Huntsville :: Pond

Als een soort hedendaagse versie van Edvard Griegs Peer Gynt. Met Pond brengen de heren van Huntsville een album uit dat dienst kan doen als hun eigen muzikale interpretatie van de Noorse mythologie.

Bekijk eens de foto op de hoes: een wat schraal, ogenschijnlijk Scandinavisch aandoend naaldbos, met takken die op de grond gevallen zijn. Een open plek met wat keien op de voorgrond, en een grijze lucht. Dan een wat mysterieus rood-zwart gekleurd doek – een restant van een tent of zoiets – alsof er net een storm lelijk huisgehouden heeft. Dit beeld van fotograaf Petter Hoel past de muziek als gegoten. Bedrieglijk eenvoudig, maar met een onderhuidse spanning die zich pas na verscheidene luisterbeurten openbaart. Dit is geen muziek voor mensen met haast: dit dient in alle rust tot zich genomen te worden, waarbij men zich helemaal overgeeft aan de muziek.

Met Pond is het Noorse Huntsville ondertussen al aan zijn vijfde album toe, sinds zijn oprichting in 2006. Zijn derde op het Hubro label, verzamelplaats voor een hele reeks boeiende artiesten uit de Noorse improvisatie- en experimentele muziekscene. Huntsville is een trio bestaande uit Ivar Grydeland (gitaar, elektronica), Ingar Zach (percussie, timpani) en Tonny Kluften (bas), die muziek maken die zich bevindt op een grensgebied van de vrije improvisatie, rock, soundtracks en elektronica. Op hun cv staan ondertussen ook samenwerkingen met landgenoten als singer-songwriter Hanne Hukkelberg en jazz-zangeres Sidesel Edresen, maar evengoed met grotere Amerikaanse namen als Nels Cline en Thurston Moore.

Op Pond krijgen we vier langere stukken voorgeschoteld, het kortste klokt af op iets meer dan tien minuten. Geopend wordt er met “(ER)”, dat begint met een bezwerend percussief motief, waarbij langzaamaan de spanning verder opgebouwd wordt met eenvoudige versieringen – een gitaar hier, een basmotiefje daar – als een soort nachtdroom. “(ING)” is een stuk dat bijna onhoorbaar begint, en waarbij er pas na een paar minuten een baslijn naar boven komt, gevolgd door een aan Einstürzende Neubauten refererend gerinkel. Maar steeds blijft er een ongemakkelijke dreiging boven het oppervlak hangen. Dit is muziek die ergens tussen Ennio Morricone en de hedendaagse Radiohead in zit. Ook “(AGE)” is een soundscape die op het eerste gehoor weinig opzienbarend lijkt te zijn, tot je ook hier de bij momenten dissonante details begint op te merken. Pas op slotnummer “(OK)” wordt de ingetogen spanning wat aan de kant gezet. Hier krijgen we een meer ritmisch opgebouwd stuk te horen, maar evengoed een waarin de ervaring van de heren in de improvisatiewereld tot uiting komt. Het is zonder twijfel het stuk waarin de meest opgewekte sfeer hangt van het hele album.

Als we Pond met een paar woorden zouden moeten beschrijven, dan zouden “impressionistisch” en “minimalistisch” daar zeker bij zijn. Met beperkte effecten weet Huntsville een ruim spectrum aan beelden en gevoelens over te dragen op de luisteraar. Geen muziek die makkelijk weghapbaar is, maar muziek die je langzaam bij het nekvel grijpt. Ideaal voor een koude winteravond.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + elf =