DOSSIER THE BAND 1: The Basement Tapes :: De nieuwe ambachtelijkheid van Bob Dylan en The Band

Een motor-ongeval en een roos huis, meer hadden Bob Dylan en The Band niet nodig om een van de meest tot de verbeelding sprekende reeks opnames te maken. Het geluid en de Americana thematiek van The Basement Tapes zouden niet alleen de volgende platen van Dylan inspireren, maar vormden ook de blauwdruk voor het geluid van The Band. Het werd een van de meest gebootlegde reeks opnames uit de rockgeschiedenis en een inspiratiebron voor talloze (folk)rock bands.

“Ik dacht dat ik gewoon weer rechtop zou staan en verder gaan met wat ik daarvoor aan het doen was … Maar het lukte niet meer.” (Bob Dylan)

Dylan had er in juli 1966 een opmerkelijk productieve periode opzitten toen hij met zijn motor zichzelf bijna de dood inreed: hij had enkele van de belangrijkste platen uit zijn carrière gemaakt, die elkaar dan nog in razendsnel tempo hadden opgevolgd: Bringing It All Back Home (1965), Highway 61 Revisited (1965) en Blonde on Blonde (1966). Bovendien had hij in datzelfde jaar net zijn controversiële, zogenaamd elektrische tour afgerond met The Hawks, waar hij door de folkies in zijn publiek uitgejouwd was en tot Judas verklaard.

The Hawks bestonden uit gitarist Robbie Robertson, bassist Rick Danko, pianospeler Richard Manuel, orgelman Garth Hudson en drummer Levon Helm, de enige niet-Canadees uit de groep. The Hawks hadden voordien als een stevige elektrische blues- en rockabillyband hun strepen verdiend met Ronnie “The Hawk” Hawkins. The Hawks hadden Dylan dan weer leren kennen via Robbie Robertson, die door Dylan gecontacteerd was omdat hij een goede elektrische gitarist nodig had. Robertson nam uiteindelijk de rest van The Hawks mee op sleeptouw en het resultaat was de beruchte “elektrische” tour van 65-66, die Dylan bovendien op documentaire wilde laten vastleggen, het door fans gebootlegde maar nooit officieel verschenen Eat This Document.

En dan was er dat ongeval dat Dylan deed beseffen dat hij dringend tot stilstand moest komen en dat bleek het beste te lukken met zijn vrienden van The Hawks, minus Levon Helm, die er pas op het einde van de opnames bij zou komen. De opnames vonden voornamelijk plaats in de kelder van een ondertussen befaamd roze huis in Woodstock, Big Pink. Het huis was gehuurd door enkele van The Hawks, of zoals ze ondertussen in Woodstock gekend waren, simpelweg The Band. Big Pink was ook de opnamelocatie voor de eerste twee albums van The Band en inspiratiebron voor de hoes en titel van het debuut van The Band, Music from Big Pink.

Hout hakken, in het bos wandelen, de hond Hamlet uitlaten, meer hadden ze daar in Woodstock niet te doen. Die rustieke omgeving heeft uiteindelijk ook songs als “Clothes Line Saga” of “Apple Suckling Tree” beïnvloed. In feite zijn The Basement Tapes een registratie van een band die niets anders moet doen dan liedjes spelen en zich amuseren; of zoals Robertson er zelf achteraf over zei: “Zoals we daar in die kelder speelden, had niets te maken met hoe we speelden met Bob op tour en ook niets met de manier waarop we speelden als The Hawks of met Ronnie Hawkins. (…) De muziek werd veel subtieler, het kreeg iets tijdloos.” Het resultaat was uiteindelijk veel invloedrijker dan Dylan of The Band op dat moment hadden kunnen bevroeden.

