd steevast gewerkt met een vast repertoire, waarbij de setlist amper wijzigde van avond tot avond, en toch blijft het ongemeen boeiend om de versies met elkaar te kunnen vergelijken. Je krijgt niet minder dan drie keer de opeenvolging van “Agitation”, “Footprints”, “’Round Midnight” en “No Blues”, maar telkens klinken die opnames fris, kunnen ze een heel andere sfeer hebben, een andere dynamiek uitputten. Dat is voor een stuk te danken aan de time, no changes-filosofie van de band, die de nadruk legde op een modale aanpak die het klassieke akkoordenverhaal achterwege liet.

Freebop

Midden jaren zestig werd de dominantie en invloed van een figuur als John Coltrane alsmaar groter. Davis zou nooit meegaan in het hyperexpressieve improvisatieverhaal en in plaats daarvan een eigen variant creëren die een middenweg zocht tussen de bandeloze expressie van de free jazz en de melodische heruitvinding van het klassieke verhaal. Opmerkelijk was daarbij vooral de vrije en trance-achtige flow van de muziek, waarbij onderdelen en individuele bijdragen een gelijke waarde toegekend werden. Dat zorgde voor meer hypnotiserende, maar ook concentratie vergende muziek (en vandaar misschien het beperktere succes), waarvan de sporen nu nog altijd terug te vinden zijn in het huidige kwintet van Wayne Shorter.

De Plugged Nickel-opnames uit 1965 laten al een aanzet horen, maar die werd nog verder uitgewerkt in 1967, met versies van jazz standards als “’Round Midnight”, “I Fall In Love Too Easily” en “On Green Dolphin Street”, en een grotere nadruk op eigen nummers uit albums als E.S.P. (Davis’ aanstekelijke “Agitation”), Miles Smiles (Shorters klassieker “Footprints”) en Nefertiti (Hancocks korte, maar uitbundige “Riot”). De composities vloeien daarbij in elkaar over alsof het gaat om uitvoerige suites, waardoor de kwikzilveren kwaliteit van de muziek nog eens uitvergroot wordt. Je zou deze opnames bovendien kunnen beluisteren in functie van de individuele muzikanten (met eventueel de uitzondering van Carter, die bij sommige opnames wel heel erg naar de achtergrond verdwijnt), om na te gaan hoe origineel hun bijdragen waren.

De weg naar elektrische jazz

Na cool jazz, hardbop en modale jazz was deze eigenaardige muziek een vierde opgemerkte fase in Davis’ carrière, en de voorlaatste met zo’n impact. De elektrische revolutie die snel zou volgen, en eigenlijk al ingezet werd op het overgangsalbum Filles de Kilimanjaro, zou Davis opnieuw op de voorgrond van de jazzwereld zetten en nauwer doen aansluiten bij de rockwereld. Sprekend is ook het feit dat dit de laatste van Davis’ bands was die je aan het werk kon zien in maatpak. Daarna was het een en al hipster extravaganza. Ook al ging het er op straat woelig aan toe, dit vijftal leek zich haast in een vacuüm te bevinden dat zich nog klaar moest stomen voor de revoluties die zouden volgen. Op Carter na zouden alle leden bovendien nog een centrale rol spelen in de elektrische jazz van het decennium erna: Hancock met z’n eigen jazz/funk-projecten, Shorter als co-leider van het befaamde Weather Report en Williams met z’n baanbrekend fusionproject Lifetime.

To buy or not to buy?

In Godsnaam, doe uzelf een plezier en schaf deze release aan. De box is niet enkel betaalbaar en mooi vormgegeven (met o.m. notities van de BRT over de opnames in Antwerpen), maar laat zowat de enige officiële live-opnames van Davis horen uit de periode 1966-1969. Het is misschien niet de eerste verplichte aankoop, maar wie de basiscollectie al in huis heeft, die heeft geen reden om te aarzelen. Live In Europe 1967 bevat niet enkel een schat aan materiaal, zelfs 44 jaar na de opnames, maar zorgt net als enkele Bootleg-releases van Dylan, voor een breder beeld en beter begrip van deze legendarische figuur. Voor een keer kunnen we niet wachten op de volgende box set. Op zoek naar last minute-kadotips? Welaan dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 14 =