Team Me :: 20 februari 2015, Botanique

Een dag lang had het geregend. Alsof de nieuwe Noah zijn arkje ergens al had klaar staan, zo goot het urenlang over Leuven, Brussel en omstreken. In de Botanique was het echter aangenaam droog, en met Team Me moesten we meer dan eens al aan de komende zomer vol festivals denken. De Noorse groep bracht vrolijke popmelodieën met de jeugdige energie die we in de eindspurt van de winter zo hard kunnen gebruiken. De lente wenkte.

Je zou ze het Noorse Arcade Fire kunnen noemen. Maar dan vergeet je dat Win Butler eigenlijk een nurkse dertiger is die zelden lacht. Het School Is Cool uit Nergenshuizen, Noorwegen, maar dan zonder het filosofiediploma en de Game Of Thrones-obsessie van Johannes Genard. Wat hen wel bindt: een voorliefde voor een rijke instrumentatie en de neiging om alles tegelijk uit de kast te trekken. Twee drums zijn beter dan één; dat idee. En geef iedereen een bakje toetsen om helemaal zeker te zijn. Team Me – gegroeid rond songschrijver Marius Drogsås Hagen — combineerde het op zijn zelfs al in de titel overenthousiaste debuut To The Treetops! met een puberale joligheid en onstuitbare vrolijkheid die hun popmelodieën onweerstaanbaar maakten.

Dat dat nieuwe Blind As Night na slopende opnamesessies tekstueel iets donkerder is? Ach wat. De belichting deed in de Rotonde van de Botanique bij opener “Riding My Bicycle (From Feddersensgate 5A To Møllerveien 31)” nog een beetje moeite om dat te onderstrepen, de veelstemmige “aaah”‘s, de hamerende drums, en het joyeus refrein zetten dat allemaal flink tussen haakjes. Nog steeds weet geen groep dat “was ik ook nog maar begin de twintig met een wereld aan mijn voeten” uit te ademen als dit zestal. Maar natuurlijk zijn er dingen veranderd, sinds het gezelschap zich nauwelijks vier jaar geleden aan de wereld openbaarde. Er zijn lessen geleerd.

Dat het allemaal wel geweldig en fantastisch is om elke avond twee miljoen procent te geven, maar dat dat eigenlijk niet gaat, en je dus beter dus een tikje minder aanzet, zodat het ook de dag nadien nog goed is. Dat is jammer voor wie de groep zichzelf al zag overstijgen, maar we hebben de groep zich ook hopeloos zien vastrijden in de middagmodder van Dour 2012, dus misschien is het beter zo: een concert dat de zekerheid biedt dat we minstens een band op negentig procent zien spelen.

Meer dan dat lijkt het aanvankelijk immers niet te worden, en het is dan ook doodzonde dat supersingle “F Is For Faker” al als tweede nummer voor de bijl moet. Het is te vroeg om een harkerig Belgisch publiek mee te krijgen, en de beukende drums, jagende bas, en opzwepende samenzang valt nog een beetje op een koude steen. Het zal niet lang duren. De huppelende toetsen van het oudere “Dear Sister” breken de boel dan toch open, en vanaf dan zien we de groep song na song in zijn element komen.

Democratie boven bij deze band, en dus was het vanavond aan synthman Simen Sandbæk Skari om de setlist samen te stellen. Het zorgt er voor dat het vroege “Me And The Mountain” nog eens wordt gespeeld, en dat is goed; het is misschien wel de mooiste melodie die de groep ooit schreef, en een rustpunt tussen al het gebeuk. “Weathervanes & Chemicals”, “Are You Still In Love?”; het zijn nummers die energie omzetten in mokerslagen en een bas die in je nek hijgt. Mocht het niet zo verdomd meezingbaar zijn, het zou irritant zijn. Dat is het niet, maar het is “Blind As Night” dat toont waar de groep nu heen moet. Een quasi-rêverie op zijn Kate Bush’, laat het een andere kant van de groep zien; één die muzikaal een ruimer sop kiest; dromeriger en inventiever in zijn gebruik van al die instrumenten en stemmen.

Maar voor het zover is en Team Me evolueert, blijft het bij dit: de uitbundigheid van “Patrick Wolf & Daniel Johns” of de euforie van “All Time High”, dat zelfs zonder kinderkoor ter begeleiding aan sekteachtige vreugdemomenten doet denken. En toch is het ook een ultiem hoogtepunt; om dit soort gelukzaligheid draait het bij deze jongelingen; het leven moet gevierd worden met muziek, en wel hier en nu. Het is niet perfect, soms drammerig, en de pauzes tussen de songs al even onnodig als de praatjes om ze te vullen, maar het is wel een hier en nu dat vraagt om een toast. Zet deze groep straks op de juiste festivals, en de wereld zal even wat mooier lijken. Het is niet veel gevraagd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 5 =