“We wisten niet of Dylan die songs geschreven had, dan wel of hij ze uit zijn herinneringen had opgediept. Toen hij zong, hoorde je het verschil niet.” (Robbie Robertson)


Waren The Basement Tapes aanvankelijk niet meer dan een veredelde collectie demo’s voor andere artiesten, al snel groeiden de opnames uit tot een soort van nieuwe esthetiek: zes man in een studio die samen speelden, improviseerden en, bovenal, zich amuseerden zonder dat ze de bedoeling hadden die opnames ooit uit te brengen. Hun ambachtelijke aanpak was een absolute tegenhanger van de op dat moment opkomende psychedelica en hippie muziek, zoals Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967) van The Beatles, waarover Dylan zei: “Die liedjes zijn goed. Maar al die productie is overbodig”. The Basement Tapes was muziek vrij van studio-effecten of godbetert, de toen steeds prominentere keyboard.

In al zijn simpliciteit en no-nonsense directheid grepen de opnames terug naar een tijd toen mensen simpelweg op hun veranda zaten, hun instrumenten bespeelden en samen zongen, zogeheten backporch-muziek. Je hoort over de hele opnames (die in al hun uitbundige, bonte volledigheid gebundeld zijn op Dylans The Bootleg Series Vol. 11) Appalachiaanse bluegrass-samenzang, ballades, zinderende, slepende blues, gospel en in de drums zit er Muscle Shoal funk met de modder van New Orleans nog vers in het gezicht. Die hang naar traditie zag je ook in de songselectie terug die van bluegrass naar country naar folk ging met covers van onder andere Hank Williams, Johnny Cash of The Carter Family.

De nieuwe nummers van Dylan zelf – die hij naarmate de opnames vorderden steeds meer en meer aanbracht – gaan van speels (“See You Later Allen Ginsberg” of “Million Dollar Bash”) naar serieus en door Amerikaanse folk- en countryidiomen geïnspireerd (“You Ain’t Going Nowhere”). Dylan leek rechtstreeks door de songselectie geïnspireerd en ondernam een eigen poging tot het schrijven van Amerikaanse traditionals. Op die manier is de hoes van de editie van The Basement Tapes uit 1975, een beperkte selectie uit de opnames, dan ook bijzonder toepasselijk: Dylan en The Band door circusfreaks omringd. Het was duidelijk, hier werd met Amerikaanse mythologie gespeeld (denk maar aan de Amerikaanse circustraditie en films zoals Freaks uit 1932).

In die zin zijn The Basement Tapes, zoals muziekcriticus Greil Marcus zelf al had aangegeven, een verlengstuk van de door Harry Smith samengestelde Anthology of American Folk Music, een van de meest invloedrijke verzamelingen blues, folk en gospel. Dylans nieuwe nummers lagen zowel tekstueel als muzikaal in het verlengde van deze anthologie, met ballades zoals het door Manuel zo prachtig gezongen “I Shall Be Released”, of nummers die de tragiek of donkere kant van het leven niet schuwden, zoals op het delicate, van sublieme metaforen doorspekte “Tears of Rage”.

Onder al het schijnbare feestgedruis, klopte het hart van iemand die de dood in de ogen had gekeken en die bovendien het idioom waarin hij schreef door en door kende. Dat zit bijvoorbeeld ook in een nummer als “Goin’ To Acapulco”: het combineert een schijnbaar extatisch, vals gezongen refrein met een Jacques Brel-aandoende tekst over een man die het nachtleven van Acapulco induikt bij zijn favoriete, welgevormde dame van plezier. Deze opnames lijken op die manier dan ook op de rand van een vulkaan te balanceren, zoals Dylan zelf al aangeeft in het samen met Rick Danko geschreven “This Wheel’s On Fire”, bedoeld of niet verwijzend naar zijn ongeval: “This wheel’s on fire, rollin’ down the road/Just notify my next of kin/This wheel shall explode”.

The Basement Tapes vormden bovendien de blauwdruk voor een resem platen waarop Dylan zowel muzikaal als tekstueel met Amerikaanse traditionele muziek ging spelen: denk maar aan Nashville Skyline uit 1969 (inclusief “Girl From The North Country”, een duet met Johnny Cash), Desire uit 1976 (waarop Emmylou Harris te horen is) of Planet Waves uit 1974, ook met de voltallige The Band opgenomen. Zowel tekstueel als muzikaal zou Dylan zich voor een langere periode zich door Amerikaanse rootsmuziek laten beïnvloeden, een invloed die ook sinds Time Out Of Mind uit 1997 weer duidelijk te horen is.

“Het was niets meer dan wij die elke dag samen kwamen en ambachtelijke muziek speelden.” (Rick Danko)

Op The Basement Tapes vond niet alleen Dylan een nieuw idioom voor de toekomst, maar, net zo belangrijk, leerde ook The Band echt samen spelen en de elektrische blues van The Hawks achter zich laten. Dat moest ook wel: in de opnamestudio van het huis in Woodstock was de isolatie dusdanig erbarmelijk dat ze stil moesten spelen om een goede opname te kunnen maken. Het resultaat was dan ook een voornamelijk akoestisch geluid waarin er plaats was voor elk instrument: de focus lag op sfeer, harmonie en samenzang.

Het is dan ook geen boud statement om te zeggen dat er zonder The Basement Tapes geen The Band zou zijn, of tenminste niet zoals we die nu vandaag kennen. Op nummers als “Ain’t No More Cane On The Brazo” hoor je in al hun glorieuze, herfstige meerstemmigheid het zaadje dat gepland wordt voor klassiekers als “The Night They Drove Old Dixie Down”. Richard Manuel, Rick Danko en Levon Helm krijgen allemaal hier en daar ook een leadzang toebedeeld en er wordt onderling van instrumenten gewisseld, afhankelijk van het nummer.

Bovendien keerden enkele songs uit The Basement Tapes uiteindelijk terug op Music From Big Pink, weliswaar in een totaal andere vorm en sfeer: “Tears of Rage” of “I Shall Be Released” kunnen, hoe mooi ook, op deze opnames niet tippen aan de meer doorleefde versies van The Band. Dat is precies de kracht van The Basement Tapes: net zoals op Anthology of American Folk Music zijn de versies van de songs op The Basement Tapes niet altijd de allerbeste of even essentieel, maar de invloed die de opnames als geheel gehad hebben op het oeuvre van Dylan zelf, The Band of andere bands valt nauwelijks te ontkennen. Voor Dylan fans werd het project al snel een Heilige Graal die schijnbaar nooit officieel in zijn geheel het daglicht zou zien: het werd dan ook een van de meest frequent gebootlegde muziekopnames uit de rockmuziek.

Bands als The Rolling Stones, The Beatles of The Byrds lieten er zich gewillig door inspireren: The Basement Tapes toonde hen hoe rijk de Amerikaanse songtraditie was en wat je er als band mee kon doen. Bovendien begon het bij veel bands door te dringen dat je niet naar dure studio’s moest verkasten om een goede plaat te maken: dat is precies wat The Beatles hebben gedaan tijdens de opnames voor Get Back in 1969: zonder franjes, opsmuk of overdubs een plaat maken, enkele jaren later gevolgd door The Rolling Stones die in een kelder in Zuid Frankrijk Exile on Main Street (1972) hebben opgenomen.

Ambachtelijk en wars van alle productionele poeha van de psychedelica, kondigden The Basement Tapes een nieuwe fase in de carrière van Dylan aan en, net zo belangrijk, legden ze de basis voor het geluid van The Band. Ze markeerden, symbolisch gezien, het begin van een periode van ambachtelijkheid – Neil Young, Joni Mitchell, The Byrds en Gram Parsons, Bob Dylan en The Band zelf – die plots een deel van de mainstream werd en uiteindelijk ook de folk- en countryrock vorm zou geven. Met The Basement Tapes hebben Dylan en The Band niet alleen met Amerikaanse muziekgeschiedenis gespeeld, maar zijn ze er na al die tijd ook zelf een deel van geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 14 =